Ontregelend en vrolijk pretpark

We amuseren ons kapot, op zoek naar vermaak en vermomming,

Bij binnenkomst krijgt het publiek een roze suikerspin in handen geduwd. De rookmachines staan aan, de zaal ruikt suikerzoet. Op het podium een geordende ravage aan roze, gifgroen en geel speelgoed, kinderfietsjes, vliegers, prullaria. Dit is de wereld van het kinderparadijs, het pretpark, de entertainment-industrie - maar dan getroffen door een tsunami. In dit geval bevolkt door vijf artiesten met maskers en in rare pakken - als een macaber bal masqué, een ontluisterende maskerade.


Alleen dat beginbeeld al: de opkomst van twee doodenge Disney-figuren met zwarte pakken, holle ogen en afgebladderd, alsof zij door een gasbrander zijn bewerkt. De muziek stampt en ploegt en dreunt, de bewegingen zijn mechanisch en duren voort in eindeloze herhaling. Dit is geen pretpark, maar een spookhuis, een gruwelkabinet.


In Small World kijken Suzan Boogaerdt en Bianca van der Schoot samen met drie andere performers en regisseur Sanne van Rijn hoe wij als moderne consumenten voortdurend op zoek zijn naar vermaak en vermomming. En naar bevrediging, niet in brede zin (media, kranten, porno); maar al zoekend worden we als het ware overweldigd door de suikerspinroze wereld van Disney en zijn kabouters, prinsesjes, muizen en olifantjes. En zetten intussen ijzeren hekken en Dixi-toiletten in en om onze pretparkparadijsjes.


Vorig jaar maakten Boogaerdt/Van der Schoot de voorstelling BIMBO, een performance over reclame, seks en vrouwen. Ongemakkelijk, meedogenloos, verontrustend - die woorden pasten erbij. Small World is minder strak in zijn vorm, gekker, ongerijmder, vrolijker ook, op een bepaalde manier. Maar even ongegeneerd, en met dezelfde gepassioneerde inzet gemaakt.


Weinig tekst, veel beeld, veel beweging, soms dreigende muziek, soms uit beroemde Disney-klassiekers als Dombo (de troost van Baby Mine) en Aladdin (het plastic optimisme van A Whole New World). We amuseren ons kapot in deze playbackshow, die ten slotte een uitputtingsslag wordt. Totdat we er bij neervallen, totdat we met een laatste krachtsinspanning maar weer eens een rookmachine aanzetten en verdwijnen in de wolken.


Daarover gaat Small World, in een parade van fantasievolle, knotsgekke, onbestemde en gelukkig soms ook onbegrijpelijke scènes. Dit is geen aangeharkt theater, maar een haperende achtbaan waarin het niet om snelheid of sensatie gaat, maar om indrukken. Soms in tergend eindeloze herhaling, zoals in Van der Schoots hilarische liefdesverklaring aan een stokpaard. Tegen het eind verschijnt Disney zelf in een droombeeld en dan ontrolt zich een prachtige monoloog over valse hoop die misleidt, over de wens vaste grond onder de voet te krijgen.


'It's a small world, after all', wordt er gezongen in een klankdecor van kermis- en pretparkmuziek. Het is alsof een schilderij van James Ensor tot leven is gekomen. In Small World staat Mickey Mouse op de achtergrond amechtig te zwaaien, op de voorgrond bivakkeren freaks. Een lieftallige draaiorgelpop wordt neergeknald door een Disney-terrorist: de Amerikaanse cultuur helpt de Nederlandse om zeep. Op een decordoek is een geldautomaat afgebeeld. Aan ons vermaak wordt goed verdiend - dat lijkt het allemaal te zeggen.


En toch is deze ontregelende voorstelling niet moralistisch of belerend. Geen ironie, geen cynisme. Boogaerdt en Van der Schoot veroordelen niet, ze stellen iets aan de orde. Ze verbazen ons, ze vragen ons mee te denken. Ze confronteren. Ze maken theater. Ze zijn eigen. Eigenzinnig. Ze zijn goed, ze zijn steengoed.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden