Ontpolderaar die tegen heersende opvatting in ging

Het eeuwige leven: Henk Saeijs 1935-2016

De man van het woord 'ontpolderen' had Jappenkampen overleefd en verrijkte het denken bij Rijkswaterstaat.

Henk Saeijs

Hij is vooral bekend van het roemruchte woord 'ontpolderen': het weer onder water zetten van land dat op de zee is gewonnen. Maar als bioloog had de voormalig directeur Rijkswaterstaat in de provincie Zeeland meer idealen dan alleen het prijsgeven van de Hedwigepolder aan een nieuw natuurgebied met slikken en schorren.

Henk Saeijs wilde ook rivieren in Nederland weer de ruimte geven. Dat plan sloeg twee vliegen in een klap: betere bescherming tegen overstromingen en herstel van de harmonie tussen mens en natuur. Hij pleitte het ophogen van gebieden (terpeneren) in plaats van het alsmaar versterken van dijken. Hij wilde wonen, werken en recreëren op water mogelijk maken.

Hij was een vreemde eend in de bijt in de wereld van ingenieurs waarin hij bij Rijkswaterstaat actief was. Zijn lijfspreuk was 'Moeder Natuur is onze beste ingenieur'. In 1996 verdedigde hij in een interview met deze krant het Zeeuwse ontpolderingsplan; het was een compensatie voor het verlies van natuurlandschap door de verdieping van de Westerschelde. Tegen de Zeeuwen die riepen dat hij uit was op een herhaling van de watersnoodramp van 1953: 'Bij ontpoldering worden dijken verlegd, niet doorgeprikt.'

Saeijs, die al 27 jaar aan Parkinson leed en de laatste jaren in een verpleeghuis in Roosendaal woonde, stierf ondanks zijn overlevingswil op 17 november. Hij laat een vrouw en vier kinderen achter.

Hij werd als zoon van een werknemer van de Bataafse Petroleum Maatschappij geboren op het eiland Borneo, in het toenmalige Nederlands-Indië. Als kind speelde hij met apen en klom hij in bomen op zoek naar tropische vruchten. Maar de idylle werd bruut verstoord door de Japanse inval. De pas 7-jarige Henk Saeijs belandde met zijn familie in een interneringskamp. Hij overleefde vier kampen.Na de oorlog kwam hij naar Nederland. Hij was nog analfabeet. Dankzij de lessen van een tante kon hij toch naar de Tropische Landbouwschool in Deventer. Op 21-jarige leeftijd keerde hij voor twee jaar terug naar het onafhankelijke Indonesië om een rubberplantage te beheren.

Na een studie biologie in Utrecht, kwam hij in 1971 in dienst van de Deltadienst van Rijkswaterstaat. Hij onderscheidde zich met onconventionele analyses over integraal waterbeheer. De ingenieurs krabden zich achter de oren, maar in de politiek, zoals bij minister Kroes van Verkeer en Waterstaat vond hij een willig oor.

Zijn eerste grote project was het zout houden van het Grevelingenmeer tussen Goeree-Overflakkee en Schouwen-Duiveland. In 1989 werd hij hoofdingenieur-directeur (HID) van Rijkswaterstaat in Zeeland. Hij wist dat het ontpolderingsplan op bezwaren zou stuiten. 'Maar sommige zaken zijn zo logisch en vanzelfsprekend, dat er vroeg of laat toch maatschappelijk draagvlak voor ontstaat.' In 2012 ging de kogel door de kerk.

In 1995 werd Saeijs bijzonder hoogleraar waterkwaliteitsbeleid en duurzaamheid in Rotterdam. In zijn oratie zei hij dat oorlogen in de 21ste eeuw eerder zouden gaan over water dan over olie.

Saeijs was een gelovig katholiek die zich inzette voor de samenvoeging van strandkerken in Zeeland tot een parochie. Hierdoor raakte hij bevriend met bisschop Tiny Muskens van Breda. Bij Saeijs' afscheid als HID, in 1999, noemde Muskens hem een titan: 'Iemand die op onstuimige wijze stormloopt tegen de heersende opvattingen.'

Saeijs laat de essaybundel Weg van Water na, en zijn biografie, Stormloper in een Delta, door ex-collega Leo Santbergen opgetekend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.