Ontoegankelijke Björk nog ontoegankelijker

Björk: The Music From Drawing Restraint 9. Universal...

Gijsbert Kamer

In het meeste recente nummer van het tijdschrift The Wire, het Britse platform voor niet meeneuriebare muziek, worden twee pagina's ingeruimd voor Björk, die zelf haar nieuwste plaat mag analyseren. Dat is wel nodig, want zonder enig houvast naar haar nieuwe plaat gaan luisteren leidt tot grenzeloze irritatie of anders een schaterlach. Het betreft een soundtrack bij een door haar man, beeldend kunstenaar Matthew Barney, in opdracht van de Japanse overheid gemaakte film. Een verzameling non-lineaire vertellingen, zo lezen wij, die Björk heeft genoopt zichzelf nog verder van toegankelijke popmuziek ter verwijderen dan we van haar gewend waren.

Haar eerdere soundtrack SelmaSongs voor Lars von Triers Dancer In The Dark (2000) klonk als Arbeidsvitaminen vergeleken met déze collectie geluidsfragmenten.

Björk heeft zich laten inspireren door eeuwenoude Japanse muziek, laat zelfs een traditionele Noh-zanger tien minuten zingen, iets dat voor ongeoefende oren overkomt als vals gekerm. Het toegankelijkst is het openingsnummer, maar dat wordt niet door Björk maar door Will Oldham gezongen.

Met popmuziek heeft het niets te maken.

Stars: Set Yourself On Fire. City Slang/V2.

Een van de aardigste Canadese platenlabels is Arts & Crafts, dat hier met bijvoorbeeld Broken Social Scene al enige aandacht kreeg. Leden van dat wonderlijke collectief duiken ook op bij Stars, van wie de laatste cd nu ook in Europa wordt uitgebracht. Zoals veel Canadese pop uit de alternatieve hoek, schiet Stars muzikaal alle kanten op. Van groots orkestraal naar klein timide klinkend. Voorbeelden lijken vooral uit Groot-Brittannië te komen, zo hoor je invloeden van de Delgados, New Order en Saint Etienne.

De zang van Torquil Campbell en Amy Millan is zacht en bijna verontschuldigend, de melodieën zijn sierlijk en de instrumentatie is spannend en meeslepend. Vooral de blazers (hoorn, trompet en trombone) geven de nummers een verrassend rijke klankkleur. Jammer alleen dat het even duurt voordat de plaat echt op gang komt. Sommige stukken klinken net iets te aarzelend en ingehouden. Eind deze maand zal de band in Paradiso revanche nemen op hun door technisch malheur geteisterde show tijdens het Metropolis Festival.

Orange Juice: The Glasgow School. Domino/Munich.

De verzameling vroegste opnamen van het Schotse Orange Juice komt op een goed moment. Glasgow, waar de band eind jaren zeventig geformeerd werd rond de toen nog tiener zijnde Edwyn Collins, staat dankzij Belle And Sebastian en Franz Ferdinand muzikaal weer volop in de belangstelling. Ook neemt de geschiedenis van de band en vooral het platenlabel Postcard, waarop hun eerste single verscheen, een prominente plaats in in Simon Reynolds’ standaardwerk over postpunk Rip It Up And Start Again, waarvoor hij de titel ontleende aan een liedje van Orange Juice.

De eerste vier Orange Juice singles, verschenen in 1980 en 1981, zijn nooit opnieuw uitgebracht. Het geluid is brak, maar de intensiteit van de naar goede Velvet Underground-traditie rammelende gitaren is groot. Edwyn Collins (die midden jaren negentig zelf een hit had met het ijzersterke A Girl Like You) had toen al een soulvol stemgeluid. En juist die combinatie van romantiek en rammelen maakte Orange Juice bijzonder.

Naast de vier eerste singles is hier ook (opnieuw weliswaar) de indertijd nooit uitgebrachte debuutelpee integraal opgenomen. Historisch belangrijk materiaal en bij vlagen nog altijd erg goed. Alleen het krakkemikkige geluid is beslist even wennen.

Gijsbert Kamer

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden