Onthutsend potje van Jahu - Varik

Van alle relevante partijen waarin de kettingstelling centraal staat, is Lieubray 7 Labouret 1922 niet alleen de oudste maar mijns inziens ook de interessantste, omdat de in de openingsfase geformeerde kettingstelling pas in een laat stadium (na 33 zetten in een 13x13 stand) verbroken wordt....

En als Lieubray op de 30e zet niet had misgetast, waren er varianten denkbaar geweest waarin de kettingstelling na 37 of 38 zetten, in een 12x12 of zelfs 11x11 stand, van het bord zou zijn verdwenen! Waarbij het vaak niet de 'opgeslotene' maar de 'opsluiter' was die de spanning moest opheffen en daarvoor de (positionele) rekening gepresenteerd kreeg; zie het fraaie, aan Keller-Roozenburg 1948 herinnerende 'mat-beeld' uit de voorlaatste alinea van de vorige rubriek.

Op mijn speurtocht naar geschikte praktijkvoorbeelden heb ik wel meer partijen gevonden waarin de kettingstelling tot diep in het middenspel intact bleef. Maar de eerlijkheid gebiedt te erkennen dat de meeste van die partijen het qua niveau niet hálen bij Lieubray - Labouret 1922. En omdat het oog ook wat wil, heb ik besloten de lezer er nìet mee lastig te vallen.

Op één uitzondering na. Die uitzondering betreft een partijtje dat twee jaar geleden in Estland gespeeld werd en dat op onthutsende wijze illustreert hoeveel moeite sommige spelers hebben met de thematische wendingen die in zowel positioneel als tactisch opzicht hun stempel drukken op dit specifieke speltype.

Met 'onthutsend' zeg ik geen woord te veel: zelfs bij een milde beoordeling van de fase tussen de 17e en 30e zet kom ik op een totaal van zeven, vaak bijzonder ernstige fouten! Maar hoe bedenkelijk het niveau van onderstaand duel ook moge zijn - onderhoudend en leerzaam is het wél.

Jahu - Varik (Estland 1999)

1.32-28 18-22 2.37-32 12-18 3.41-37 7-12 4.46-41 1-7 5.34-29 20-24 6.29x20 14x25 7.39-34 10-14 8.44-39 14-20 9.50-44 20-24 10.32-27 4-10 11.34-30 25x34 12.40x20 15x24

Hier dringt zich de vergelijking op met Heusdens - H. Jansen 2001, de opwindende NK-partij die ik drie weken geleden besprak en die de aanleiding vormde voor deze serie. Alleen stond bij Heusdens schijf 2 op veld 4 en 10 al op 14.

13.45-40 10-15 14.40-34 15-20 15.34-30! 20-25 16.38-32! 25x34 17.39x30 5-10?

Maar wat Heusdens wél begreep, begrijpt Varik niet: om te overleven moet zwart tot elke prijs 17...19-23(!) doen.

18.43-39 10-15 19.48-43?

Maar de witspeler profiteert niet. Met 19.30-25! kon hij materiaalwinst afdwingen; een enkel voorbeeldje: 19...16-21 20.27x16 15-20 21.25x23 18x27 22.48-43! 22x33 23.31x22! 17x28 24.43-38 enz. +.

19...19-23(!)

Nu ziet de zwartspeler het wél.

20.30x19(!) 23x14 21.42-38 14-20 22.47-42 13-19 23.39-34 8-13 24.43-39 2-8 25.49-43 20-25?

Hierna kan zwart niet meer aan verlies ontsnappen. Daarentegen was zijn stelling na 25...19-24(!) nog prima verdedigbaar geweest.

26.34-30! 25x34 27.39x30 19-24(??)

Ook na 27...15-20 28.43-39! was zwart zijn positionele moeilijkheden niet meer te boven gekomen; men zie: 28...20-25 29.30-24! 19x30 30.35x24 9-14 31.24-20! 13-19 (of 31...3-9 32.20-15! 13-19 33.15-10! en 34.33-29 enz. met dam) 32.20x9 3x14 33.28-23! 19x28 34.32x23 18x29 35.27x18! 12x23 36.33x24 met de dubbele dreiging 37.24-19 + en 37.24-20 +. Maar de tekstzet stelt wit zelfs in de gelegenheid de partij te beslissen:

28.30x19 13x24

Zie diagram 1

29.43-39??

Maar Jahu ziet het evenmin. 29.28-23!! en 31.33-28 had een volle schijf gewonnen!

29...15-20?

Een nieuwe misgreep. Na 29...9-14! 30.39-34 14-20! waren alle kansen aan zwart geweest! Twee voorbeeldjes:

1) 31.34-29 17-21!! (sterker nog dan het eveneens voordelige 31...20-25 32.29x20 15x24 33.28-23 en 35.33-28 enz.) 32.28x26 18-22 33.27x18 12x34 34.33-29* 34x23 met een beslissende vleugelaanval na 35/36...24-30! enz.

2) 31.44-40 20-25! 32.33-29 (32.31-26? 22x31 33.36x27 25-30!! gevolgd door 34...24-29! en 35...17-21 enz. +) 32...22x33 33.29x20 25x14 34.38x29 18-23! 35.29x18 12x23 en wit kampt op alle bordvlakken met levensgrote problemen!

30.28-23?

Verleidelijk doch niet de sterkste. Na gewoon 30.39-34! had wit weer op winst gestaan. Het beste voor zwart is nog 30...9-13 31.34-29! 3-9 32.29-23! 18x29 33.27x18 13x22 34.35-30 24x35 35.33x15 22x33 36.38x29 9-14, maar het lijdt geen twijfel dat wit winnend voordeel heeft.

30...18x29 31.27x18 12x23 32.35-30 24x35 33.33x15 9-14

De rest van de partij is voor ons niet meer zo relevant. Na nog acht zetten (waarbinnen de kansen overigens opnieuw zouden wisselen!) kwamen Jahu en Varik remise overeen.

Ik sluit dit artikel af met een partij waarbij de ?-toets van mijn tekstverwerker heel wat minder slijtage-gevaar loopt. Weliswaar betreft het géén partij waarin de kettingstelling vanaf de opening centraal staat: pas rond de 25ste zet krijgt de spelvorm definitief gestalte. Maar de manier waarop Alexander Baljakin de mogelijkheden van de late kettingstelling weet te benutten, is beslist instructief. Hetzelfde geldt voor het klassieke afspel dat de Wit-Russische grootmeester, na een afgedwongen decorwisseling, geruisloos in winst omzet.

Baljakin - H. Robben (Nijmegen 1991)

1.32-28 18-23 2.33-29 23x32 3.37x28 17-22 4.28x17 11x22 5.39-33 12-18 6.44-39 7-12 7.50-44 19-23 8.35-30 1-7 9.41-37 14-19 10.40-35 10-14 11.30-25 7-11 12.46-41 12-17 13.44-40 4-10 14.49-44 2-7 15.31-27 22x31 16.36x27 17-22 17.37-31 7-12 18.41-36 12-17 19.47-41 17-21 20.42-37 21x32 21.37x17 11x22 22.31-26 19-24 23.48-42!?

Laat de formering van een kettingstelling toe.

23...14-19 24.25x14 9x20 25.41-37 10-14?

Mogelijk al de beslissende fout. Na 25...8-12(!) had wit niet beter gehad dan te vereenvoudigen met 26.33-28 enz., daar 26.37-31?! te hoog gegrepen is vanwege 26...12-17! 27.31-27 (27.38-32? 24-30!! enz.) 27...22x31 28.36x27 17-22! 29.38-32 22x31 30.26x37 16-21! enz.

26.37-31! 5-10 27.31-27! 22x31 28.36x27! 3-9

Zie diagram 2

29.38-32 8-12

Zónder stukken op 6 en 42 figureerde dezelfde stelling in één van de analyse-varianten uit Lieubray-Labouret 1922! Toen zou de remise-afwikkeling (37.)26-21! 12-17! enz. zijn gevolgd, maar onder de gegeven omstandigheden mag wit op méér hopen:

30.43-38! 24-30

Hierna wordt zwart met onoplosbare problemen geconfronteerd. Daarom was 30...6-11 31.27-22 enz. taaier geweest, al twijfel ik er niet aan dat wit na 34.42-37! 27-31 35.26-21 31x42 36.38x47 eveneens goede winstkansen zou hebben gekregen.

31.34x25(!) 23x43 32.38x49 20-24 33.49-43 12-17 34.43-38 17-22 35.44-39 22x31 36.26x37 19-23 37.32-27 14-19 38.37-32 6-11 39.33-28 10-14 40.42-37 15-20 41.39-33 23-29 42.40-34 29x40 43.35x44 18-23 44.44-39 11-17 45.37-31 13-18 46.31-26 9-13 47.45-40

Zwart geeft het op.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden