Onthullend

Op heel eigen wijze leggen twee nieuwe boeken manipulaties van de fotograaf bloot. Schokkend soms, maar ook vrolijkmakend.

Zo oud als de fotografie is het misbruik van het medium om de waarheid geweld aan te doen. Het vermeende beeld van de werkelijkheid wordt, zo blijkt maar weer eens uit het boek Kijken zonder zien van de Vlaamse historicus en ethicus Gie van den Berghe, vooral bij conflicten schaamteloos gebruikt ten bate van degene die het zich kan veroorloven de foto naar zijn hand te zetten.


Een persfoto toont nooit de waarheid, maar altijd een interpretatie van de werkelijkheid. Dat mag in de fotojournalistiek een open deur van jewelste zijn. Maar Van den Berghe toont in zijn boek voorbeelden van manipulatie en leugenachtigheid die zo frappant zijn, dat ze je aan het schrikken maken. En het zijn wel veel, maar echt niet alleen beelden uit de verdoemde sferen van dictators als Hitler en Stalin, notoire boegbeelden van ook in fotografisch opzicht leugenachtige regimes.


Van den Berghe heeft voor de totstandkoming van zijn boek uitgebreid bronnenonderzoek gedaan en zo talrijke vaak even spannende als ontluisterende verhalen achter de totstandkoming van foto-iconen genoteerd - en van de manier waarop al dan niet gecensureerde media daarmee op de loop zijn gegaan.


Kijken zonder zien is van groot belang voor de geschiedschrijving, ook omdat iedereen die het boek inkijkt zal moeten erkennen dat zijn eigen geheugen en interpretatie van historische gebeurtenissen en de bijbehorende foto's vaak minder solide is dan hij voor mogelijk had gehouden.


Neem bijvoorbeeld de beroemde foto uit 1972 van AP-fotograaf Nick Ut van een krijsend Vietnamees meisje dat naakt over een weg rent nadat ze zware brandwonden heeft opgelopen bij een vergissingsbombardement met napalm. Het beeld groeide uit tot een aanklacht tegen de oorlog van de Amerikanen tegen het communisme in Zuidoost-Azië.


De historicus analyseert hoe zowel media als activisten de foto gebruikten zoals het hen uitkwam. Zo wordt de foto vaak dusdanig 'versneden' dat het lijkt alsof het meisje, en enkele met haar meerennende kinderen, worden achtervolgd door een paar soldaten op de achtergrond.


Wanneer de gehele opname zichtbaar is, en dus ook de context, ontstaat een andere werkelijkheid. Niet minder gruwelijk - het leed van het meisje is onmiskenbaar - maar wel minder eenduidig. Zo loopt rechts op de oorspronkelijke foto een persfotograaf die in alle kalmte een nieuw filmpje in zijn toestel doet. De soldaten die op de uitsnede zo dreigend ogen, sjokken achter de kinderen aan.


Op andere foto's van dezelfde situatie - van andere fotografen - blijkt dat er veel fotografen rondliepen. Die werden in de krantenpublicaties van het napalmincident zo min mogelijk getoond, waarschijnlijk om niet het stereotype beeld van oorlogsfotografen als aasgieren van menselijk leed te benadrukken. Ook de tot World Press Photo van 1972 uitgeroepen afdruk toont de 'herladende' fotograaf niet.


Van den Berghe fileert de preutsheid van de Amerikaanse media. Er gingen geruchten dat een schaduw tussen de beentjes van het naakte meisje moest worden weggewerkt, omdat anders de krantenlezer eens mocht denken te worden geconfronteerd met de aanblik van schaamhaar. In werkelijkheid, schrijft Van den Berghe, werd de schaamstreek juist donkerder gemaakt, omdat anders een spleetje in de onderbuik te zien zou zijn.


Een andere kwestie die Van den Berghe uitvoerig belicht, is die van de historische foto van een joods jongetje dat, onder dreiging van een SS'er, met de handen omhoog wordt weggevoerd uit het getto van Warschau in 1943. Menigeen zal die foto beschouwen als een van de schrijnendste aanklachten tegen het nazisme.


Van den Berghe toont aan dat de bekend geworden foto van het jongetje in wezen een simplificatie is. Als je de afdruk van het hele negatief ziet, blijkt dat het jongetje deel uitmaakt van een grote groep joden die worden afgevoerd. Op dat beeld zie je ook beter dat de SS'er zijn geweer niet op hem richt, zelfs niet in zijn richting houdt. Hoe pijnlijk dat de andere vijftien, twintig afgevoerde joden blijkbaar moesten wijken om de zeggingskracht, de simpele tegenstelling tussen onschuldig kind en gewapend kwaad, te benadrukken.


Het verhaal achter de totstandkoming van de foto, die vol mededogen lijkt, is overigens nog ontluisterender. De foto maakt deel uit van het zogenoemde Strooprapport, waarmee SS-generaal Jürgen Stroop in woord en beeld het succes van de Entlösung vastlegde. Stroops superieur wilde het rapport over de vernietiging van het joodse getto in Warschau cadeau doen aan Himmler. Na de oorlog werd het nog onbekende rapport door de Amerikanen aangetroffen in de woning van de SS'er.


Van den Berghe behandelt de verhalen achter vijftien historische foto's - regelrecht leugenachtige en toch vrolijkmakende, zoals het met de retouche verdonkeremanen van een asbak op de tafel van fanatiek niet-roker Hitler, tot historische enscenering van een executie, zoals al gebeurde bij de opstand van de Parijse commune in 1871.


Gelijk met het uitkomen van Kijken zonder zien brengt het beroemde fotoagentschap Magnum het lijvige en met 95 euro ook prijzige Contactafdrukken uit, dat op een mooie manier aansluit bij Van den Berghes hardnekkige zoektocht naar de werkelijkheid achter als bekend veronderstelde beelden. Het Magnum-boek toont een groot aantal beelden van zijn beste fotografen - (Magnum-oprichter) Robert Capa, Susan Meiselas, Chris Steele-Perkins, Ian Berry, Raymond Depardon, om er enkele te noemen - en daarbij de contactafdrukken van het filmpje waarop ook die ene, door de maker als de beste geselecteerde.


Contactafdrukken zijn een op een afdrukken van de negatieven. Vaak krasten en krabbelden de fotografen er bij het selectieproces op, aldus de mindere weg te strepen (streep erdoor) of de eerste keuze te omcirkelen.


Het boek biedt prachtig inzicht in de blik van de fotograaf, omdat je vaak kunt zien wat er vooraf ging aan, of welk standpunt hij innam voordat hij de beste selecteerde voor publicatie. De lezer kijkt als het ware over de schouder van de fotograaf heen en krijgt en passant inzicht in de complexiteit van situaties. Aldus legt Magnum een vorm van verantwoording af, wat de betrouwbaarheid van de foto's ten goed komt.


Contactafdrukken kan tevens worden beschouwd als een requiem voor de analoge fotografie. Digitale fotografie heeft de fimpjes in de persfotografie geheel verdrongen. Het negatief is geschiedenis geworden. Controle op het werk van persfotografen is daarmee in technisch opzicht nog moeilijker geworden.


Meekijken


Magnum Contactafdrukken: 139 contactafdrukken van 69 fotografen, met talrijke detailopnamen, afdrukken uit tijdschriften en commentaar van fotografen zelf en experts. 508 pagina's. Nederlandse uitgave, Thoth. 95 euro. ISBN 978 90 77 699 12 6


Kijken zonder zien, omgaan met historische foto's. Gie van den Berghe. 205 pagina's. Uitgeverij Pelckmans, 34,50 euro. ISBN 978 90 289 6252 1


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden