interviewMourad

Onterecht gearresteerde terreurverdachte: ik draag nu het stempel ‘terrorist’

null Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Mourad (27) en zijn 23-jarige broer werden maandag door antiterreureenheden gearresteerd en 36 uur lang vastgehouden op verdenking van betrokkenheid bij de aanslag in Utrecht. Ze zijn vrijgelaten én vrijgepleit van enige verdenking. Maar daarmee is de ellende nog niet voorbij.

Als ‘Mourad’ maandagavond in zijn cel hoort dat ook zijn broertje is opgepakt op verdenking van terrorisme, barst hij in huilen uit. Tot op dat moment ging het redelijk. Even volhouden en meewerken, dacht Mourad, dan zien ze heus wel dat ze de verkeerde hebben. Maar als hij na een eerste verhoor wordt overgebracht naar een andere cel, en zijn familie betrokken raakt, denkt hij: shit, ze denken echt dat ik een terrorist ben!

Wippend op het puntje van zijn stoel vertelt Mourad (niet zijn echte naam) vrijdagmiddag hoe zijn broer en hij deze week werden meegesleurd in de klopjacht op de verdachte van de aanslag in Utrecht. Hij is behoorlijk aangeslagen, dat durft hij best te zeggen. Je kunt nog zo’n stoere jongen zijn, als je volledig onschuldig wordt verdacht van ‘moord met een terroristisch oogmerk’, dan gaat je dat niet in de koude kleren zitten.

Erger nog: in zijn omgeving voelt hij hoeveel mensen nog steeds twijfelen aan hun onschuld, ook al zijn ze vrijgelaten en worden ze nadrukkelijk niet langer verdacht. ‘Terrorist’, roepen ze naar hem en zijn familieleden. Een grapje misschien, maar hij kan er niet om lachen.

Mourad, een lange, tengere Marokkaans-Nederlandse jongen van 27, wordt maandagochtend om half twaalf wakker, checkt zijn telefoon, en schrikt zich net als iedere andere Utrechter kapot. Hij komt uit de wijk Kanaleneiland, waar Gökmen T. vlak daarvoor in een tram drie mensen doodschoot en drie anderen ernstig verwondde. Zijn oma woont er nog, zijn zusje pakt vaak de tramlijn waar de schietpartij plaatsvond, dus ook Mourad denkt: ik hoop dat iedereen oké is.

Als hij de gordijnen opentrekt in de benedenwoning in de wijk Ondiep, bijna 4 kilometer van de rampplek, ziet hij dat zijn straat volstaat met tot de tanden bewapende antiterreureenheden, de Dienst Speciale Interventies. De auto waarin de vermoedelijke aanslagpleger na zijn daad vluchtte, is om de hoek gevonden. Aanvankelijk zijn de politiecommando’s vriendelijk: ze spreken met alle bewoners, en Mourad mag zelfs zijn zusje van school halen. Maar als hij terugkomt, wordt hij gearresteerd.

Bloemetje kopen

Achteraf snapt Mourad best waarom ze bij hem terechtkwamen. Het is allemaal nogal toevallig: zijn oma woont in dezelfde straat als de moeder van de hoofdverdachte, in Kanaleneiland waar Mourad net als de vermoedelijke dader is opgegroeid. De vluchtauto werd op twintig meter van zijn huidige huis gevonden, aan de andere kant van Utrecht, en vervolgens sloeg de politiehond ook nog eens aan bij zijn voordeur. En hij heeft een strafblad, voor kleine diefstallen in zijn jeugd – tegenwoordig werkt hij keurig bij zijn vader in het bedrijf.

‘Misschien dacht de politie daarom dat ik hem had geholpen bij zijn vlucht na de schietpartij’, zegt Mourad nu. ‘Ze wilden weten wat ik van die rode auto wist, lieten me een foto zien van de verdachte en vroegen: ken je hem? Ik zei: dat is de buurtgek. Ik heb hem weleens zien lopen, maar ken hem verder niet.’

‘Ze hebben me buitengezet in een gevangenisoverall, zonder mijn spullen en kleren.’ Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
‘Ze hebben me buitengezet in een gevangenisoverall, zonder mijn spullen en kleren.’Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

Mourad denkt aanvankelijk dat de politie snel zal beseffen dat hij niets met die aanslag te maken heeft. Maar tot zijn verbazing wordt hij dinsdagochtend na een tweede verhoor in zijn cel in beperkingen gezet, wat betekent dat hij behalve met zijn advocaat geen contact meer mag hebben met de buitenwereld. Weer wordt hij uitgebreid verhoord, nu door andere rechercheurs. ‘Ze probeerden iets uit me te krijgen dat er niet was.’

Dinsdagavond tegen tien uur, als hij net in slaap is gevallen, slaat de intercom in zijn cel plotseling aan: ‘Aankleden, je mag weg’. Hij is opgelucht, maar inmiddels ook verbijsterd over wat er daarna gebeurt.

‘Ze hebben me buitengezet in een gevangenisoverall, zonder mijn spullen en kleren, zonder een seponering of een ander bewijs dat ik niet langer verdacht word. Ik kan mijn huis niet meer in omdat de buren bang voor me zijn, de woningbouwvereniging wil ons weg hebben, en mijn 10-jarige zusje kwam vandaag huilend thuis omdat iemand bij de bakker haar voor ‘terrorist’ uitmaakte. Waarom helpt de politie niet om haar fout goed te maken? Waarom klopt er geen wijkagent aan bij mijn buren om te zeggen dat ik echt niks heb gedaan?’

En nu? Wat gaat hij doen? ‘Een bloemetje kopen’, zegt Mourad, terwijl hij opstaat. ‘En dan met de stille tocht meelopen.’

En eigenlijk zou hij ook graag met de familieleden van de overledenen willen praten. Zodat ook zij weten dat hij en zijn broertje er écht niks mee te maken hebben. En om te laten zien dat ook hij het heel erg vindt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden