Ontembare lust

JARENLANG leek de Duitstalige literatuur muurvast te zitten. Met uitzondering van an mensen als Patrick Süskind (Das Parfüm) en Bernhard Schlink (Der Vorleser) slaagden nieuwe auteurs er nauwelijks in om uit de schaduw van literaire reuzen als Heinrich Böll, Günter Grass en Ingeborg Bachmann te treden....

Hans-Ulrich Treichel wordt als een van de grootste talenten van deze nieuwe literatuur beschouwd. Tot zes jaar geleden publiceerde de nu 35-jarige literatuurwetenschapper vooral gedichten. In 1998 verscheen De Verlorene, een prachtige novelle over de emotionele armoede van een gezin in de jaren vijftig, geschreven vanuit het perspectief van een kind. Het boek werd een internationaal succes; het werd in 21 talen vertaald.

De held van Tristanakkoord, Treichels tweede roman, is een jonge onzekere man, net als in De goddeloze Amor, zijn meest recente boek. Bij deze roman gaat het duidelijk niet om de plot, maar om de luchtige, onderhoudende manier van schrijven.

Der irdische Amor speelt in de jaren tachtig. Hoofdfiguur Albert is een Berlijnse student kunstgeschiedenis die sinds hij kan denken op voet van oorlog staat met het leven. Als puber las hij veel Kropotkin, de Russische anarchist-communist, die zijn leven wijdde aan theorieën over sociale gerechtigheid. Maar Kropotkin schreef ook over dieren. Hij had bijvoorbeeld een verklaring voor het feit dat er zo weinig valken en zo veel eenden zijn, hoewel valken kunnen vliegen en jagen, en eenden alleen maar zwemmen en waggelen. Maar eenden helpen elkaar, terwijl valken dat niet in hun hoofd halen. Het resultaat is dat valken een kleine minderheid vormen en eenden een wereldwijd 'netwerk'. Niks survival of the fittest. Kropotkin riep de mensen op om elkaar altijd te helpen.

Een beetje hulp had de pechvogel Albert ook wel kunnen gebruiken. Maar in het hele boek duikt er niemand op die deze rol op zich wil nemen. Hij is eenzaam, deze Albert, en zijn ontembare geslachtsdrift maakt het er niet makkelijker op.

Zijn eerste liefdeservaring, met Katharina, die op dezelfde kostschool zit als hij, is veelbelovend. Ze vrijen in het bosje naast de school en Albert voelt zich een gelukkig bosmens in Oost-Hessen. De herfstkou maakt abrupt een einde aan hun afspraakjes; de nieuwe ontmoetingsplaats wordt de eetzaal. Albert en Katharina zitten avondenlang op kunstleren bezoekersstoelen, begeleid door het gebrom van de drankautomaat. Als de conservatieve ouders van Katharina zich ook nog met het jonge stel gaan bemoeien, eindigt de eerste liefde snel. Je kunt de puber-ellende haast horen, zien en ruiken.

Albert blijft gefascineerd door vrijwel alle vrouwen, maar het veroveren gaat hem slecht af. Ook zijn studie kunstgeschiedenis wil niet vlotten. Na een mislukte poging om in Rome te gaan studeren, keert hij gedesillusioneerd terug naar Berlijn. Zijn intellectueel geworstel leidt tot geslaagde kunstsatirische scènes. Hij wil afstuderen op Caravaggio's amore vincitore, de zegevierende Amor. Deze lieftallige blote jongeling met vleugels blaakt van zelfvertrouwen, een eigenschap die Albert volledig moet missen. Voor hem is niets vanzelfsprekend; vol verbazing en als een buitenstaander kijkt hij naar zichzelf en de wereld.

Treichel wisselt actuele gebeurtenissen af met terugblikken. Hij schrijft met veel ironie, maar wordt nergens cynisch. Door de genegenheid waarmee hij zijn figuren neerzet kweekt hij begrip: al faalt Albert in bijna alles, je kijkt als lezer niet op hem neer.

In een louche Berlijnse bar vol Italiaanse valsspelers ontmoet hij de Sardische schoonheid Elena, die behalve mooi vooral gesloten is. Het contrast tussen Alberts studentenwereld en het licht criminele milieu waarin Elena zich beweegt, levert mooie beelden op. Treichel speelt met tegenstellingen en laat graag zien dat veel dingen anders zijn dan ze lijken.

Via Elena komt Albert uiteindelijk opnieuw in Italië terecht. Zij wil een schoonheidssalon in haar geboorteplaats Carbonia beginnen en Albert mag mee. Carbonia blijkt het tegendeel van een schilderachtig Italiaans dorp te zijn. Eigenlijk beseft Albert dat hij al vanaf het eerste moment dat hij Elena's studio annex huiskamer binnenkwam, een spandoek in zijn hersens had zien wapperen met de tekst: 'Ik wil nooit van mijn leven in een Sardische schoonheidssalon wonen.' Maar ja, in Alberts hoofd wapperen constant zinnen, hij kan er onmogelijk elke keer naar luisteren. Moet je soms wel doen, blijkt maar weer.

Albert ziet Elena plotseling totaal anders, in haar eigen omgeving is zij niet meer de mysterieuze femme fatale; ze heeft haar diploma voor schoonheidsspecialiste ingelijst en draagt op het strand een soort kiel. Bovendien heeft hij tijdens een uitje de geologiestudente Klara (in bikini) leren kennen en hij verheugt zich op een nieuw avontuur.

Albert heeft niets geleerd, waarschijnlijk zal hij op deze manier nog jaren aanrommelen en de ene teleurstelling na de andere te verduren krijgen. En geen mens of eend in de buurt om hem het licht te laten zien. De aarde is waarachtig onverbiddelijk voor deze onnozele hals vol hemelse verlangens.

Treichel beschrijft Alberts strijd virtuoos en geestig. Daardoor lijkt het misschien allemaal wat minder erg dan het is. Dat is een keuze, en geen tekortkoming van de roman: De goddeloze Amor is geen diepte-psychologisch werk waarin gedrag wordt uitgelegd. De diepte wordt soms even aangestipt, en dat is genoeg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.