Ontdisneyd

Mime(!) duo Suzan Boogaerdt en Bianca van der Schoot, afgelopen jaar bejubeld (ook door ons) met Bimbo, wil onze te glad gepolijste wereld te lijf. Ze werken aan een nieuwe voorstelling, een soort Fantasia from hell.

VINCENT KOUTERS

'Seks gaat niet meer over zweet. Lelijkheid wordt weggewerkt. Dood en verderf zijn uit den boze.'

Als Suzan Boogaerdt (38) en Bianca van der Schoot (39) ergens van gruwen, dan is het wel de eenheidsworst die ze om zich heen ontwaren. In de moderne beeldcultuur - op televisie, in reclames, in Disney-films - zien ze tot hun spijt nauwelijks nog terug hoe grillig en divers de werkelijkheid is. Alles is gepolijst, glad en lijkt op elkaar.

'Eenheidsworst lijkt de norm. Daardoor raken we vervreemd van onszelf, van onze authentieke behoeften', zegt Van der Schoot. 'Daar willen we onze toeschouwers mee confronteren.'

De twee theatermaaksters zitten uitgerust na verre vakanties (Boogaerdt: 'Brazilië', Van der Schoot: 'Thailand') op het terras van Café Restaurant Amsterdam. Ze hebben een druk seizoen voor de boeg. Eerst hernemen ze hun succesvoorstelling Bimbo op de aanstaande Vlaamse en Nederlandse Theaterfestivals. Dan krijgen ze ook te horen of Bimbo de VSCD Mimeprijs wint. En of Van der Schoot haar nominatie voor de Theo d'Or (voor haar hoofdrol in Oostpools Boiling Frog) verzilvert. Vanaf januari 2013 gaan ze, na elf jaar onder de noemer Boogaerdt/Vanderschoot gewerkt te hebben, deel uitmaken van de vaste artistieke leiding van Toneelgroep Oostpool.

Voor het zover is, maken ze dit najaar nog een nieuwe voorstelling: It's a small world, wat een soort anti-Fantasia moet worden. Oftewel: een verontrustende Disney-performance.

Hiervoor vinden nu de 'knutselweekends' plaats. Met het hele team staan de theatermaaksters papier-maché te maken. Ze willen zoveel mogelijk maskers, rare verlengstukken, pruiken, lichaamsdelen en Mickey-oren hebben voordat ze beginnen met repeteren. Dan pas kijken ze wat werkt.

Dat is hun vaste werkwijze, legt Boogaerdt uit. 'Wij zijn geen conceptuele denkers. Wij zijn dieren. Om een voorstelling te maken, rommelen we eerst een tijdje op de vloer. Daarna proberen we intuïtief wat scènes uit.'

Van der Schoot vertelt dat ze voor It's a small world waren geïnspireerd door beeldend kunstenaar Paul McCarthy, onder meer bekend van Kabouter Buttplug in Rotterdam. 'Hij heeft ook Disney-figuren vertaald naar zijn eigen stijl. Half gesmolten dwergen, Sneeuwwitje in seksuele posen, dat soort dingen. Doordat hij die bekende beelden uit de context haalt en vervormt, ga je met andere ogen naar het origineel kijken.'

Hetzelfde effect hopen de twee in hun performance te bereiken. Ze willen laten zien wat Walt Disney destijds heeft gedaan, namelijk oude sprookjes en volksverhalen navertellen, maar dan ontdaan van alles wat volgens hem grof, lelijk of verderfelijk was. Enkel de gladde, vrolijke kant van die verhalen is overgebleven.

'Dat geeft kinderen een eenzijdig beeld van de werkelijkheid', zegt Van der Schoot. 'Disney viert niet echt de diversiteit.'

Vrolijk

Boogaerdt vertelt over hun regisseur, Sanne van Rijn, die eens in een Walt Disney-park was: 'Op een geven moment werd ze gek van al dat vrolijke. Ze wilde er even uit. Dus ging ze naar de rand van het park, naar de omheining. Maar ook daar was een blauwe lucht op geschilderd. Met paarse bergen en roze gordijnen. Alsof ze in The Truman Show zat!'

Van der Schoot: 'Het is onmogelijk om eraan te ontsnappen. We zitten opgescheept met een kopie van de werkelijke wereld en we kunnen er bijna niet meer achter reiken. Over die worsteling maken wij theater.'

In 2000 studeerde Suzan Boogaerdt af aan de Mime Opleiding in Amsterdam. Dat deed ze met de solovoorstelling Yvonne. Ze werd geregisseerd door Bianca van der Schoot, die er een jaar eerder was afgestudeerd. Vlak daarna richtten ze hun eigen gezelschap Boogaerdt/Vanderschoot op, waarmee ze sindsdien voorstellingen maken. Ook spelen de twee regelmatig in werk van anderen, zoals dat van Moniek Merkx bij Theatergroep Max en dat van Marcus Azzini en Erik Whien bij Oostpool. Met die laatste maakte Van der Schoot het afgelopen seizoen Boiling Frog.

Het thema dat in hun eigen werk prevaleert, is een spel met werkelijkheid en illusie. Van der Schoot herinnert zich dat ze het in Dolly (uit 2003, over een Dolly Parton-look-a-like) al hadden over de vraag of iemand zichzelf kan zijn op een podium. In Martha loves George (2009, geïnspireerd op Who's afraid of Virginia Woolf?) lichtten ze ook het spel met de illusie uit het stuk. In Bimbo is het thema toegespitst op het bedenkelijke vrouwbeeld in videoclips. It's a Small World gaat over de wereld als pretpark.

'We beginnen altijd met een vraag', zegt Van der Schoot. Die vraag kan voortkomen uit persoonlijke verwarring, zoals bij Bimbo het geval was. 'Ik had een keer mijn benen niet geschoren en toen vroeg een jongen: 'Is dit een statement?' Nee. Maar voor hem kennelijk wel. Dat vond ik erg. Maar ik ging me ook afvragen of ik niet gewoon ouder word en niet moet zeiken. Misschien is het helemaal niet raar dat meisjes van 16 zich afvragen of ze hun schaamlippen moeten corrigeren of plastische chirurgie overwegen. Ik scheer ook mijn okselharen en ooit vonden onze moeders dat heel erg. Moet ik meegaan met mijn tijd of is er iets wezenlijks veranderd? Zijn we verdwaald?'

Deze vragen leidden uiteindelijk tot Bimbo. Hierin laten ze zien hoe de wereld eruit zou hebben gezien als de wereld een grote, eindeloze videoclip van Beyoncé was. Luidruchtig en eentonig dus. Maar net zoals McCarthy zijn Disney-figuren vervormt, wordt ook deze videoclip langzaamaan steeds grotesker. Met enge maskers, pruiken en vloeistoffen maken ze er een horrorshow van, waarmee ze een duistere keerzijde van de eenheidsworst tonen.

Ze zijn het erover eens dat Bimbo, meer dan hun eerdere werk, een uitgesproken voorstelling is. Boogaerdt noemt het een stap in hun ontwikkeling. 'We hadden dit keer één beeld en hebben dat uitgewerkt. Zonder te relativeren, zoals we normaal deden. Ik dacht: mensen gaan dit strontvervelend vinden, of fantastisch.'

Van der Schoot: 'De voorstelling is een ervaring. Als je daar geen zin in hebt, heb je een zware tijd.'

'Het is een statement waar we trots op zijn. Nu willen we met Bimbo de rest van wereld veroveren.'

Conceptuele denker

Die ambitie kunnen ze vanaf volgend jaar onder de vlag van de Arnhemse Toneelgroep Oostpool gaan verwezenlijken. Marcus Azzini, die altijd trouw naar hun voorstellingen komt kijken, wordt de nieuwe artistiek directeur daar.

Het is een logische samenwerking. Boogaerdt: 'Wij zijn die dieren die vanuit chaos en intuïtie theater proberen te maken. We zijn weleens te laat gaan kijken wat al die leuk bedachte scènes samen te zeggen hadden. Daarvoor zochten we een conceptuele denker, een hoofd.'

Ze vonden een hoofd in regisseur Erik Whien bij Oostpool, met wie ze toen Tweede Natuur maakten op Oerol. Maar Whien vertrekt nu en laat de leiding aan Azzini over.

Ze vinden het 'dapper' dat Azzini hen in zijn artistieke team vroeg. Van der Schoot vroeg hem op de man af wat Oostpool eigenlijk met hen moet. 'Zo'n gezelschap moet toch vooral repertoire spelen en in de grote zaal? Dat doen wij niet. Voor ons kiezen, is niet kiezen voor het veiligste.'

Dat bleek precies de reden waarom ze zijn gevraagd. Van der Schoot: 'Wij worden radicaler. Dat hebben we ook zo gezegd in de onderhandelingen. Iedereen was het er al snel over eens dat deze tijd juist vraagt om duidelijke statements. Ik denk dat theatermakers die subsidie krijgen daar ook verantwoordelijk voor zijn. Om op zoek te gaan naar de randen.'

De Raad voor Cultuur subsidieerde Oostpool als een van de vier grote theatergezelschappen, ten koste van Het Zuidelijk Toneel en De Utrechtse Spelen. Boogaerdt: 'Ik heb het gevoel dat de Raad daarmee het experiment steunt. Tegelijk kun je het interpreteren als een uitspraak over de knieval voor het grote publiek.'

Ze zijn er ook trots op ze de mime mogen vertegenwoordigen in een van de acht stadsgezelschappen. 'Wij werken veel met mensen uit de mime, zoals stagiaires van onze opleiding. De mime heeft nu een duidelijke poot in de basisinfrastructuur. Dat is een verantwoordelijkheid die wij graag dragen.'

Mimespelers in Nederland voelen zich nogal eens het ondergeschoven kindje. Het eerste wat Van der Schoot, live op de radio, uitriep toen ze hoorde dat ze genomineerd was voor een Theo d'Or: 'Maar ik kom van de Mime Opleiding!' Ze had er direct spijt van. 'Maar het is nu eenmaal zeldzaam dat er mensen van onze opleiding in dat prijzencircus zitten. Nu zijn Marlies Heuer en ik samen genomineerd. Ik vind het een ode aan de mime.'

De vraag of hun allengs radicaler wordende mimevoorstellingen niet al het Arnhemse Oostpoolpubliek in een klap zullen wegjagen, wuiven ze weg. Boogaerdt: 'Er zal goed duidelijk gemaakt gaan worden dat onze voorstellingen anders zijn dan die van Marcus Azzini of Joeri Vos. Ook toen Marcus en Erik Oostpool overnamen, zijn er mensen gillend weggelopen. Dat hoort bij zo'n verandering. Maar daar zijn ook weer veel, vooral jonge toeschouwers voor teruggekomen.'

Oostpool zal dus geen eenheidsworst gaan produceren. Volgens Van der Schoot praten ze soms over de groep alsof het een circusfamilie is. 'We hebben de trapeze-act, er is een clown en ook een leeuwentemmer. Iedereen kan assisteren bij een ander, maar is verantwoordelijk voor zijn eigen act. Een enkele keer maken we samen een nummer. En soms scheuren we bij elkaar de kaartjes.'

Bimbo: 31/8 en 1/9 op OT Zomerfestival, Rotterdam; 6, 7 en 8/9 op Nederlands Theaterfestival, Amsterdam. It's a small world speelt vanaf 20/11: www.bvds.nu

In 2001 ontstond Toneelgroep Oostpool uit een fusie tussen de Maastrichtse toneelgroep De Federatie en het Arnhemse Theater van het Oosten. Regisseur Rob Ligthert, destijds artistiek leider van De Federatie, ging dit Oostpool leiden. Hij nam zijn vaste schrijver Peer Wittenbols mee. De groep manifesteerde zich nadrukkelijk als het stadsgezelschap voor Arnhem. In 2003 betrokken ze hun eigen theater, Huis Oostpool, vlak bij de Rijn.

In 2009, twee kunstenplannen later, was de koek op en nam Rob Klinkenberg de leiding over. Hij stelde twee vaste huisregisseurs aan: Marcus Azzini (vooral beeldend bewegingstheater) en Erik Whien (vooral teksttheater).

Die laatste is dit jaar weer vertrokken om freelance te gaan werken. Azzini is nu artistiek directeur. Voor het nieuwe kunstenplan verzamelde hij een team om zich heen met daarin de mimers Suzan Boogaerdt en Bianca van der Schoot, schrijver, acteur en regisseur Joeri Vos, dramaturg Rob Klinkenberg en 'jongerenregisseur' Timothy de Gilde.

De Raad voor Cultuur heeft besloten dat Oostpool een van de vier grote stadsgezelschappen wordt en 2,5 miljoen euro subsidie per jaar krijgt. De Raad roemde de 'theaterproducties met een uitgesproken artistieke signatuur' en het feit dat 'de instelling beschikt over een artistiek team dat over het algemeen jong en veelbelovend is.'

De Raad signaleert in de nieuwe plannen 'een frisse benadering van klassiekers, maar ook een specifieke nadruk op mime en bewegingstheater'. Wel wordt opgemerkt dat 'het nieuwe team zich nog voor de grote zaal moet bewijzen'. In januari 2013 gaat het nieuwe Oostpool van start.

Oostpool

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden