Ontdekkingsreis door het nieuwe tennis

Kort na de oplossing van de kwestie-Schapers werd hij in Utrecht gepresenteerd als een zwaargewicht-bestuurder. Willem Maris, zojuist gepensioneerd topman van technologieconcern ASML, werd medio december aangesteld als de nieuwe vice-voorzitter van de tennisbond KNLTB....

In Eindhoven, zijn eigen stad, stapt hij ontspannen rond bij de inleidende schermutselingen van de Davis Cup-interland Nederland - Spanje. Hij heeft niets met de lokale organisatie te maken. Maris wil de handen vrij hebben. 'Luisteren naar de wensen en vragen. Praten met de spelers, de coaches, de privé-trainers. Met een man als Henk van Hulst heeft mijn eigen zoon nog gewerkt. We herkennen elkaar. Zorgen dat we de krachten gaan bundelen.'

Maris was zelf, in een jong leven, een toptennisser. Op zijn achttiende, in 1958, werd Willem Dirk, zoon van de grondlegger van de Delta-werken, bij verrassing kampioen van Nederland. Dat succes herhaalde hij nog vijfmaal, eenmaal in het enkelspel, net zo vaak in het gemengd dubbel en driemaal in het dubbelspel, met generatiegenoot Piet van Eijsden.

'Het was de tijd van de amateurs. Er waren op de wereld acht profs, in dienst van het circus van Jack Kramer. De enige pro's in Nederland waren de trainers. We trainden normaliter drie keer per week. Doordat ik vrijgesteld werd van militaire dienst, heb ik drie keer negen maanden alleen maar getennist.'

Maris, op zijn 22ste in de NK-finale nog te sterk voor jong talent Tom Okker, speelde Davis Cup, met weinig succes. 'Van België en Noorwegen hebben we gewonnen. Mijn staatje is zeventien verloren, vier gewonnen, in zes seizoenen. Niet best.'

Hij mocht reizen op rekening van de bond, speelde zes keer op Wimbledon, 'maar ik tenniste zelfs in Iran dat toen nog Perzië heette'. Hij had een trainer, 'mr H.B.F.J.A. Peters' dreunt Maris op, die elke zondagmiddag twee uur voor hem klaar stond. Hij beleefde zes jaar plezier aan toptennis, voordat hij in 1964 definitief tot het bedrijfsleven toetrad. 'Ik vond dat ik nu aan het eind van die andere loopbaan wel iets zou mogen terugdoen voor het tennis.'

Maris maakt voorlopig een ontdekkingsreis door het vernieuwde tennis. 'Er wordt gekeken wat ik voor de bond allemaal zou kunnen doen. Ik heb een industrieel-commerciële achtergrond. Ik kom uit een bedrijf waar ik aan vierduizend mensen leiding heb gegeven.'

De nieuwbakken tennisbestuurder loopt over van begrip voor eigenzinnige mensen die topsporters per definitie zijn. 'Zo mochten mijn managers ook zijn.' Hij zegt de eigenschappen van proftennissers te kennen. 'Het zijn harde mensen, anders waren ze niet zo ver gekomen. Ze zijn gefocust op één ding. Ik denk niet dat ik dat had gekund.

'Ze zijn zelfstandig en eigenwijs. Ze mogen niet volgzaam zijn, ze moeten eigen ideeën hebben. Dat geeft af en toe conflicten. Maar dat is helemaal niet erg. Het gebeurt nu eenmaal in elke sportbond. De vraag is: hoe manage je dat?'

De tennisbond lag in het najaar met zijn topspelers overhoop. Krajicek en de zijnen wilden afscheid nemen van captain Michiel Schapers. De bond zocht naar wegen om greep te houden op de toppers en zwichtte pas laat voor de aandrang Tjerk Bogtstra aan te stellen.

Het heeft te lang geduurd en te lang 'gesudderd', zegt Maris die de kwestie uit overlevering heeft vernomen. 'Het had eerder op tafel gemoeten.' De aanstelling van Hans Felius als topsportcoördinator is volgens hem daarom een 'heel goede greep. Het is zeker geen showfunctie. Felius moet zaken signaleren, het gesprek met de toppers open houden.'

Een sportbond met zijn vele overlegstructuren is volgens Maris nu eenmaal niet ingesteld op snelle oplossingen. Die zaken frictioneren. 'Je kunt tegen zo'n speler lastig zeggen: over een maand komen we terug. Die wil binnen een uur of een dag uitsluitsel. Die spanning moeten we wegnemen.'

De opvatting dat de tennisbond na de Gouden Generatie in een prestatief dal zal belanden, pareert Maris met aandoenlijke goedgelovigheid. Hij heeft met de opleiders van de bond gesproken, Schapers, De Jong en Felius, en zegt pleasantly surprise te zijn over het jeugdplan.

'Twee jaar geleden is dat reeds ingezien. Het plan is geïmplementeerd. En je ziet nu al dat het aantal Nederlandse jongens en meisjes tot veertien op de wereldranglijst toeneemt. Over een jaar of vijf hebben we weer goede spelers in de tophonderd.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden