Ontdek ter plekke

Van Cothen tot het Sint Pietersplein, televisie maakt ons steeds vaker live deelgenoot van nieuws, of nog geen nieuws. Waarom maakt de erbij-tv zo'n onstuitbare opmars?

Verslaggever Gerri Eickhof staat op het plein voor het Centraal Station in Amsterdam als Sacha de Boer hem in het NOS Journaal een vraag stelt: 'Hoe verloopt het bij het Centraal Station?'


Het is de dag van de inhuldiging en Eickhof zegt een tikje teleurgesteld dat alles tot nu toe eigenlijk heel erg goed is verlopen. 'Ik kan niet anders zeggen.'


Eickhof heeft niet veel te melden. De NOS heeft rekening gehouden met chaos op het station en een verstoorde dienstregeling, maar de drukte valt reuze mee en de treinen rijden keurig op tijd.


De verslaggever van dienst probeert er het beste van te maken. Ging het elk jaar maar zo, verzucht Eickhof. Hij geeft de NS een compliment, 'met de w van welgemeend', maar kan de indruk niet wegnemen dat zijn bijdrage aan de verslaggeving op 30 april volslagen overbodig is.


De verslaggever op locatie die meldt dat er geen nieuws is, of juist wel, is een bekende verschijning geworden. CNN-televisie, wordt het wel genoemd, naar de Amerikaanse zender die in de jaren negentig van live-tv zijn handelsmerk maakte. Het fenomeen is het afgelopen decennium opgerukt en heeft het karakter van de tv-verslaggeving veranderd.


Afgelopen maand zagen televisiekijkers de verslaggevers van nieuwsbulletins en actualiteitenrubrieken twee dagen lang bij het slootje staan waar de broertjes Ruben en Julian waren gevonden. Achter hen was weinig te zien: een zwarte omheining, een witte tent. Soms liepen agenten door het beeld. Toch werd er steeds live geschakeld met Cothen.


Was er al meer duidelijk? 'Het kan nog uren duren', sprak NOS-verslaggever Jeroen Wollaars in het 8-uurjournaal. 'Misschien komt die duidelijkheid vanavond zelfs niet meer.'


Nederland (NOS, RTL) doet inmiddels op grote schaal mee, met twee varianten: de inderhaast ingelaste uitzendingen over grote nieuwsgebeurtenissen, zoals de abdicatieaankondiging van koningin Beatrix of de schietpartij in Alphen, en de korte, rechtstreekse bulletins waarin stukje bij beetje het nieuws wordt gemeld.


Volgens Hans Laroes was CNN de aanjager van een andere manier van denken. Laroes maakte de opmars van live-tv van dichtbij mee. Hij werkte van 1988 tot 2011 bij de NOS en was vanaf 2002 hoofdredacteur van de nieuwssectie van de omroep.


Als 'omslagpunt' noemt hij de dood van Lady Diana in 1997. 'Die gebeurtenis was aanleiding voor een extra uitzending van het NOS Journaal. RTL begon zelfs meteen met uitzenden. Langzamerhand ontstond het gevoel dat tv bij dit soort gebeurtenissen ter plekke moest zijn; niet alleen als brenger van het nieuws, maar ook als drager van de emoties.'


Het zou nog een paar jaar duren voordat live-tv bij grote nieuwsgebeurtenissen een vanzelfsprekendheid zou worden. Op 13 mei 2000 ontstond rond drie uur 's middags brand in de opslagruimte van S.E. Fireworks in Enschede. Het was een brand die, niet veel later, de hele woonwijk Roombeek in Enschede wegvaagde.


De NOS zou pas zes uur later, om negen uur 's avonds, live verslag doen. De commerciële concurrent RTL 5 was sneller, maar paste de programmering ook pas na 5,5 uur aan.


Het waren andere tijden. Toen de hoofdredacteur van het actualiteitenprogramma NOVA destijds de vraag kreeg waarom de ernst van de ontploffing lange tijd niet doordrong in Hilversum, had hij een verklaring die hem tegenwoordig waarschijnlijk zijn baan zou kosten: 'We zijn pas om half zes gebeld door het ANP.'


Zoiets is niet meer denkbaar. De geruchten over een nieuwsgebeurtenis sijpelen al snel via sociale media door. Het ANP- persalarm komt op de tientallen redacties tegelijk binnen via de newsfeed van de persbureaus. Internetredacties maken er snel een nieuwsbericht van, verslaggevers en cameramannen springen in de auto. Nederlanders met een smartphone ontvangen binnen enkele minuten een pushbericht met daarin het breaking news.


Laroes: 'Bij nieuws verwachten de kijkers dat er onmiddellijk wordt begonnen met uitzenden. Daar spelen de redacties van de NOS en RTL op in, om te voorkomen dat ze iets missen.'


Exacte cijfers zijn niet beschikbaar, maar de toename van livetelevisie staat vast, volgens onder meer Laroes. Ook Alexander Pleijter, lector journalistiek aan de Fontys Hogeschool en hoofdredacteur van weblog De Nieuwe Reporter, twijfelt niet.


Hij wijst op het toenemende aantal persconferenties en Kamerdebatten dat live wordt uitgezonden. Volgens Pleijter is het een logische ontwikkeling: 'Journalisten doen graag live verslag. Dat is spannend, je zit boven op het nieuws en je kunt de laatste ontwikkelingen laten zien. Er is zeker ook vraag naar: persconferenties worden goed bekeken en liveblogs op internet doen het ook goed. We willen de hele dag op het nieuws zitten.'


Technologische ontwikkelingen hebben het maken van rechtstreekse tv vergemakkelijkt. Niet iedereen is er even blij mee. In een interview met Het Parool bracht Sacha de Boer, destijds nog frontvrouw van het NOS Journaal, in maart haar aarzelingen onder woorden.


'De techniek is veranderd. We kunnen elk moment live de zender op. Dat maakt kijkers gretiger en presentatoren ongeduldig. Ik merk het ook aan mezelf. Als er een vliegtuig is neergestort, vraag ik meteen: hoezo hebben we daar geen beelden van? De tijd van reflectie is zo veel korter geworden.' Het deed De Boer verlangen naar 'slow journalism', gaf ze toe.


De Deense communicatiewetenschapper Claes de Vreese, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, plaatst ook een kanttekening. 'In de journalistiek en op scholen voor journalistiek wordt veel nadruk gelegd op livereporting. Erbij zijn geeft een groter gevoel van actualiteit. Terwijl het vaak niet meer is dan een gesprekje met een talking head op locatie, die vaak ook nog de eigen correspondent is.'


Waarmee we terug zijn bij talking head Gerrie Eickhof die bij het Centraal Station in Amsterdam meldt dat de treinen op tijd rijden. Uit die categorie zijn er legio voorbeelden. De meerwaarde van een verslaggever die live aan het woord is, is niet altijd even duidelijk.


Soms lijkt de vorm belangrijker dan de inhoud, bijvoorbeeld als Lidwien Gevers (NOS) bij de vindplaats van de lichamen van de dode broertjes vertelt dat de cameraploeg beelden heeft gemaakt van een afwateringsbuis, waarna beelden van de afwateringsbuis worden getoond.


In zijn mediacolumn in De Groene Amsterdammer trekt Rob Wijnberg, erkend strijder tegen hypes en de waan van de dag, deze week ten strijde tegen deze vorm van journalistiek. 'Na de zoveelste verslaggever voor een politiebureau, in een bos of naast een weiland die live in het 8-uurjournaal komt melden dat er vooralsnog geen duidelijkheid is, ga je onvermijdelijk denken: ja hallo, maak me maar weer wakker als ze gevonden zijn.'


Volgens oud-hoofdredacteur van de NOS Laroes is het onvermijdelijk dat een verslaggever soms niet meer kan doen dan beschrijven wat hij ziet - en is daar niets op tegen. Hij wijst er ook op dat de tv-verslaggever een andere werkwijze heeft dan journalisten van dagbladen.


'Een journalist van een krant is op zoek naar een min of meer afgerond verhaal. Bij live-tv is het verhaal niet af. Nieuws is nu eenmaal een proces met een onduidelijke afloop. Als er ergens een bom ontploft, kan een verslaggever in het begin niet veel meer doen dan melden wat hij ziet.'


Het komt vaak voor dat NOS-verslaggever Jeroen Wollaars onvoorbereid - het nieuws is pas net bekend - zijn zegje moet doen voor de camera. Zoals in de ochtend van de vliegtuigramp in Tripoli, waarbij zeventig Nederlanders omkwamen. 'Ik kreeg een sms'je van een kennis', zegt hij. 'Haar ouders zaten in het vliegtuig. Ze wilde weten of ik informatie had.'


Het was ochtend en Wollaars had nog geen nieuws gezien. Toch stond hij binnen een uur live voor de camera op Schiphol. 'Vertel maar wat je te zeggen hebt', riep zijn chef. Terwijl Wollaars omschreef wat hij op de luchthaven zag - nog niet veel - hoorde hij in zijn oortje: 'En blijf doorpraten.'


Is het journalistiek wat hij daar op zo'n moment doet? 'Juist! Het is oerjournalistiek: je omschrijft wat er gebeurt. Jij bent erbij, als getrainde ooggetuige.'


Wollaars verzet zich tegen het beeld dat verslaggevers op locatie vaak weinig te melden hebben. 'Hoe vaak zie je dat nou? Bijna nooit. Vergeet niet dat wij, als de camera uit is, ter plekke onderzoek doen. We praten met ooggetuigen en politiewoordvoerders en krijgen ondertussen informatie van de redactie door.'


Hij krijgt bijval van collega Jeroen Wetzels van concurrent RTL Nieuws. Wetzels wijst er op dat livebeelden niet, zoals vroeger, automatisch betekenen dat er 'groot nieuws' is.


'Het is vaak ook een keuze voor een vorm. Je kunt niet alles in een nieuwsprogramma vanuit de studio laten vertellen. Iemand die op locatie vertelt wat er aan de hand is, draagt bij aan de variëteit van de uitzending.'


Wetzels was een van de verslaggevers bij de vindplaats van de dode broertjes in Cothen. Hoewel hij ter plekke weinig informatie vergaarde, was dat volgens hem de beste plek om het nieuws te verslaan. 'Niet alleen mijn nieuws, maar ook dat van de redactie en van collega's die elders bezig waren. Het kan het beste worden verteld op een plek die relevant is voor het verhaal.'


Naast de beperkte informatiewaarde van het liveverslag is er nog een ander probleem: de snelheid die live-tv veronderstelt, gaat ten koste van de zorgvuldigheid. Waar verslaggevers voorheen uren aan een item konden klussen voordat het getoond werd in het NOS Journaal, is er bij livetelevisie soms nauwelijks tijd en gelegenheid om de feiten te checken.


Wollaars doet zijn uitspraken op basis van gezond verstand: 'Ik beoordeel de informatie van een politiewoordvoerder anders dan die van ooggetuigen. En als het over leven en dood gaat, ligt de lat om het te melden veel hoger. Bij de rellen in Haren gingen er geruchten dat een meisje was doodgedrukt. Dat heb ik niet gebracht.'


Live-tv is nieuws in ontwikkeling, stelt NOS-directeur Jan de Jong. 'Daarom is het logisch dat de aanvankelijk gepresenteerde informatie aan het eind van de dag anders blijkt te zijn. De waarheidsvinding vindt plaats gedurende de uitzending.'


Voormalig NOS-hoofdredacteur Laroes maakt zich meer zorgen over de gretigheid van media bij breaking news. 'Ik hoop dat de journalistiek blijft nadenken over de vraag wat de specifieke eisen zijn die aan liveverslaggeving worden gesteld. Na de schietpartij op een basisschool in Newtown gingen grote Amerikaanse nieuwsorganisaties in de fout omdat ze hun berichtgeving baseerden op Twitter en andere sociale media. Sommige feiten bleken niet te kloppen.'


Laroes pleit voor bezinning: 'Livetelevisie is de top in Hilversum, maar media kunnen best een paar stapjes terugdoen. Het hoeft niet allemaal live.'


De keuze om live op zender te gaan, is op normale nieuwswaarden gebaseerd, zegt De Jong: 'Het gaat om de vragen: zijn er veel Nederlanders bij betrokken, is het hét gesprek van de dag, zijn er grote gevolgen? Ook belangrijk: is er beeld? Dat zou geen reden zijn om het niet te doen, maar beeld is wel belangrijk voor televisie. Er is in de 21ste eeuw veel schaarste, gelukkig behalve aan beeld.'


Niet alleen journalisten lopen volgens De Jong warm voor live verslaggeving; er is ook grote behoefte bij het publiek. 'Er wordt steeds meer verwacht dat wij live op zender gaan bij grote nieuwsgebeurtenissen. Bij de fabrieksbrand in Moerdijk besloten we dat niet te doen; er leken geen gewonden en geen gevaar voor de volksgezondheid te zijn. Toen merkten we aan mails en sociale media dat kijkers vonden dat we live hadden moeten uitzenden.'


De kijkcijfers onderschrijven dat: 2,8 miljoen Nederlanders keken op zondagavond om elf uur naar de persconferentie over de twee broertjes. Toch blijkt uit onderzoek van hoogleraar Claes de Vreese dat kijkers een liveverslag minder waarderen dan een afgeronde reportage. Ook blijft de gepresenteerde informatie minder goed hangen.


Volgens De Vreese is er weinig onderzoek naar hoe dat komt, maar is wel gebleken dat hoe meer beeld en tekst samenvallen, hoe beter mensen informatie onthouden. 'Het statische beeld van een vertellende verslaggever helpt daar niet bij.' Een kanttekening: het onderzoek van De Vreese is uit 2002, een periode waarin kijkers minder gewend waren aan een constante nieuwsstroom via internet.


Technologie heeft ertoe geleid dat livetelevisie steeds makkelijker en daarmee vanzelfsprekender is. Toch is diezelfde techniek ook nog vaak een complicerende factor. RTL-verslaggever Wetzels maakte vorige maand mee dat zijn verslag over de treinramp in het Belgische Wetteren de uitzending niet haalde door een onweersbui.


'Het wolkendek was zo dik dat de verbinding met de satelliet wegviel, vlak voor de uitzending.' Gekozen werd voor een eenvoudig alternatief: een telefonisch verbinding.


RTL huurt de benodigde straalwagens. De NOS heeft er twee, maar het is soms behelpen. Tijdens de schietpartij in Alphen aan den Rijn was een van de auto's op weg naar de vlootdagen in Den Helder. Het voertuig moest snel rechtsomkeert maken.


Binnenkort zijn die zorgen voorbij, denkt NOS-verslaggever Jeroen Wollaars. 'Als 4G overal is uitgerold, hebben we de straalwagens niet meer nodig. Ik heb er laatst al mee geëxperimenteerd: je sluit de camera aan op de laptop en hebt beelden in topkwaliteit.'


Verlaagt dat de drempel om live op zender te gaan verder? 'Dat denk ik wel. Ik hoop op een livenieuwskanaal, zoals CNN. Als zelfs Noorwegen twee livezenders heeft, is het belachelijk dat wij die nog niet hebben.'


NIET BREKEND, GEEN NIEUWS

Er is verzet tegen de wildgroei aan breaking news in Amerika, blijkt uit het promotiefilmpje van de lokale zender WDRB, partner van Fox. 'Je hoort de term breaking news tegenwoordig veel', stelt de zender. 'Het is een marketingtactiek om de kijkers ervan te overtuigen dat een omroep nieuws het snelst brengt.' Maar: 'Dat is een leugen. Het is een marketingtruc. Breaking news is vaak niet brekend en vaak niet eens nieuws.' De zender belooft de kijkers de term breaking news niet meer te gebruiken. 'Wij geloven dat een goede relatie met uw televisie niet begint met een deceptie.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden