Ontbijttechniek

Als ik me ergens Hollander voel, is het bij het ontbijt. Bij het zondagontbijt in Berlijnse, Hamburgse of Münchense cafés, als ik vertwijfeld met m’n lege bord voor de uitgestrekte tafels met schalen, manden, pannen vol vlees, vis, groenten en fruit sta; dampend en geurend, terwijl mijn maag nog nauwelijks...

Ik heb in Nederland het ontbijt altijd als een zakelijke aangelegenheid opgevat. Je eet, omdat je daarna iets anders kan gaan doen. In Berlijn werkt dat anders. In het weekend wordt ontbijt er als een hoofdactiviteit beschouwd. Er worden afspraken gemaakt om te gaan ontbijten, urenlang, bordenvol.

Het is een ritueel, dat met de komst van de lente weer in volle hevigheid is losgebarsten. ‘Frühstück bis 17.00 Uhr’; staat er opgetogen bij de terrassen. Om de activiteit een wat ruimere strekking te geven, wordt het meestal toch al brunchen genoemd, maar het idee is dat je er al voor elven op een min of meer nuchtere maag neerstrijkt – om er de komende uren niet meer weg te gaan, alleen onderbroken door de steeds weer hernomen gang naar het buffet.

Mijn eerste maanden in Duitsland werd dan ook menig zondagochtend begonnen met maaltijden die ik in Nederland alleen laat op de avond tot me had kunnen nemen. Als een soort zelfverkozen inburgering, een nieuwsgierig proeven van de lokale gewoonten.

Een ontbijt, zo had ik immers geleerd in de jaren dat Duitsland een land was dat je vooral moest mijden, bestaat uit brood. Hoogstens komt daar één croissant bij, maar alleen als feestelijke uitzondering. Zo kenden we het uit Frankrijk, en Frankrijk is nu eenmaal culinair.

In Duitsland bleek er ondertussen zoiets te zijn ontstaan als de ontbijtcultuur van de radicale overvloed; het zo veel mogelijk uitstallen van zoveel mogelijk eten, over een zo lang mogelijke tijd. Cultuurgoed dus; en ik ben er nog niet uit of dat terug te voeren is tot allerlei Germaanse dan wel katholieke sporen, of uiteindelijk toch gewoon weer met de oorlog en wederopbouw te maken heeft.

Het enige dat ik nog moest leren, dacht ik, waren de juiste ontbijttechnieken. Want hoe kan je diplomatiek kiezen uit de tien soorten worst die de gastvrouw je om negen uur voor houdt? Wat te doen met de gegrilde vis om tien uur ‘s ochtends in het hotel, als je ook nog een paar van die gehaktballen in tomatensaus wil? En hoe vaak kan je zonder je te schamen je bord vol laden bij de brunchtafel in het trendy Berlijnse café?

Maar inmiddels merk ik dat het beschavingsproces niet echt doorzet. De inburgering houdt ergens op, en bij het ontbijt ligt een kritische grens. In hotels slaat de paniek nu toe als ik de schalen met varkensvlees in roomsaus zie staan, terwijl de zon nog maar net op is. Ontbijtafspraken op zondag probeer ik zover mogelijk in de namiddag te verschuiven. De nieuwsgierigheid naar de gegrilde vis met gehaktballen bewaar ik tot een nog later tijdstip.

Want de geest wil wel Duits meedoen, maar het lichaam is te Hollands.

Merlijn Schoonenboom

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.