Onschuld aan de Oostzee

In de grootste badplaats aan de Oostzee hangt nog de sfeer uit de werken van Tsjechov. Hoewel de VVV al lonkt naar 'internationaal toerisme' is het negentiende-eeuwse Palanga van een weemoedig stemmende ongereptheid....

Zo dicht bouwden de vissers hun hutten aan de kust dat de golven hun vensterbanken overspoelden. Palanga betekent vensterbank. Zoals aan alle duinkusten leden de inwoners eeuwenlang een karig vissersbestaan, maar Palanga aan de Litouwse Oostzeekust heeft betere tijden gekend.

Als havenplaats bijvoorbeeld waar kooplieden uit het westen hun goederen ruilden voor pelzen en barnsteen. De eerste historische vermelding dateert uit 1161, toen de Deense koning Waldemar het kasteel Palanga veroverde. Daarna verviel de plaats tot vissersdorp, kwam opnieuw tot bloei als handelsstad om in 1701 door de Zweden totaal vernietigd te worden.

In 1795 werd het hele gebied bij Rusland ingelijfd en in 1824 kocht graaf Tiskevicius de stad en de kustlanden. Van wie, vraag je je dan af? Niet van de bewoners.

Maar daarmee begon in ieder geval de moderne geschiedenis van wat nu de grootste badplaats aan de oostelijke Oostzeekust is. De graaf bouwde van eiken palen een pier waaraan schepen, vooral zijn eigen jacht, konden aanleggen en in het begin van de negentiende eeuw groeide Palanga uit tot een chique badplaats voor de betere kringen uit Litouwen en het tsaristische Rusland.

In 1940, na de communistische overname, werden de vakantiehuizen en sanatoria geannexeerd. De kust werd bestemd voor collectieve arbeidersontspanning. Naburige dorpen werden ingelijfd en nu beslaat de gemeente Palanga de hele, twintig kilometer lange kuststrook van Nemerseta (Nimmersatt!) in het zuiden tot de grens met Letland.

Met de communistische overheersing begon ook het verval. Langs de duinrand verrezen sanatoria en massahotels in de bekende sovjetarchitectuur. De gemeente telde zo'n twintigduizend vaste bewoners, in de zomer uitgebreid met zo'n vierhonderdduizend, vooral Russische, badgasten.

Na de val van het sovjetimperium en de bevrijding van de Baltische landen viel het grootste deel van het Russische toerisme weg. Litouwen werd voor hen onbetaalbaar. Gebleven zijn de kilometers lange blanke zandstranden, achter met dennen en sparren begroeide duinen. Gekomen zijn de Litouwse burgers zelf en enkele westerlingen, onder wie afstammelingen van gevluchte Litouwse emigranten.

De nieuwe badgasten komen per touringcar: Duitsers op een sentimentele reis door hun oude Memelland, deel van het voormalige Oost-Pruisen. Ze worden vergezeld door de eerste Europese rugzakkertjes. De Litouwers komen massaal in familieverband voor de heilbrengende zee- en dennegeur en, de laatste jaren ook buiten het seizoen, voor de inmiddels aangeboorde geneeskrachtige bronnen en modderbaden uit de omringende venen.

Graag willen de toeristenautoriteiten deze zegeningen ook aan het rijke Westen slijten. Van het oorspronkelijke visserdorp is niets over, maar de negentiende-eeuwse badplaats is gespaard en klimt snel uit het sovjetverval omhoog.

De eerste indruk is van een ontroerende onschuld: zon, zand, zee en soberheid, de zomers van mijn jeugd. Brede kastanjelanen voeren naar het strand. In een prachtige houtarchitectuur, die de Zweden 'timmermansplezier' noemen, zijn de villa's en huizen opgetrokken.

Als het vroeg in de ochtend nog doodstil is, waan je je in de kustplaatsen van Tsjechov en 'zie je een jeugdig uitziende dame, een blonde vrouw van tamelijk kleine gestalte met een baret op het hoofd, gevolgd door een witte keeshond. Niemand wist wie zij was en de mensen noemde haar daarom gewoon: de dame met het hondje'. Wat later op de ochtend komen de oude dames met een vooroorlogse élégance uit de kleine huisjes schuifelen en plotseling weet je dat je niet alleen duizend kilometer ver, maar ook vijftig jaar in de tijd teruggevallen bent.

Langzaam ontwaakt het dorp. De brede Basanaviciaus Gatvé vult zich met gezinnen; vaders en moeders in korte broek en strandlinnen, met de kinderen richting strand. Het is een brede laan, vrijwel zonder gemotoriseerd verkeer. Men sjouwt met picknickmanden en strandkarren, ballen, emmertjes, schepjes en vormpjes tot aan de voet van de lage duinenrij waar een houten pad afbuigt naar het strand.

Het licht is verblindend. De mensenstroom buigt links en rechts langs de kust en naar de smalle duinvalleien achter de eerste zandwal.

Nog geen uur later is het mudvol. De duinpannen zijn bevolkt als meeuwenkolonies; het strand vol scheppende kinderen, mannen die sportieve rek- en strekoefeningen doen alvorens de golven in te rennen, paraderende meisjes en balspelende gespierden. Langs de waterlijn staan miniatuurkoggen onder zeil waarin ouders hun kinderen kunnen laten afbeelden. Strandfotografen hebben zich tot pin-up-artiest bekwaamd en laten de schonen tegen de golven poseren.

Recht vooruit steekt de oude pier van graaf Tiskevicius. De palen zijn vermolmd en worden door een nieuwe, nu nog onbegaanbare betonconstructie vervangen. Tegen de pier leunt slechts één bescheiden strandtent. Om de paar meter staan gele houten schuttinghokjes waarin men zich zedig verkleedt terwijl een rij haar beurt afwacht. Kinderen bouwen zandkastelen, eten zanderige boterhammen en drinken rode en gele limonade uit meegebrachte flessen.

Geen gettoblasters, waterscooters of speedboten. Ook geen topless, overpeins ik, langs het strand wandelend - en sta plotseling op een zeer naakt strand tussen overwegend oudere dames waar er wel twee uit kunnen, die zich uitgebreid aan de zon spiegelen. Ik voel me enorm gekleed.

De camera krijgt reusachtige afmetingen en weegt als lood. Ik houd hem demonstratief zo ver mogelijk van het oog af, vooral als er uit de golven een beeldschone balletschool opduikt en kwetterend langs me heen huppelt. De zee blinkt en spettert, de hemel is diepblauw en we zijn met zijn allen zeer gelukkig.

We dwalen door de duinen terug naar de strandallee. Waar het zand overgaat in plaveisel staat een fontein. Op de rand zit een fotograaf, ditmaal met een aangelijnd aapje dat door de kinderen geknuffeld wordt terwijl hun ouders de polaroid afrekenen. Elektrische trapautootjes vormen een ander vermaak. Inmiddels is de stroom aankomende badgasten uitgebreid met laat opgestane tieners. De rookmafia heeft het oog op het voormalig Oost-Europa laten vallen: geen parasol of hij is bedrukt met tabakreclame. Nog niet doorgedrongen is de patatvreetstraatcultuur, het plaveisel is nog brandschoon.

Langs de straat tuft een luidsprekerautootje, primitief beschilderd met een condoom waarop een gelukkig paar schrijlings de hemel inrijdt: voorlichting tegen aids. Ik wandel weer terug onder de beuken en kastanjes. Ook in de zijlanen worden de zongeloogde huizen bijgespijkerd en weer opgeschilderd in fel groen, geel en blauw. Je ruikt het hout. Het krulwerk van de daklijsten, de bewerkte deuren en vensterluiken, de tuinen met vogelhuisjes, alles is in verblindende kleuren geschilderd.

Aan de hoofdlaan is om het andere huis een café gevestigd. De terrassen komen tot leven. Het voedsel is voor onze begrippen vrijwel gratis en smaakt bovendien naar eten en niet naar eenheidssauzen van Calvé. De tomatensalade ademt tomaat, wat bij ons alleen door toevoeging van ketchup nog is te bereiken. We eten een onbekende vis die hier zuvis heet. Herkennen we er ons woord zeevis in? We hebben als Hollanders en vissers deze kusten tenslotte eeuwenlang bevaren.

Verder zijn de Baltische talen vrijwel onbegrijpelijk, niet alleen voor ons, maar ook voor de Balten onderling. Het Ests is verwant aan het Fins. Lets en Litouws zijn weliswaar beide Indogermaans, maar niet verwanter met elkaar dan Roemeens en IJslands. Samen met de wat gebrekkige bewegwijzering maakt dat het voor de reiziger niet eenvoudiger om zijn doel te bereiken.

We zijn een dag eerder in Riga, de dichtstbijzijnde luchthaven met Europees lijnverkeer, uit de lucht komen vallen en per auto verder gereisd. Langs de grote wegen is het nog overzichtelijk, maar in de kleinere dorpjes is vrijwel geen woord herkenbaar. Tot we op een sagbalkus stuiten, inderdaad een houtzagerij, we herkennen weer een leenwoord. In het hotel liggen direktorius en buhalteria voor de hand. De strandloterij belooft de badgast de status van miljonarius, waarmee hij dan wellicht de hand van Mis Kurortas Finalistemis kan verwerven.

Ons hotel ligt in de oude dorpskern, vlak naast de kerk, gebouwd door de architect met de toepasselijke naam Strandman. In het Litouws wordt dat Strandmano, het is een vervoeging die we eerder tegenkwamen: Tomo Mano voor Thomas Mann bijvoorbeeld, die dertig kilometer zuidelijker voor de oorlog een zomerhuis bezat.

De hotelkamer is klein en op het armoedige af sober. Het behangt bladdert en de leeslamp werkt naar willekeur. De wastafel hangt even los als de wc-bril, het toiletpapier voelt als golfkarton en is bevestigd aan een houder van drie plankjes en een ijzerdraadje. Ook de overige badkamer-armatuur is van waaiboomhout en de tegels zitten los.

Maar het bedlinnen en de handdoeken zijn brandschoon, het water is warm en men doet ontzettend zijn best. Aan mij is dit alles zeer besteed: een kamer is er alleen om in te slapen, verder dient de reiziger op pad te zijn.

In de warme adem van de namiddag keren gebruinde of verbrande gasten terug van het strand en bevolken het centrale pleintje en de Vytoutistraat, de winkelstraat van Palanga. Gewinkeld wordt er vooral met barnsteen. Ooit, zo gaat de mythe, woonden de god Perkunas met zijn godin Jurate in een amberpaleis op de bodem van de Baltische zee.

Het is een verhaal van alle tijden. Jurate waarschuwde vissers om de wateren niet te verstoren of te kleine vis te vangen. De koene Kastytis sloeg de waarschuwingen in de wind en viste voort. Jurate viel voor die koenheid en werd verliefd op de aardse visser. Perkunas werd zoals te verwachten razend, vernietigde het paleis met bliksemstralen en ketende zijn godin aan de ruïnes waar ze tot op de huidige dag rouwt om haar Kastytis.

Haar tranen spoelen als barnsteen aan op de witte Baltische stranden. Haar zwaarste traan weegt overigens 3698 gram. Die steen is, met de door fossiel hars ingesloten duizendpoten en vele andere amberen stukken, tentoongesteld in het voormalige paleis van Tiskevicius. Daar hangen ook de ontroerende portretten van de vrouwelijke familieleden, beeldschoon en niet geflatteerd zoals de eveneens tentoongestelde foto's bewijzen. Het slot ligt in het prachtige botanische park ten zuiden van Palanga. Daar staan ook Jurate en Kastytis in groen uitgeslagen brons. In het barnsteenmuseum is te zien wat men uit dat gestolde hars vervaardigde, van parfumflesjes tot schaakstukken en van tabakspijpen tot complete kabinetten.

Op de dorpsmarkt wordt barnsteen verkocht als halskettingen, armbanden en kitsch-schilderijtjes van zonsondergangen boven zee. Die vind je ook weer terug op de schaarse ansichtkaarten, waarop de bloedrode zon op Bali is gefotografeerd en wereldwijd aan westelijke kusten als zonsonder- en aan oostelijke als -opgang wordt verkocht: groeten uit Haifa, Benidorm, Zandvoort en Palanga.

Voormalige sovjetcoöperaties zijn met schotten verdeeld in bazaarboetieks waar krullerige prullen op telramen worden afgerekend. De wandelaars buiten zijn beter en met meer smaak gekleed dan die winkeltjes doen vermoeden.

Brengt zo'n grote zomertoevloed geen problemen met zich mee met drinkwater en rioolafvoer? 'Palanga is daarvoor ontworpen', antwoordt de nieuwe VVV-directeur wat ontwijkend en voegt er in zijn onschuld aan toe dat het zeewater wel vaak sterk vervuild is met algen, die uit het zuiden aandrijven.

We denken aan de hordes badderende kinderen en aan de ongezuiverde afvoeren van de vlakbij gelegen haven- en industriestad Klaipeda. En aan alle andere Baltische steden die hun afvoer ongezuiverd in zee lozen.

'Wat we nodig hebben is internationaal toerisme uit het Westen', zegt de VVV'er. Het seizoensprogramma loopt daar met een optreden van de genialusis dirigentas Daniel Barenboim al op vooruit.

In het dorp neemt het avondflaneren een aanvang. Jong vrouwelijk Litouwen heeft benen en toont dat. Later op de avond zullen we ze in de discotheken zien. De grootste is een gigantische ton waar de ruiten uit verdwenen zijn, waardoor de beat goed hoorbaar is. Onder de jongemannen is de breedschouderende hefsport, goedkoop en verbroederend, populair.

Maar overheersend is het gezinsleven. Het lijkt naar binnen gericht, alleen op de eigen familie vertrouwend. De kostwinners hebben, met hun paar honderd gulden inkomen per maand, een jaar kromgelegen voor een week Palanga.

Vaders met de middeleuropese koppen van Robert Mitchum en Lee Marvin, vaak wat verbasterd tot Archie Bunker, en bloeiende moeders zijn samen trots op hun blinkende kinderen die in het katholieke Litouwen niet zeldzaam zijn. Men is er lief en zorgzaam voor. Er wordt niet gedreigd of gebulderd. Tieners zijn met hun ouders op vakantie en zitten aandachtig mee aan tafel. Ook veel grootouders zijn van de partij. Hun leven lag onder de Russische laars. Ze kijken lichtend van vreugde naar kinderen en kleinkinderen en stralen het 'dat ik dit nog mag meemaken' uit, wat na vijftig jaar bezetting iets meer betekent dan bij ons. Ze willen hun kinderen in vrijheid zíen opgroeien.

Op de terrassen zet de muziek in, veel tape-plus-één-zanger, Hey Jude of melodieën met een hoog Hazes-gehalte - maar ook weemoedig wenende trekharmonica's en liederen van diep verlangen. Voor de terrassen verzamelen zich groepen luisteraars, elkaar omarmende en meewiegende paren. Het is druk maar ontspannen. Er hangt een onbeschrijfelijke zweem van hoopvol geluk om hen heen. Ze zaten vijftig jaar onder de knoet en leven nog steeds in halve onzekerheid over de toekomst, vooral voor al die kinderen. Ze uiten dat zachtmoedig en met grote waardigheid. Is het de melodie of waarom vloeien plotseling m'n tranen?

De internationale touroperators met hun vakantiegeweld - die voedsel, onderdak en daarmee hun strand voor de Litouwers onbetaalbaar zullen maken -, die moeten nog maar even wegblijven. Ik wandel door de lauwe avond naar het verlaten strand. De barnstenen maan werpt een amber licht over het water. Ambrosia, wat vloeit mij aan?

Behalve door de lucht is de Baltische kust wekelijks meermalen per autoveerpont bereikbaar, onder meer vanaf Kiel naar Klaipeda. De grensovergang via Polen levert vaak lange wachttijden op.

Henk Raaff, journalist en filmer, publiceerde onlangs met Willem Ellenbroek Oostzeejournaal.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden