Ons schitterende talent verblindt de hele wereld

Creatieve destructie in het schaatsen

Als onze schaatsers olympische successen haalden, wilden ze bij terugkeer nog weleens miljonair worden. Maar na de laatste Spelen, waar we alles wonnen van iedereen, en vermoedelijk van onszelf, is dit niet langer zo. De inkomsten lopen terug, maar het aantal ploegen stijgt; in Heerenveen schaatsen ze elkaar hinderlijk voor de benen.

Hoe heet bijvoorbeeld die lange, sterke sprinter?

Vorig jaar miste hij de Spelen, op de 500 meter kwalificeerde hij zich vrijdag net niet voor de internationale wedstrijden. Hij is één van de beste van de wereld, maar niet goed genoeg om ons land te vertegenwoordigen. Net als veel andere Nederlandse schaatsers heeft hij een gouden toekomst die hij niet kan verzilveren.

Vroeger had je een kleine top, die alles op de NK afstanden won. De kansloze tegenstanders kwamen uit de gewesten en gingen na afloop naar die gewesten terug. Je had geen medelijden met ze, integendeel: hun inzet was niet onopgemerkt gebleven. Nu zijn het allemaal wereldtoppers die afvallen. Zoals die leuke, sterke sprinter, op wiens naam ik even niet kan komen.

In een interessante analyse over het schaatsen sprak John Volkers zaterdag in de Volkskrant de hoop uit dat buitenlanders door de vernedering op de Spelen gemotiveerd raken het de volgende keer beter te doen. Ik hoop dat ook, we hopen allemaal dat het schaatsen weer wordt zoals het vroeger was, met echte stukjes tegenstander. Maar ja. We zijn te goed, ons schitterende talent verblindt de hele wereld.

De massastart moet het schaatsen aantrekkelijker maken. Ik hoop dat het lukt, al vrees ik creatieve destructie: zet een Mediamarkt als publiekstrekker naast een tanende winkelstraat en de straat verliest ook zijn laatste, trouwe bezoekers. Of de vernieuwing slaagt of niet, de 10 kilometer gaat sowieso verloren.

In een beschouwing van de crisis in de schaatssport moet misschien ook worden meegewogen dat het ijs uit de wereld verdwijnt. Hoe moeten we leren schaatsen zonder ijs? Misschien moeten we ons schaatstalent vaker op de fiets zetten. Koen Verweij geeft alvast het goede voorbeeld, hij gaat naast het schaatsen ook baanwielrennen. De Lotto-Jumbo-ploeg heeft schaatsers en renners - misschien kunnen zij elkaar motiveren.

Het ijs verdwijnt, de fietspaden blijven. Ja, we zijn een fietsland, al is de elektrische revolutie in het fietsen een bedreiging voor onze benen. Over een paar jaar, is de voorspelling, rijdt half Amsterdam elektrisch. Misschien biedt leeftijdsbegrenzing hier soelaas: tot je 18de niet drinken, tot je 35ste geen elektrische fiets.

Met tennis en voetbal gaat het ook zozo. Nog een paar vernederingen en ons ontglipt de motivatie om het nog eens tegen Barcelona te proberen. Schaatsen, fietsen, voetbal, tennis - soms lijkt het of we in een sportief Weimar verkeren. Het is niet erg als er iets misgaat, maar mag er ook iets goed gaan?

Hein Otterspeer - zo heet die leuke sprinter. Ik weet het weer. Een geweldenaar, in theorie. Onder andere omstandigheden: een reuzendoder.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.