Ons onderwijs smoort ambitie

Zowel leraren als leerlingen ontbreekt het in Nederland aan ambitie. Hebben we privaat gefinancierde scholen nodig om de ambitie op te krikken?

Het meest deprimerende onderzoek dit schooljaar kwam van de hand van de Onderwijsinspectie. 'Nederlandse leerling minst gemotiveerde leerling', was de strekking van een rapport in april. Fijne boodschap. Nederlandse leerlingen gaan wel met plezier naar school, maar die nuance helpt nauwelijks.


Het irritante van dit rapport is dat ik, ondanks allerlei problemen met het onderzoek, niet anders kan dan de conclusie onderschrijven. Ik zie ook dagelijks in de schoolbanken dat de motivatie van Nederlandse leerlingen niet overhoudt. Dit terwijl ik ervan overtuigd ben dat in weinig landen meer wordt gedaan om het de leerling naar de zin te maken. Nergens worden zo veel activerende werkvormen ingezet als in ons land, met misschien wel een nog grotere demotivatie als gevolg.


Wanneer wij accepteren dat Nederlandse leerlingen gedemotiveerd zijn, dan is de logische vervolgvraag hoe dit dan komt. De oorzaak kan liggen bij de leerlingen, bij de docenten, of bij hoe wij het onderwijs hebben georganiseerd. Het antwoord is natuurlijk dat het overal misgaat.


Om te beginnen zijn veel leerlingen een probleem. Je mag het niet zeggen, want in het onderwijs ligt het nooit aan de leerling, maar de inzet van de Nederlandse leerlingen steekt mager af bij die in het buitenland. Ik was dit jaar een dag op Princeton, één van de beste universiteiten van de wereld. Een Nederlandse student, een ex-leerling van mijn school, vertelde dat er nauwelijks Nederlanders door de selectie komen, omdat ze te mager presteren op de middelbare school.


Nederlanders leggen het op Princeton niet af tegen getalenteerdere, maar tegen ambitieuzere leeftijdgenoten uit andere landen die betere cijfers kunnen tonen als bewijs. De beroemde zesjescultuur speelt de Nederlandse leerling parten.


Er zijn de afgelopen jaren veel onderwijsreizen geweest naar Finland. Ik hoor steeds hetzelfde verhaal van Finland-gangers. De scholen zijn daar niet anders. De docenten zijn daar niet anders. De lesstof is daar niet anders. Alleen de leerling, ja, die is wel anders, want veel serieuzer.


In de Nederlandse gelijkheidscultuur is het voor een leerling moeilijk om ambitieus te zijn. De leerlingen die het wel zijn, zijn dat eerder ondanks, dan dankzij het Nederlandse onderwijs. Onderschat hierin de rol van ouders niet. Opvallend is dat de ouders van veel migrantenkinderen vaak veel ambitieuzer zijn dan autochtone ouders. In andere culturen wordt onderwijs soms meer gewaardeerd dan in Nederland. Ik was niet blij met de moeder uit het Midden-Oosten, die de hond van haar zoon het huis uitzette omdat haar kind niet wilde presteren op school, maar ze maakte wel duidelijk dat onderwijs belangrijk is.


Nederlandse docenten, de tweede categorie, stralen ook zelden ambitie uit. Hoogleraar Edith Hooge hekelde onlangs het feit dat het basisonderwijs alleen nog maar parttime werkende juffen kent. Deze hebben hun prioriteiten elders - want thuis - liggen. In het voortgezet onderwijs stijgt het aantal parttime werkende docenten ook al jaren. Met alle gevolgen van dien voor de ambitie.


In het veel geroemde Finland kiezen ambitieuze studenten wel voor het docentenbestaan. Slechts een klein percentage van hen wordt toegelaten tot de docentenopleidingen. Misschien is niet het niveau, maar de ambitie, het grootste verschil tussen Finse en Nederlandse docenten.


Wanneer leerling en docent niet automatisch ambitieus zijn, dan moeten we misschien eens kijken naar de inrichting van ons onderwijs. Het Nederlandse publieke onderwijs is ongelooflijk succesvol in het goedkoop opleiden van de gemiddelde Nederlandse leerling/student. Maar misschien is dat niet goed genoeg meer.


In veel buitenlanden zijn de meest ambitieuze scholen niet publiek, maar privaat gefinancierd. Niet de overheid, maar de ouders leggen enorme bedragen neer voor de opleiding van hun kinderen. De ouders houden de scholen scherp bij het leveren van prestaties voor hun kinderen. In het buitenland ontmoet ik verbazing over het feit dat het Nederlandse onderwijs bijna geheel publiek is gefinancierd.


Nu het sociaal leenstelsel op de wagen is, lijkt mij experimenteren met ambitieuze private scholen en universiteiten ook de moeite waard. Natuurlijk komt de discussie over elitescholen dan meteen los. Maar deze private scholen en universiteiten kunnen alleen maar blijven bestaan wanneer ze het aller-, allerbeste onderwijs leveren dat mogelijk is. De kwaliteit van de Nederlandse publiek gefinancierde scholen zou hierdoor niet achteruit moeten gaan. Sterker, ze zou kunnen verbeteren onder invloed van concurrentie. Ik ben heel benieuwd of Nederlandse leerlingen nog steeds deprimerend ongemotiveerd zijn wanneer ze het aller-, allerbest denkbare onderwijs krijgen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden