Column

Ons leven is één grote wedstrijd geworden

Gastcolumn: Miek Smilde

Gastcolumn: Miek Smilde

Een leerling van groep 8 maakt de Cito-toets. Beeld anp

Perdiep Ramesar, verslaggever van dagblad Trouw, is op staande voet ontslagen. Terecht oordeelde de rechter deze week. Uit het rapport van de onderzoekscommissie brongebruik Trouw, bestaande uit oud-rechter Egbert Myjer en professor journalistiek Jeroen Smit, blijkt dat Ramesar het niet altijd voldoende nauw heeft genomen met de door hem gepresenteerde waarheid.

Hij verzon namen van naar alle waarschijnlijkheid niet bestaande mensen en sommige artikelen bevatten 'niet of niet voldoende weerlegde tegenstrijdigheden en onjuistheden', zoals de onderzoekers het formuleren. In Twittertaal: Ramesar is een fantast. Een veel gelauwerde fantast.

Jarenlang kon Ramesar de ene na de andere onthullende reportage schrijven en publiceren zonder dat zijn leidinggevenden zich afvroegen of het allemaal waar was wat hij opschreef. Zijn samen met Martijn Roessingh geschreven boek Slaven in de Polder werd genomineerd voor een prestigieuze prijs, hij verscheen regelmatig op radio en televisie en mocht dit jaar het Nieuwspoortessay schrijven. Iedereen vond het prachtig wat Ramesar deed. Op 3 januari 2012 kreeg hij zelfs 'een kleine blijk van onze waardering en bewondering' van de toenmalige hoofdredacteur, omdat Ramesar zo betrokken en productief was.

Ramesar zei nooit nee. Tussen 1 mei 2007 en 7 november 2014 verschenen 1.011 artikelen van zijn hand, kleine nieuwsberichtjes niet meegerekend. 126 van die artikelen heeft de redactie van Trouw inmiddels teruggetrokken. Klein detail: de betreffende hoofdredacteur was ooit verslaggever van een dagblad dat De Waarheid heette.

Hoogmoed is van alle tijden

De kwestie-Ramesar is het voorlopige slotakkoord van een reeks treurige geschiedenissen waarmee schrijvers als Homerus, Vondel en Shakespeare goed raad hadden geweten. Hoogmoed is nu eenmaal van alle tijden. Wat intrigeert is dat met de teloorgang van de grote verhalen de triomf van het kleine individu is begonnen.

Nadat was gebleken dat (ideologische) systemen de mens niet verder hielpen, ontstond de illusie dat de mens het dan maar zelf moest doen. Niet de zuil waaruit je kwam, de politieke partij waartoe je behoorde of de familienaam die je droeg bepaalden de mate van maatschappelijk of materieel succes, maar de eigen prestaties, bij voorkeur afgemeten aan harde cijfers.

Niet alleen de hoogte van het inkomen of de omzet van het bedrijf, maar ook het aantal vonnissen, heupoperaties of artikelen in de krant werden bepalend voor de waardering die iemand kreeg, het applaus, de erkenning.

Niet alleen banken en vastgoedondernemingen, maar ook rechtbanken, scholen, ziekenhuizen en kranten hebben de prestatiedruk, vertaald in productiedruk, tot leidend organisatieprincipe gemaakt. Zowel in de private als in de publieke sector is iedereen elkaars concurrent geworden en wint uiteindelijk degene die de beste cijfers kan laten zien. Perdiep Ramesar was zo'n winnaar.

'Onze Facebookpagina's getuigen van onze identiteit die boven alles beter, mooier, slimmer en sneller moet zijn dan die van anderen', schrijft Miek Smilde. Beeld anp

Een jaar van deemoed

De afgelopen decennia is ons hele leven één grote wedstrijd geworden. Het begint op de basisschool waar kinderen van vier, vijf jaar oud al weten wat een Cito-score is en kinderen van elf, twaalf jaar maar al te goed begrijpen dat het leven pas echt kan beginnen met een score van 545 of meer.

Het loopt via prestatiebeurzen en excellentie-programma's op de hogescholen en universiteiten tot streng genormeerde billable hours bij bedrijven en banken.

Zelfs gepensioneerden steken elkaar tegenwoordig de loef af wie het fitst is en het jongst oogt. Alles is transparant geworden wat ertoe heeft geleid dat we iedereen op elk moment met elkaar kunnen vergelijken. Onze Facebookpagina's, onze LinkedIn groepen en onze Twitteraccounts getuigen van onze identiteit die boven alles beter, mooier, slimmer en sneller moet zijn dan die van anderen. Want alleen zo krijgen we de kleine blijk van waardering en bewondering waarnaar we allemaal zo snakken.

Nu ook de journalistiek over zijn hoogmoed is gestruikeld, lijkt het me de hoogste tijd weer eens te leren verliezen. Laat 2015 niet het jaar van onze persoonlijke triomftochten worden, maar van onze collectieve deemoed.

Miek Smilde is schrijfster en onderzoeksjournalist. Bij de Arbeiderspers verschenen haar roman Gloria in excelsis Deo (2013) en het boek Raarhoek (2011) over de geschiedenis van de psychiatrie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.