Ons democratisch stelsel is ziek en moe

De politiek orkestreert haar eigen falen, doordat de burger in een uit de 19de eeuw daterend stelsel geen stem heeft....

De politiek in Nederland was ooit geordend aan de hand van twee vragen. Ben je voor werkgevers of ben je tegen werkgevers? En: Baseer je politiek handelen op de bijbel of op andere uitgangspunten?

Veel katholieken stemmen inmiddels op de SP. Voormalige KVP-bolwerken veranderden in de achterban van een partij die zich tot voor kort baseerde op Marx, Lenin en Mao.

Nieuw vragen staan daarom centraal in de politiek van de 21ste eeuw. Durf je Nederland aan te passen aan de kansen en bedreigingen als gevolg van globalisering en technologische vooruitgang?

Wil je ons sociaal-economische stelsel aanpassen aan de vergrijzing of moet de volgende generatie hiervan de lasten dragen? Zet je een deel van de groei in om onze economie klimaatneutraal te maken of hou je het bij oude oplossingen? Heb je het lef onze energievoorziening te moderniseren of blijven we afhankelijk van het Midden-Oosten en Rusland? Hervormen we onze democratie naar de eisen van de 21ste eeuw of houden we vast aan het stelsel uit 1848?

Alle vragen beginnen voor mij bij mensen zelf, bij het individu en zijn ontplooiing. Zo’n samenleving wordt gevormd door vrije en mondige mensen. Zo worden mensen echter niet geboren. Om het immateriële welzijn te verbeteren is een degelijke basis van materiële welvaart noodzakelijk. De rol van de overheid is om voor beide de voorwaarden te scheppen, maar de politiek moet realistisch zijn in wat zij vermag. Vanuit een hernieuwd geloof in maakbaarheid en door te veel te beloven, orkestreert de politiek nu haar eigen falen.

De toekomst van Nederland ligt in een kennisintensieve economie. De basis daarvoor wordt gevormd door drie elementen: een goed opgeleide bevolking, een open samenleving en een dynamische economie.

De belangrijkste bouwsteen is een goed opgeleide bevolking. We investeren te weinig in onze toekomst en doen daarmee onszelf, onze kinderen en kleinkinderen te kort. Ik zie veel in bindende afspraken in Europees verband om een vast percentage – bijvoorbeeld 1 procent – van ons nationaal inkomen in onderzoek en innovatie te investeren.

Er is ook een klimaat nodig waarin de kennisindustrie gedijt. Laten we, net als in de Gouden Eeuw, tolerantie en diversiteit weer omarmen. Gelijkheid voor de wet en daarnaast maximale ruimte voor verschil. Ik verzet me tegen de tendens om alles wat buiten de gangbare kaders valt als bedreigend te zien. Dat is de bijl aan de wortel van de open samenleving.

Onze sociaal-economische structuur stamt uit de 19de en begin 20ste eeuw. Voorspelbaarheid van overheidsbeleid kan een groot goed zijn, maar veel beleid overleeft de situatie waarin het nodig was. Ons ontslagrechtregime is ingevoerd tijdens de Duitse bezetting om herhaling van de massawerkloosheid uit de jaren dertig te voorkomen. De pensioengerechtigde leeftijd werd in de 19de eeuw door Bismarck op 65 jaar gesteld. Destijds lag de levensverwachting nog rond de 65. Die gaat nu gemiddeld richting 80.

De uitdagingen van toen zijn geheel andere dan nu. Nederland concurreert in een wereldwijde open economie. Jaarlijks studeren in China 300.000 ingenieurs af van wie velen bereid zijn werkdagen te maken van twaalf uur. De levensverwachting is sinds Drees flink gestegen. Mensen van 65 reizen de hele wereld nog af. Dat is de realiteit. Deze ontwikkelingen zetten de solidariteit tussen generaties onder druk, want als we niets doen, worden toekomstige generaties het kind van de rekening.

Daarom is verandering nodig.

Hervormingen zijn meestal pijnlijk. Sommigen zien deze dan ook met angst tegemoet, maar dit mag geen argument zijn om je te laten gijzelen door belangengroepen. Want dat leidt tot stilstand, gevaarlijke stilstand. Daar wordt uiteindelijk iedereen slechter van. In mijn hervormingsagenda zet ik geleidelijkheid en voorspelbaarheid voorop. Het verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd met één maand per jaar tot 67, zoals wij als enige partij voorstellen, voldoet daaraan.

Diezelfde stilstand neem ik waar in ons democratisch stelsel. ‘Government of the people, by the people, for the people’, stelde Abraham Lincoln. Met dit ideaal in het achterhoofd rijst, als ik Nederland anno 2009 bekijk, de vraag: Is de overheid er voor ons of zijn wij er voor de overheid?

Hoewel de maatschappij sterk veranderd is, kampen wij nog met een 19de-eeuwse democratie. De laatste grote verandering was het invoeren van het algemeen kiesrecht voor vrouwen in 1919.

De maatschappij is gedemocratiseerd. Mensen zijn hoger opgeleid, beter en diverser geïnformeerd en hebben meer zeggenschap over hun privéleven dan ooit. Bovendien staan mensen kritischer tegenover gezagsdragers die hun legitimiteit nu moeten verdienen. Kortom: de emancipatie van de burger is geslaagd, maar de politiek geeft hun geen stem. De kloof groeit en cynisme over de politiek viert hoogtij.

Mensen hebben het recht hun bestuurders te kiezen en geven keer op keer aan dit ook te willen. Maar het gros van de Kamerleden komt in het kielzog van de lijsttrekker binnen. Een aanpassing van het kiesstelsel blijft evenwel uit, omdat partijen geen macht willen afstaan aan de kiezer. Dus: nee tegen verandering. Zo doen we alsof het een keuze is tussen Bos óf Balkenende maar krijgen we gewoon Bos én Balkenende. De Verelendung van een ziek en moe bestel.

Stagnatie kenmerkt ook de materiële democratie. De lage waardering van de burger voor de voornaamste instituten van onze democratie laat dat zien. Kiezers raken op drift en zoeken houvast op de flanken die beloven dat het roer 180 graden om kan als de kiezer dat wil.

We kunnen zonder hijgerige politici, die dwangmatig ieder ongemak met zinloze maatregelen willen uitbannen. Want zo gaat dat niet in een vrije, open samenleving. Deze belofte van maakbaarheid en het uitbannen van ieder risico kan de politiek niet waarmaken.

Laat de politiek de plek zijn waar een voorhoede laat zien dat zij haar verantwoordelijkheid neemt. Tegen de stroom in, in antwoord op afkeer en afkeur, onrust en onlust. Ja, de politiek moet toegankelijker worden, maar dat bereik je niet door je stropdas af te doen. Wel door authenticiteit.

Een andere factor die bijdraagt aan de noodzaak tot verandering is schaalvergroting. De uitdagingen waarmee we geconfronteerd worden, zoals internationaal terrorisme en klimaatverandering, manifesteren zich op grotere schaal dan ooit tevoren. Maar supranationale instellingen met voldoende slag- en zeggingskracht om hieraan het hoofd te bieden, ontbreken.

Progressieve politici mogen – kunnen – dit niet accepteren. De traditionele natiestaat is dan ook aan een update toe. Verder gaande Europese samenwerking en een krachtiger Verenigde Naties zijn daar verschijningsvormen van. Maar ook hier stuit de wil tot verandering op weerstand. Liever koesteren conservatieve krachten de mythe dat belangen van Nederlandse burgers het best gediend worden in Den Haag.

Aan het begin van deze eeuw staan we voor grote vraagstukken. Verandering is nodig. De tijd voor aanpassing aan maatschappelijke ontwikkelingen is beperkt, want de globalisering heeft een hoog tempo. Politiek is nu te vaak nakaarten bij de problemen van gisteren, in plaats van werken aan oplossingen voor de uitdagingen van morgen.

Natuurlijk, als er geen reden is om te veranderen, dan is er een argument om iets bij het oude te houden. Maar conservatisme lijkt door sommigen wel tot een kunst verheven.

Dit moet veranderen. Anders wordt Nederland een museum voor de 20ste eeuw in plaats van een wegbereider van de 21ste eeuw.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.