'Onrust over diploma halen met onvoldoendes onterecht'

De mogelijkheid om een onvoldoende te compenseren door een hoger cijfer voor een ander vak leidt ertoe dat studenten zonder kwaliteitsverlies sneller afstuderen. Dat betogen prof. dr. I.J.M. Arnold en Drs. W.A. van den Brink van de Erasmus School of Economics.

Studenten maken tentamens in de Jaap Edenhal in Amsterdam, 1984.

Opgewonden kopte de Volkskrant afgelopen maandag: 'Vijven, en toch een UvA-diploma'. In het artikel wordt gesuggereerd dat een compensatieregeling leidt tot niveauverlaging en een afnemend vertrouwen in de kwaliteit van de afgegeven diploma's. Tegen de achtergrond van de onrust in het Hoger Onderwijs over de diplomakwaliteit doen dergelijke uitspraken het wellicht goed, maar ze deugen niet.

Compensatie en kwaliteit staan niet noodzakelijk op gespannen voet. Een simpel voorbeeld: Een opleiding knipt een vak van 8 studiepunten op in twee vakken van 4 studiepunten. In de oude situatie was er sprake van 'interne compensatie'. Dat wil zeggen: een slechte prestatie op de toetsvragen over hoofdstuk A (zeg dat die een 4 waard was) werd gecompenseerd door een goede prestatie op de vragen over hoofdstuk B (een virtuele 8). Deze vorm van compensatie is al zo oud als de weg naar Rome. Zou bij splitsing in twee vakken compensatie opeens leiden tot kwaliteitsdaling? Het tegendeel is zelfs het geval wanneer in de nieuwe situatie een bodemregeling maakt dat een 4 voor de vragen over hoofdstuk A niet langer genoeg is.

Fundamenteler is echter is het psychometrische argument dat toetsen en tentamens altijd imperfect zijn en dus in zekere mate onbetrouwbaar. Er zullen studenten zijn die vanwege de meetfout een tentamen over moeten doen, ook al beheersen ze de stof voldoende. Een compensatieregeling vergroot de betrouwbaarheid van de toetsing binnen een cluster van vakken. Veel onderwijskundige publicaties ondersteunen deze conclusie. Zeker wanneer het clusters van verwante vakken betreft en er een bodem is gelegd in de 'hoogte' van het te compenseren cijfer (meestal een cijfer 5).

Deze correctie op imperfecte toetsing is ook meteen een argument tegen de kritiek dat studenten verder mogen zonder een bepaald vakgebied voldoende te beheersen. Deze kritiek is alleen maar vol te houden wanneer het verschil tussen een 5 of een 6 werkelijk een kennisverschil representeert, wat alleen maar het geval kan zijn bij een (niet bestaande) perfecte toetsing.

Noodvoorziening

En wat te denken van de student die na veel vertraging en een groot aantal herkansingen eindelijk een krappe zes bij elkaar weet te sprokkelen in een conjunctieve examenregeling: is er dan sprake van toegenomen kwaliteit bij de student of van het bewijs dat een koe ooit wel een haas vangt? Een compensatieregeling maakt echter een forse reductie van het aantal toegestane herkansingen mogelijk. Herkansingen worden dan weer een noodvoorziening in plaats van een extra kans die uitstelgedrag faciliteert. Dat komt zowel de kwaliteit ten goede als het studietempo.

Onderzoek bij de Erasmus School of Economics (ESE) in Rotterdam heeft laten zien dat de compensatieregeling geen invloed had op het opleidingsrendement, maar wel op de snelheid waarmee dat rendement werd gerealiseerd. Studenten die het toch wel zouden redden stroomden sneller en zonder rugzakje met 'oude' vakken door naar een volgend studiejaar, maar het áántal studenten dat verder mocht nam niet toe. De scheiding tussen kaf en koren werd eerder gemaakt en was duidelijker, maar kaf bleef kaf en koren koren: de compensatiepunten kwamen terecht bij de studenten die ook zonder compensatie op enig moment de studie hadden kunnen vervolgen. Verder hadden studenten die in het eerste jaar een vijf compenseerden niet méér problemen met het vervolgvak in jaar twee dan studenten die geen compensatie gebruikten. Van een specifieke lacune was geen enkele sprake.

De ophef in de Volkskrant laat zien dat compensatorische toetsing nog steeds controversieel is. Behalve onder onderwijskundigen en bij psychometristen, waar bijna uitsluitend voorstanders te vinden zijn. In diverse recente instellingsrapporten ter verbetering van het studiesucces (van onder meer de VU, de UvA en Universiteit Leiden) wordt compensatorische toetsing dan ook genoemd als één van de maatregelen ter bevordering van studiesucces. De vooronderstelling dat een compensatieregeling gelijk staat met devaluatie van niveau en diploma gaat terug op een populistisch onderbuikgevoel dat niet berust op feiten. Kortom: Een goed vormgegeven compensatieregeling is een aanwinst voor de kwaliteit van het onderwijs.

Prof. dr. I.J.M. Arnold is als opleidingsdirecteur en vice-decaan verbonden aan de Erasmus School of Economics in Rotterdam.
Drs. W.A. van den Brink is senior beleidsmedewerker onderwijs aan dezelfde instelling.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden