'Onrust en gevoel zijn onze handel, die brengen we naar de stad als een virus'

Wie of wat zette je leven op het juiste spoor? In een serie interviews vraagt de Volkskrant mensen naar hun inspiratiebron. De aartsvader van de theaterfestivals, De Parade-oprichter Terts Brinkhoff, begreep pas laat in zijn leven waarom hij is zoals hij is.

Terts Brinkhoff op zijn tractorBeeld Marijn Scheeres

'Wat zo gelukkig maakt door het reizende theater is, is dat het nooit af is. We komen aan; hèhè we zijn er. Dan gaan we opbouwen; we gaan spelen; dan mogen we afbreken en als het in de wagens zit, heb je weer met z'n allen iets bereikt. Biertje drinken, high five, stoeien en keten. We trekken verder en alles begint weer opnieuw.

'Voor onrustige mensen zoals ik is dat een zegen. Ik had nooit een eigen theater moeten hebben, een gebouw. Dat had ik kapotgemaakt. Ik zou niet weten hoe ik moet omgaan met een kantoor of met mensen die elke dag op dezelfde plek zitten. Maar als we samen opbouwen en afbreken, dan functioneer ik wel. Iedereen is dan nodig: de rustige mensen, de onrustigen, de normalen en de freaks. En het leukste is het als de deadlines beginnen te knellen, of als het gaat stormen. Dan krijgt iedereen iets over zich: ha, nu moet het gebeuren! Dat gevoel is het mooiste wat er is.

'Pas op mijn 39ste begreep ik wat er met mij aan de hand was. Al onze drie zoons - ze werken allemaal in dit vak inmiddels - zijn dyslectisch. We wisten dat op een gegeven moment en we moesten woordjes oefenen met onze middelste zoon. Dat ging niet. Hij zat met zijn benen te trekken, wreef ze tegen elkaar, zijn hele lichaam protesteerde.

Op een gegeven moment lag hij op zijn bed te kronkelen. Ik zie het nog voor me, inclusief de kleur van de deken waar hij op lag, een blauwe. Ineens viel het kwartje. Het was een schok, ik zag mezelf, ik ben naar beneden gelopen en ik dacht: Jezus Christus, dat heb ik ook. Dáárom ben ik zo.

'Mijn hersens functioneerden altijd op een andere manier. Ik kon geen noten lezen, maar wel muziek maken. Ik kon wel lezen maar mijn fantasie ging steeds met me aan de haal en dan was ik de draad weer kwijt. Ik had het lang niet door en mijn ouders ook niet - je neemt het zoals het is. Maar je haalt uit je opvoeding andere dingen dan de andere kinderen. Bijvoorbeeld: mijn vader, die ingenieur was, haalde op een dag de gordijnrails van de ramen en maakte daar een knikkerbaan van. De speelkamer transformeerde tot een racebaan, dat maakte op mij enorme indruk. En mijn moeder was een beetje wild, altijd stampij maken, aandacht trekken, impulsief. Ze kocht zomaar ineens een paard voor ons. Dat vond ik ontzettend leuk. Het gevoel dat alles kon veranderen, dat alles mócht.

Traktor Tournee

Terts Brinkhoff (1952, Nijmegen) startte midden jaren zeventig met de Traktor Toernee, die in 1984 uitmondde in de Boulevard of Broken Dreams: een reizende theaterstraat die de stad aandoet als de schouwburgen 's zomers dicht zijn. Na het faillissement daarvan (1988) begon hij in 1990 met De Parade, nog steeds elke zomer te bezoeken in vier steden. Brinkhoff is creatief directeur van theaterproductiebureau Mobile Arts. In 2013 werd hij benoemd tot ridder in de orde van Oranje-Nassau. Ik spreek Terts Brinkhoff thuis in Warder.

'Ik ging naar het Canisiuscollege in Nijmegen, het gymnasium bij de paters jezuïeten. Al snel dreigde ik van school gestuurd te worden. Mijn vader is er naartoe gegaan en heeft toen gezegd: 'De jezuïeten, dat is toch niet alleen een opleiding, maar ook een opvoeding? Nou, voed 'm dan maar op!' En toen zei de pater: 'Dat gaan we doen.' Ik mocht blijven, ongeacht mijn cijfers. Ongelooflijk. In een split second beslist iemand over je lot. Had hij mij weggestuurd, dan had ik naar de technische school gemoeten en dat was een drama geworden. Echt een dra-ma. Ik was naar de klote gegaan, ik had daar niets gekund. Pater van Meer, echt zo'n bescheiden classicus, maar wat een open geest - ja, een typische jezuïet. '

'Op het Canisiuscollege had je theater, een koor, er werd gesport; het was echt een cultureel centrum. We voerden Molière op, we zongen, we schreven zelf musicals. Allemaal dingen die ik wél kon. En er was die open manier van denken: bij Latijn, waar ik niets van bakte, haalde pater Van Meer me voor de klas en zei: 'Jij bent nu Caesar. Vooruit, ga je mannen maar bevelen geven. Doe maar.'

'In de muziek ontdekte ik ook iets: als ik in mijn eentje zat te drummen, gewoon lekker een uur of twee, pa pa de bem pats bam pam, dan werd het helder in mijn hoofd. Hetzelfde heb ik met rijden op de tractor, wat later de basis werd van het reizende theater: met de tractor het land in. Door die herrie en die beweging en de onrust in het lichaam die dat teweegbrengt, kan ik héél helder nadenken. Dus ik rij wel. Vond ik leuk, voelde ik me prettig. Van hier naar Den Bosch. En dat doe ik nog steeds.

'Als je brein anders werkt, moet je meer afgaan op je gevoel, op emoties. Die emoties zijn een soort paarden, je moet ze voor je kar weten te spannen. Als dat lukt, dan word je een artiest. Want het publiek heeft die emoties ook, een artiest voelt dat aan én weet hoe ze te raken. Dit vak zit dan ook vol met mensen met van die handicaps, als je het zo wil noemen, het stikt er van de ADHD-achtigen en dyslectici. Ze hebben allemaal van die dingen: niet lekker kunnen studeren, geen rust vinden, niet netjes bouwen aan een carrière... je zou De Parade ook wel De Reizende Kliniek kunnen noemen.

Canisiuscollege Nijmegen

'Onrust en gevoel zijn onze handel, die brengen we naar de stad als een virus en we steken iedereen aan. Voor even keren we alles om en doen we alles wat ze in Den Haag niet zo doen, zeg maar. En aan die belevenis is enorme behoefte, mensen willen dat gevoel meemaken en delen. Moet je eens zien hoeveel zomertheaterfestivals er inmiddels zijn.

'Negen jaar geleden ben ik De Parade door gaan geven. Daarna ging het bergafwaarts met mij. Ik begon opruimerig te denken: wat wil ik nog; mijn god red ik dat nog wel. Een soort rustiger-aan-dip. Ik kreeg last van, ahum, pijntjes. Maar mijn oudste zoon heeft ons bedrijf, dat theatertenten verhuurt, naar een hoger niveau getild en dat geeft mij ruimte. Ik heb een nieuw concept bedacht, The Show Man's Fair, een reizende beurs voor theatermensen. Een parade van kermisklanten, als een soort voorbode van De Parade. Klein, terug naar de wortels, ik geloof niet in groot.

'De naam kreeg ik van de organisatrice van een kermis in Edinburgh, een echt wild kermiswijf. Die zei tegen mij: 'You're a real showman!' Dat klinkt beter dan kermisklant en het is waar: we treden naar buiten, we maken show. Met de Show Man's Fair gaan we naar het buitenland - Australië, Canada. Ineens sterft het weer van de activiteiten. Dat geeft een boost in het lichaam. Ineens, nog maar kort geleden, dacht ik: die dip is goddank helemaal weg. Er is beweging, ik ben weer gewoon. Ik zit weer op die tractor.'

De bron: pater Van Meer

Pater Harry van Meer (Henricus van Meer, 1914 - 2002) gaf in de jaren vijftig, zestig en zeventig klassieke talen aan het Canisiuscollege, een katholieke jongenskostschool te Nijmegen, opgericht in 1900. Het was het grootste jezuïeteninternaat van Nederland, gevestigd in een neogotisch gebouw, thans rijksmonument. De architect, Nicolaas Molenaar, was geïnspireerd door Pierre Cuypers (Rijksmuseum, Centraal Station Amsterdam). Eind jaren zestig, na de invoering van de Mammoetwet, veranderde de school gefaseerd in een regulier college. De laatste pater vertrok in 2005. Beroemde oud-leerlingen zijn A.F.Th. van der Heijden, Daphne Deckers, Thomas Verbogt, Ruud Lubbers en Hans van Mierlo.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden