Onnobel Nederland

Wemelt het in de meeste grotemensenlanden van de plaquettes en standbeelden voor beroemde Nobelprijswinnaars, in Nederland is het lang zoeken naar hun aanwezigheid. Martijn van Calmthout en Jelle Reumer gingen speurend en noterend het land door.

Het begon allemaal met een zonovergoten lunch op het terras van de Kunsthal in Rotterdam, pal tegenover het Natuurhistorisch waar een van ons beiden directeur is.


Iemand stelde de vraag: staat er ergens in Nederland een Zeeman-textielsupermarkt in de Zeemanstraat, je weet wel, van de gelijknamige Nobelprijswinnaar?


En, meteen nog maar een vraag, zou het personeel in dat geval enig benul hebben van wie Pieter Zeeman was, en waaraan deze Nederlandse geleerde in 1902 een Nobelprijs voor de natuurkunde heeft verdiend?


We vermoedden meteen al van niet. Maar een plan was geboren: een dwaaltocht langs de sporen van alle Nederlandse Nobelprijswinnaars. Uit nieuwsgierigheid. Maar ook om Nederland eraan te herinneren waar het als klein land groot in is: superieure wetenschap, toen en nu. Een monument voor het vlijmscherpe Hollandse verstand, dat moest Nobel op de kaart worden. En tegelijk een kleine reisgids, voor wie het niet laten kan en toch eens een heus Nobelgeboortehuis wil zien, een ooit legendarisch lab, een herinneringsplaquette, een overwoekerd graf desnoods.


De dwaaltocht kon zelfs direct beginnen. Met gestrekte pas stonden we een kwartier later aan de voet van het grootste standbeeld dat in Nederland voor een Nobelprijswinnaar is opgericht: chemicus Van 't Hoff, die in groen uitgeslagen brons op zijn stoel zit aan de 's-Gravendijkwal, pal voor zijn oude Hoogere Burger School. Bul in de hand, blik naar de verten, waar hij vermoedelijk vooral moleculen voor zich ziet en de manieren waarop die zich met elkaar verbinden. Gek eigenlijk, stelden we vast, dat het hier niet het Van 't Hoffplein heet. Anderzijds zou dat misschien te veel verwarring wekken met het Rotterdamse Hofplein. En het omdopen daarvan is vermoedelijk toch echt onbegonnen werk.


Geen Zeeman in de Zeemanstraat, geen Van 't Hoff op het Hofplein. Hoe zou het met de rest zitten? In Utrecht heb je wel een Nobelstraat, ter plaatse hardnekkig als Nóbel uitgesproken. Maar weet men daar dat Utrecht aanspraak kan maken op vier, of ruim gerekend zelfs vijf Nobelprijswinnaars? Bloembergen! Eijkman! 't Hooft! Veltman! En Crutzen een beetje.


We gingen aan de slag en de maanden daarna groeien de stapels documentatie over de Nederlandse Nobelprijswinnaars. Aan informatie over de winnaars en hun werk ontbreekt het niet. Maar zie ze maar eens in het tastbare land terug te vinden.


Sporen van onze Nobelprijswinnaars blijken helemaal niet zo ruim gezaaid. Zelfs de klassiekers hebben maar een handjevol straatnamen, een enkeling een standbeeld. Al het andere is een kwestie van speuren. Waar werd Lorentz precies geboren? Waar speelden Jan en Niko Tinbergen buiten? Waar werkte Frits Zernike aan zijn microscoop? Welke grafsteen is van Van der Waals?


Afgemeten naar het aantal Nobelprijzen is Nederland wel degelijk een vooraanstaand wetenschapsland. Zeker als dat over de wetenschappelijke prijzen (natuurkunde, chemie, geneeskunde en economie) gaat en per capita staat ons land in de internationale top-10. Er is zelfs een heuse theorie waarom uitgerekend het suffige Nederland van meet af aan hoge ogen gooide voor de Zweedse megaprijs. Van 't Hoff kreeg de allereerste chemieprijs, de decennia daarna gevolgd door Lorentz, Zeeman, Van der Waals, Kamerlingh Onnes, Asser, Einthoven en Eijkman.


Dat handels- en doorvoerland Nederland internationaal zijns ondanks iets voorstelt op het gebied van de natuurwetenschappen, is maar aan één ding te danken: het besluit in 1863 van staatsman Thorbecke tot de oprichting van de Hoogere Burger School. Deze hbs was de eerste kans voor de intelligente kinderen van de burgerij en middenklasse om fatsoenlijk intellectueel onderwijs te genieten. Voordien ging het slimme deel van de elite naar het gymnasium, en het slimme deel van de middenklasse gewoon naar de ambachtsschool.


Met de nieuwe hbs boorde Nederland in één klap een groot reservoir van vergeten talent aan. Dat ervoer dat als een bevrijding. Maar bovendien ging het om heel specifieke talenten: die in de natuurwetenschappen. De klassieke elites haalden er hun neus voor op en bekwaamden zich in talen en filosofie. De natuurwetenschappen boden de nieuwe intelligentsia een heel eigen domein om in uit blinken. Dus kreeg Nederland met de hbs voor het eerst scholen waar heuse laboratoria beschikbaar waren. Daarnaast bood de hbs een generatie jonge wetenschappers een fatsoenlijk beroepsperspectief, als leraar die vaak in de avonduren ook aan een proefschrift kon werken.


Dat vertaalde zich haast ogenblikkelijk in wat historici wel de Tweede Gouden Eeuw zijn gaan noemen: de beginperiode van de 20ste eeuw, toen de ene na de andere aan de hbs opgeleide Nederlandse natuurwetenschapper een Nobelprijs won.


Maar wie herinnert zich die gouden tijden nog? Loop door steden als Berlijn of Parijs, en de plaquettes en gedenkstenen zijn haast onontkoombaar. Schrijvers, acteurs, denkers en politici, alles wordt van de wieg tot het graf herdacht, in het openbaar en nadrukkelijk. In Nederland, lijkt het, moeten we daar niet veel van hebben. Herinneren, het is niet onze fort.


Toch zijn ze er wel, de sporen van de internationaal bewonderde geleerden uit Nederland, van wie velen sinds 1901 een Nobelprijs kregen. Wie goed kijkt, vindt hun huizen, laboratoria, werkkamers, hun instrumenten, archieven, schilderijen en borstbeelden. Nadrukkelijk eerbetoon ontbreekt vaak. Maar helemaal vergeten zijn ze toch ook weer niet.


En wie weet dat ze er zijn, kijkt in het vervolg net wat anders naar Nederland.


Neem het tunneltje van Crutzen in Amsterdam. De latere atmosfeerchemicus Paul Crutzen kreeg in 1995 een Nobelprijs voor zijn verklaring hoe drijfgassen de ozonlaag aantasten, maar in zijn jonge jaren was hij na een mts-opleiding technisch tekenaar geweest bij de Gemeente Amsterdam. Daar detailleerde hij mee aan een voetgangerstunnel vanuit de centrale hal van het Centraal Station, onder de drukke weg voor de deur door, naar het busstation op het stationsplein.


Bij herinrichting van het stationsgebied is het tunneltje in de jaren zeventig afgesloten. In de stationshal markeert een vierkant met afwijkende tegels de voormalige ingang. Wat eronder zit, weet niemand, maar er zijn vermoedens dat de tunnel er nog is. Mogelijk komt hij zelfs aan het licht als het station een nieuwe entree aan de stadskant krijgt.


Op dezelfde manier krijgt het souterrain van een wit pand op Maliesingel 23 in Utrecht een heel andere uitstraling als de passant weet dat Gerard 't Hooft en zijn promotor Tiny Veltman daar in de jaren zeventig een van de belangrijkste ideeën uit de deeltjesnatuurkunde formuleerden. Of Huize ter Wetering aan de Haagweg 49 in Leiden, waar Heike Kamerlingh Onnes thuis was als hij niet aan Het Steenschuur in Leiden werkte aan de koudste gassen op aarde en, uiteindelijk, supergeleiding in kwik. Aan de achterkant ligt het Galgewater, de vaart waarin onder protest van mevrouw Kamerlingh Onnes studenten geregeld naakt zwommen. En voor wie Bentincklaan 146 in Den Haag passeert: daar woonden nou Jan en Niko Tinbergen, twee gewone jongens die uiteindelijk elk een Nobelprijs zouden winnen. Of jurist Tobias Asser, Bankaplein 3 in Den Haag. En vergeet de Lodewijkskerk in Leiden niet, waaraan Einthoven ooit met zijn zoon een draad ophing als antenne en als eerste vanuit Nederland radiocontact maakte met de telegraafdienst in Bandung, Nederlands-Indië.


Vooral in Leiden is veel wetenschapsgeschiedenis bewaard, meestal door toedoen van Museum Boerhaave. Daar is nog steeds de originele glazen kolom te zien waarmee Kamerlingh Onnes in 1908 als eerste ter wereld helium vloeibaar maakte. Nog intrigerender: de originele pijl en boog waarmee fysioloog Willem Einthoven in zijn tijd extreem dunne elektroden trok uit druppels gesmolten glas.


Een van de mindere ontdekkingen: de oude gedenksteen aan de zijkant van boekhandel Los op de hoek Nassaulaan-Vlietlaan in Bussum, die altijd herinnerde aan de geboorteplaats van oud-diplomaat, Parool-hoofdredacteur en Vredesprijswinnaar (namens vluchtelingenorganisatie UNHCR) Gerrit-Jan van Heuven Goedhardt, is onvindbaar - kennelijk na een verbouwing. Zelfs de boekhandelaar kan niet uitleggen waar die gebleven is. De gedenksteen voor bewoner Pieter Zeeman van Stadhouderskade 158 in Amsterdam zit er wel nog gewoon, op pakweg een kwartier wandelen van Zeemans eigen lab, aan de Plantage Muidergracht, pal naast dat van oudere collega Van der Waals. Amsterdamse School naast neoklassiek.


En die Zeeman in de Zeemanstraat, waarmee het avontuur begon, hoe staat het daar mee? Die is er dus nergens. Niet in Zandvoort, noch in Waalwijk, Terneuzen, Hoensbroek of Zonnemaire - Pieter Zeemans geboorteplaats in Zeeland. Laat staan dat er een caissière zou zitten die iets kon vertellen over de splitsing van spectraallijnen door magneetvelden, en hoe die de beroemde elektronentheorie van medewinnaar Lorentz zo mooi bevestigde. Het zou ook te mooi zijn geweest.


Daar staat dan tegenover dat dezelfde Pieter Zeeman een naar hem vernoemde krater op de maan heeft, al is dat dan weer wel op de onzichtbare achterkant. Maar dat kan niet anders: alle kraters, bergen en zeeën op de voorkant waren natuurlijk al eeuwen vergeven toen in 1901 de eerste Nobelprijzen werden toegekend.


In het noorden van het land, bij de Lorentz-sluizen in de Afsluitdijk bij Kornwerderzand, raast een jaar dolen verder het hedendaagse autoverkeer onstuitbaar voorbij, Friesland in of juist uit. Een gedenkteken ontbreekt voor de Leidse geleerde die niet alleen elektronen doorgrondde en die als een vader voor Einstein was, maar die en passant ook de wispelturige getijden van de ingepolderde Zuiderzee doorrekende. Laat staan dat iemand hier aan de grootste Nederlandse natuurkunde van begin vorige eeuw denkt. Of de opmerkelijk sublieme Nederlandse wetenschap. Voort moeten we. Naar de overkant. Verder.

Martijn van Calmthout en Jelle Reumer: Nobel op de kaart.

Uitgeverij LIAS; 240 pagina's; euro 19,95.


Martijn van Calmthout is natuurkundige en wetenschapsredacteur bij de Volkskrant. Jelle Reumer is schrijver, hoogleraar biologie (paleontologie) in Utrecht en directeur van het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam.

NOBELE STRATEN

In het Nederlandse straatbeeld wemelt het niet bepaald van de Nobelprijswinnaars. Fysicus Hendrik Lorentz (1902) staat zo'n 35 keer op straatnaamborden, en is daarmee koploper. Hij wordt gevolgd door Heike Kamerlingh Onnes (1913) en Joh. Diderik van der Waals (1910). Lorentz' medewinnaar Pieter Zeeman komt er met zes vermeldingen tamelijk bekaaid af, net als elektrofysioloog Willem Einthoven (1924) en vitamine-ontdekker Christiaan Eijkman (1929).


Sommige winnaars worden hooguit in eigen stad ruim geëerd, zoals opticus Frits Zernike (1953) in Groningen.


Een heuse Nobelbuurt in Hoensbroek bij Heerlen, de enige in het land, trekt de statistieken voor de rest van het land nog een beetje recht. Daar worden zelfs fysicus Nico Bloembergen (1981) en econoom Tjalling Koopmans (1975) geëerd.


Econoom Jan Tinbergen is de laatste winnaar (1969) die nog enigermate als straatnaam voorkomt, onder meer in Rotterdam. Diens later Britse broer en gedragsbioloog Niko (1973) heeft geen enkele straat. De Van der Meerstraten in bijvoorbeeld Haarlem en Nijkerk zijn hooguit naamgenoten van de in 2011 in Genève overleden deeltjesfysicus Simon van der Meer (1984). Hetzelfde geldt voor 't Hooft - een woonerf in Klundert - en de Veltmanlaan in Weiteveen, vlak bij Klazienaveen, Drenthe.

OM EN NABIJ

Verrassend genoeg bestaat er enige verwarring over het juiste aantal Nederlandse Nobelprijswinnaars. Sommige ontvangers hadden wel een Nederlands paspoort, maar deden hun werk elders, zoals atmosfeerchemicus Paul Crutzen (1995) die in Zweden en Duitsland werkte, laserfysicus Nicolaas Bloembergen (1981) die naar de VS vertrok, econoom Tjalling Koopmans (1975), ook Amerikaan, of UNHCR-voorman Gerrit-Jan van Heuven Goedhart (Vrede 1954) die in Genève domicilie had. Sommige buitenlandse laureaten hebben ook een Nederlands paspoort, zoals de van origine Russische grafeenontdekker Andrei Geim (2010), tegenwoordig aan het werk in Manchester. Zijn medewinnaar Konstantin Novoselov is nog steeds Rus en telt dus niet mee, maar spreekt wel beter Nederlands dan Geim. Daarnaast is er ook nog de zaak rond de Utrechtse arts Rudolf Magnus, die in 1923 overleed nadat het Nobelcomité hem al aangewezen had, maar vóór de officiële bekendmaking. Veiligheidshalve is in elk geval vol te houden dat 21 Nobelprijzen sinds 1901 een duidelijk Nederlands aspect kenden. Daarbij telt dan ook mee de Nobelprijs voor de Vrede 2013 voor de VN-organisatie tegen chemische wapens OPCW, met haar hoofdkwartier aan de Johan de Wittlaan in Den Haag.

EEN STANDBEELD

Het ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschappen heeft de goede gewoonte om van elke Nederlandse Nobelprijswinnaar een bronzen kop te laten maken. Die wordt geplaatst in een eregalerij in de hal van het ministerie, tegenwoordig in Den Haag vlak naast het Centraal Station. In de collectie ontbreken wel enkele kopstukken, vooral als die in het buitenland zitten of zaten: Bloembergen, Tjalling Koopmans, Van Heuven Goedhart, Niko Tinbergen. Sommige universiteiten en enkele musea bezitten ook borstbeelden van hun Nobellaureaten, soms afgietsels van de OCW-beelden, vaak ook weer origineel werk van andere kunstenaars. Op straat in Nederland zijn er niet veel beelden van Nobelprijswinnaars te vinden. Hendrik Lorentz staat als standbeeld in Haarlem en Arnhem, Zeeman in zijn geboorteplaats Zonnemaire in Zeeland, Kamerlingh Onnes op een sokkel in Leiden, vlak bij wat ooit zijn lab was. Het grootste standbeeld is dat van Van 't Hoff in Rotterdam. Het vreemdste borstbeeld is dat van Paul Crutzen dat in Utrecht in het instituut voor Atmosfeeronderzoek IMAU staat, gemaakt door Eja Siepman van den Berg: daarop draagt hij zijn markante bril niet. Ook vreemd: het Debye-monument in Maastricht, dat de elektrische dipool verbeeldt. De kop van de vanwege zijn Duitse oorlogsjaren veelbesproken Maastrichtse Nobelprijswinnaar staat in de hal van het stadhuis.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden