Onmetelijke nachten

De schrijfster Joke Hermsen verbleef voor de VPRO een week lang in een drijvend huis op het Lauwersmeer. Zonder telefoon, radio en tv, of internet. De stilte is oorverdovend.

Zaterdag 2 oktober 2010

Buiten heerst een gitzwart duister. De regen komt met bakken naar beneden en tot overmaat van ramp geeft het bedieningspaneel net aan dat de accu's 'low' zijn, oftewel: binnenkort vallen hier het licht, de verwarming en de laptop uit. Nu heeft Rob, de havenbeheerder, mij vanmiddag wel uitgelegd hoe ik die accu's weer op moet laden, maar ik vrees dat ik niet goed heb opgelet. Dus heb ik net het handboek voor het 'varende vakantiehuis' erbij gehaald, maar daar staat zo'n ingewikkelde gebruiksaanwijzing in, dat ik er niet eens aan durf te beginnen. Ik zie die boot al uit zichzelf in beweging komen en het vrije sop richting Waddenzee kiezen.


Ik herinner me vagelijk dat ik zowel de Start- als de Stopknop tegelijk moest indrukken. Dat leek me nogal tegenstrijdig, maar misschien heb ik het juist daarom wel onthouden. Gewone zaken vliegen tegenwoordig mijn hoofd net zo snel weer uit als ze naar binnen zijn komen waaien, maar absurde details blijven wat langer hangen. Daarna moest ik, geloof ik, nogmaals de Startknop indrukken. Zo gezegd zo gedaan, en nu loeit onder mij de generator en ben ik voor even weer gered. Maar nu begint er op het paneel een andere knop te branden, waarboven in dreigende letters 'Bilge alarm' staat. Ik heb geen flauw idee wat voor alarm dit zou kunnen zijn. Ik kan het niet googlen, want ik heb hier geen internet, ik kan niemand bellen, want er is geen telefoon, en dus laat ik het maar gelaten over mij heen komen.


Zondag 3 oktober

Na een half wakende nacht, want bij elk geluid schoot ik overeind in bed, ben ik op een deinende boot wakker geworden, die nog steeds op dezelfde plek blijkt te liggen als waar we gisteren zijn aangemeerd. Die plek is een eilandje, Senneroog geheten, dat de vorm heeft van een zeepaardje en ergens tussen het Dokummer Diep en het Lauwersmeer in ligt; het is begroeid met gras, riet, struiken en wilgenbomen.


Dankzij de inspanningen van mijn voorgangers, is het eilandje niet alleen begaanbaar, maar hier en daar ook in heuse landschapkunst veranderd. En dat bevalt me wel. De natuur is mooi, maar als de mens zijn verbeelding erop los laat, wordt hij wat mij betreft nog mooier. Vanmiddag kwam ik soppend in mijn kaplaarzen op de verste uithoek van het eiland aan, waar door een van de heren zelfs een trappetje in een wilgenboom is gemaakt, zodat ik als een quasi zeepiraat erin kon klimmen en met mijn verrekijker de wacht kon houden over menig Friese schuit die voorbij kwam varen. Het was een zonnige herfstmiddag, het water glansde als net gepoetst zilver, en boven mij vlogen de ganzen en kieviten in schitterende dansformaties door de lucht.


Ik ben hier nu ruim 30 uur, en de stilte is nog niet bedreigend, maar weldadig. Ik realiseer me nu pas hoe druk ik het het afgelopen jaar heb gehad. Dat is natuurlijk een beetje merkwaardig voor iemand die een boek over het stillen van tijd heeft geschreven, maar voor mij heeft dat boek dus het omgekeerde opgeleverd: topdrukte. Het is nog te vroeg om nu al iets wezenlijks over de invloed van die overdaad aan rust te kunnen zeggen. Wel betrap ik me erop dat ik steeds vaker hardop tegen mezelf aan het praten ben. Thuis onderdruk ik die gewoonte, maar hier kan ik me er ongestoord aan overgeven.


Maandag 4 oktober

Hoeveel stilte kan een mens eigenlijk verdragen? Ik ben nu ruim 60 uur alleen en heb vanmiddag alleen drie woorden met Rob gewisseld, die mijn audiobijdragen voor de VPRO kwam ophalen, maar niet wilde vertellen of we al een nieuw kabinet hebben. Staat de koningin al op het bordes met ons tragikomische drietal? Zou het echt waar zijn dat we in Nederland een ondemocratische partij voor ons zelf en de rest van de wereld gaan legitimeren?


Ik zit op mijn woonbootje nog op een wonder te hopen. Naast de vraag hoe het met mijn dierbaren is, is dit de vraag die me het meeste parten speelt. Verstoken blijven van nieuws is vaak een zegen, maar ik zou op dit moment toch heel graag willen weten wat de stand van zaken is. Verwachten de rekenmeesters van VVD en CDA echt dat deze formatie geld gaat opleveren? Dat de export erdoor zal toenemen, omdat wij met een uitgesproken anti-moslim partij in zee gaan? Of dat de veiligheid wordt bevorderd, omdat het zo gezellig op straat wordt als iedereen de stijl van onze Geert gaat overnemen? Ik lig hier op een immense plas water te dobberen, kan nergens mijn licht opsteken, terwijl Nederland zich mogelijk op een historisch dieptepunt bevindt.


Ik tuur vanuit mijn piratenboom met mijn verrekijker naar de gezichten van de voorbij varende 'recreanten' om te zien of deze ernstig of bezorgd staan, maar niks hoor, men opent nog een flesje rosé of tuurt met verrekijker naar zilverreiger of rietgors. De liefde voor vogels lijkt inmiddels groter dan de zorg om de medemens. Maar misschien heeft het CDA-congres toch tegen gestemd. Ik vrees echter dat Rutte en Verhagen met een politieke partij gaan samenwerken, die tot een jaar geleden nog door niemand als betrouwbaar werd gezien, en men neemt nog een glaasje. Verder is het stil hier. Oorverdovend stil.


Dinsdag 5 oktober

Het was zo'n perfecte dag vandaag. Zacht maar toch uitbundig oktoberlicht, kabbelend water, zingende vogels, een warme zuidenwind en ruisend riet. Zelfs de gedachten aan Den Haag verdwenen achter de horizon. Toen de zon aarzelend onder ging, heb ik een maaltijd bereid, een fles wijn geopend en naar de eerst sterren aan de bont gekleurde hemel zitten kijken.


Maar helaas verscheen er ook nog iets anders. Aan de overkant van de baai loopt een vaarweg naar de jachthaven in Lunegat. Maar deze kleine, ronkende motorboot wilde duidelijk nog niet naar de haven terug, want hij koerste recht op mijn woonboot af. Aan het roer zat een bebaarde man, die quasi onverschillig 'mijn' baai invoer. Ik schoot naar binnen, en hield hem verscholen achter de ramen in de gaten. De man voer tot vlak aan mijn woonboot en probeerde door alle ramen naar binnen te gluren. Moest ik de noodtelefoon gebruiken en Jan de boswachter oproepen? Uiteindelijk droop hij af. Het was inmiddels helemaal donker, maar toch waagde ik me weer naar buiten, waar mijn Thaise kip koud stond te worden. Nu zit ik binnen, met alle deuren op slot. Het blijft een treurig feit dat je als vrouw nooit ergens kunt kamperen zonder er gerust op te zijn dat je niets overkomt.


Toen ik jonger was, wilde ik mijn ouders bewijzen dat het wel kon, maar altijd waren er van die dubieuze ontmoetingen als deze, van die verstorende onderbrekingen van je rust en gevoel van veiligheid en ik zou niet weten hoe daar ooit verandering in kan komen.


Woensdag 6 oktober

De nachten zijn hier te onmetelijk, te duister en te onheilspellend voor één mens. Elke ochtend ben ik bijna verbaasd dat het toch weer licht is geworden. De wind is naar het westen gekeerd, en dus is het licht veranderd, net als de kleuren en de golfslag op het water. De combinatie van straffe westenwind en Don Giovanni van Mozart is al met al een fikse aanjager van het gemoed. Uit pure balorigheid heb ik luidkeels op het dek de aria's mee staan te zingen.


De allerlaatste zeiler die nog voorbij voer, vermoedde ongetwijfeld dat de huidige 'VPRO-schrijver' gek aan het worden is. Dat valt wel mee, maar het is waar dat de westenwind mijn kalme, berustende stemming van de afgelopen dagen in een heel wat ongeduriger temperament heeft omgezet. Bovendien heb ik de koerier net ontfutseld dat we inderdaad een kabinet met de PVV krijgen en ook dat heeft de strijdlust aangewakkerd. In plaats van ontspannen mijmerend mijn zegeningen te tellen, krijg ik nu zin om het uit te schreeuwen, hang ik slap van de lach om zoveel idiotie over de reling en nodig elke zilverreiger op de koffie uit, maar niks hoor; men vliegt verbolgen weg.


Sinds de wind vanochtend is gedraaid, voel ik de vage drang opkomen 'grootse zaken' tot stand te brengen. Is er ooit onderzoek gedaan naar de invloed van de wind op de creativiteit? Het omfloerste licht van de zachte Zuidoostenwind deed mij voornamelijk in slaap sussen, maar misschien had ik dat dagdromen ook wel nodig om mijn 'drang' onder de vele beslommeringen van het alledaagse leven vandaan te slepen. Misschien was deze 'windstilte van de ziel', zoals Nietzsche dat noemde, wel noodzakelijk om die creativiteit te doen ontketenen. Heb ik dan al genoeg rust en stilte tot mij genomen? Snak ik nu alweer naar wat leven in de brouwerij? Ja, maar dat leven moet je hier zelf brouwen, er zit niets anders op.


Donderdag 7 oktober

Het is tijd om de balans op te maken van deze week stilte en eenzaamheid, want morgenmiddag word ik opgehaald en mag ik weer naar huis. De nachten waren het moeilijkst, omdat ik naar de gierende wind, de schurende touwen en krakende bodem lag te luisteren, terwijl mijn kwelgeesten mij gezelschap hielden. Gelukkig was er dan de nieuwe roman van Jonathan Frantzen, een scherpzinnige zedenschets van de hedendaagse westerse cultuur - door de auteur kernachtig samengevat als 'Ikke. Ikke. Ikke. Kopen. Kopen. Kopen. Feesten. Feesten. Feesten.' Na deze kleine week van 'kloktijdloze' dagen, lijkt het erop alsof mijn borstkas zich heeft verruimd met tijd, die niet van buitenaf wordt opgelegd, maar van binnen opwelt als een soort onderhuidse bron. Zou dat dezelfde bron zijn, waar mijn 'ziel' zich heeft verschanst?


De stilte bracht een beweging naar binnen op gang, die door Plato 'de innerlijke dialoog met de ziel' wordt genoemd. Maar wie krijgt die dialoog tegenwoordig nog op gang? Zouden we vanwege alle herrie en drukte van onze ziel vervreemd dreigen te raken? En uit deze vervreemding zich in materialisme, egocentrisme en ideologische lethargie? Krijgen we dus het zielloze kabinet dat we verdienen? Mijn weekje eenzaam dobberen op het Lauwersmeer resulteerde in de stukjes voor dit dagboek en enkele aanzetten voor mijn nieuwe roman.


Toch is er ook wel sprake geweest van een zekere overdosis. Te veel stille tijd laat het verlangen naar de wereld zo sterk de overhand nemen, dat de creativiteit alsnog wordt overstemd. Dan tel ik alleen nog de uren, of als dat niet kan, de golven die tegen het dek slaan, en wacht ik alleen nog op de zon die ondergaat, zodat ik gelukkig weer een dag minder ver verwijderd ben van iedereen die ik hier zo vreselijk mis.


Zoals Wolkers-Bomans


Naar een idee van het VPRO-programma De Avonden verbleven en verblijven deze maanden vijftien Nederlandse schrijvers een week lang in een drijvend huis op het Lauwersmeer. In die tijd mogen ze geen contact met de buitenwereld hebben. Elke dag levert de schrijver vanuit zijn drijvende huis een radiobijdrage voor het programma.


Tot de deelnemers behoren naast Joke Hermsen ook Paulien Cornelisse, Gerbrand Bakker, Tommy Wieringa, Arjen Lubach, Nilgün Yerli en Wim Helsen.


De serie Een kamer in het verleden duurt nog tot 18 december. Dagelijks zijn de bijdragen rond 22.30 uur te horen op Radio 6.


Het programma is geïnspireerd op wat de schrijvers Jan Wolkers en Godfried Bomans in 1971 deden. Zij zaten een week op Rottumerplaat, schreven erover en deden daarvan ook dagelijks verslag op de radio.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden