Only in America

Typisch Amerikaans, schamperen Nederlanders over het Lewinsky-schandaal. De Amerikaanse historicus James Kennedy, die onderzoek verrichtte naar de jaren zestig in het land van zijn Nederlandse moeder, plaatst de affaire in perspectief....

Genoeg, schreeuwt Main Street. Genoeg! Washington mag zich graag beschouwen als het centrum van de Verenigde Staten, maar het kloppend hart van Amerika bestaat in werkelijkheid uit talloze hoofdstraatjes in bescheiden steden en anonieme dorpen waaraan volksvertegenwoordigers, eenmaal gearriveerd op Capitol Hill, nog nauwelijks een boodschap lijken te hebben.

Hoorden die politici maar wat Main Street zegt. Dan hoefden geen woorden meer vuil te worden gemaakt aan het smerige zaakje dat het Lewinsky-schandaal is geworden. Geen rapport wil men meer lezen, geen video meer zien, geen audiocassette meer beluisteren. Het dorpsplein heeft er schoon genoeg van.

Neem Holland, een door en door Amerikaans stadje in Michigan, waar grote aantallen Nederlandse immigranten zich generaties geleden vestigden. Laat er geen misverstand over bestaan, de meerderheid ziet er president Clinton liever vandaag vertrekken dan morgen. De overwegend conservatieve staat vindt de seksuele escapades van de belaagde Democraat onacceptabel.

Een kleine tweeduizend kilometer naar het zuiden, waar de politieke planeet Washington een onbestemde baan aflegt, heeft een afgevaardigde van het district, Peter Hoekstra, inmiddels met luide stem om het aftreden van de president verzocht. Bravo, riep zijn Republikeinse achterban in koor, die beseft dat gedwongen afzetting door de Senaat wellicht onhaalbaar is. Berispen dan maar, en zo snel mogelijk overgaan tot de orde van de dag.

De inwoners van Holland hebben belangrijker zaken aan het hoofd. Een gevaarlijk knooppunt op de weg naar het belendend dorp Zeeland zal tijdelijk worden afgesloten, met alle ongemak vandien. Alle middelbare scholen slaan deze week de handen ineen om het stadscentrum schoon te maken. Holland heeft geen trek meer in seks op, onder of achter het presidentieel bureau.

En toch raast het maar door: Monica op televisie, Bill in de krant, Kenneth op Internet, Linda op de radio. Houdt het dan nooit op? Wie knijpt Amerika in de bovenarm om uit die boze, eindeloze droom te ontwaken? Please?

James Kennedy (35) schrok wakker toen het rapport van Kenneth Starr op Internet werd prijsgegeven. Hij bestudeerde binnen enkele uren na de openbaarmaking alle aanbevelingen van de federaal aanklager, de intieme details incluis, en trok zijn eigen conclusies. Daarna sloot Kennedy definitief zijn ogen voor Zippergate.

Zelfs de uitzending van Clintons geruchtmakende getuigenis voor de Grand Jury kon Kennedy niet vermurwen. Hij staat niet alleen. Op straat in Holland heeft hij het nauwelijks meer over Lewinsky en bijna niemand komt nog met koddige opmerkingen of serieuze discussies. 'Een onfortuinlijke puinhoop. Overal pijn.'

Onder de plaatselijke bevolking heerst heuse schaamte, merkt Kennedy, docent geschiedenis aan Hope College en deeltijdonderzoeker aan het Van Raalte Institute, dat de vroege Nederlandse immigratie naar de Verenigde Staten in kaart brengt. 'Men voelt zich voor schut staan. Door de president die zich als een schmuck heeft misdragen. Door het Congres dat machtsspelletjes speelt. En door de vernedering die het land internationaal moet doormaken.'

Af en toe stapt Kennedy in gedachten uit de Amerikaanse maatschappij waarin hij is opgegroeid, en kruipt hij in de huid van de Nederlander. In die rol is het aantrekkelijk te spotten en te lamenteren. Dat stomme Amerika. Zo extreem. Zo kenmerkend voor een land dat zichzelf kennelijk niet kan beteugelen.

Kennedy schiet dan onherroepelijk in de lach. 'Eigenlijk ben ik best gecharmeerd van de eigenaardigheden die door 's lands aard aan de oppervlakte komen. Only in America. En dat klopt. Nergens anders. Ons bestel wordt danig op de proef gesteld, en dat maakt het ook weer reuze interessant. Het circus in Washington verzorgt een optreden en wij, Amerikanen en Nederlanders, zijn de verbouwereerde toeschouwers.'

Met een opmerkelijke scherpte, ondanks (of misschien wel dankzij) zijn positie van buitenstaander, deed hij onderzoek naar Nederland in de jaren zestig. Kennedy publiceerde in 1995 het proefschrift Nieuw Babylon in aanbouw (Boom). Hij verbleef als schoolgaand kind een jaar in Rotterdam, en keerde in 1991 voor twee jaar terug naar Nederland om research te plegen en ooggetuigen te interviewen.

Zijn voornaamste conclusie was dat het woelige tijdperk niet louter door opstandige jongeren in gang werd gezet, maar dat de regenten van weleer vrijwillig de fundamenten voor de historische ommekeer hadden gelegd. Een soepele maatschappelijke en culturele machtsoverdracht van de gevestigde orde aan de vrijzinnige rebellie was daarmee gewaarborgd. Heel anders dan in de Verenigde Staten, waar de publieke ontstentenis over de Vietnam-oorlog en Watergate er mede toe leidde dat het verfoeide establishment met aanmerkelijk meer burgerlijke onrust omver werd geworpen.

Een rasechte hippie was William Jefferson Clinton nimmer. Toch geldt de eerste president die na de Tweede Wereldoorlog werd geboren als de poster boy van die roerige tijden, waarbij vooral de herinnering aan drugs en vrije seks meteen naar boven komt. Conservatief Amerika vindt hem het symbool van de vrijgevochten generatie.

Met name die 'extreemrechtse vleugel' is volgens Kennedy verantwoordelijk voor de niet-aflatende jacht op Clinton en diens presidentschap.

ton heeft', aldus Kennedy. 'Alles wat in de jaren zestig is gebeurd, vinden zij verschrikkelijk. Clinton is daarvan de verpersoonlijking. Hij is in hun ogen degene die de Amerikaanse moraliteit heeft verraden en het Witte Huis van het echte Amerika heeft gestolen.'

Ondanks het feit dat deze groep getalsmatig in de minderheid is, betreft het een machtige en goed georganiseerde laag van de bevolking. Het zijn veelal aanhangers van de Christian Coalition, die aloude familiewaarden hoog in het vaandel heeft en pertinent tegenstander is van abortus. Kennedy: 'Vergelijk die groepering in Nederland met de SGP. Niet zozeer met de RPF of het GPV, omdat die er geen militante opvattingen op nahouden zoals in Amerika het geval is.'

In het historische jaar 1973 bundelden de conservatieve stromingen in de Verenigde Staten 'noodgedwongen' hun krachten. Het Hooggerechtshof deed uitspraak In de Roe versus Wade-kwestie. Abortus werd bestempeld als een grondwettelijk recht van de vrouw op privacy. De staat mocht alleen ingrijpen indien er 'dwingende belangen' in het spel waren, zoals de gezondheid van de moeder.

Bevolkingsgroepen die morele en religieuze bezwaren hadden (en hebben), waren woedend over de uitspraak. Sindsdien werden felle debatten over de rechtsgeldigheid gevoerd, die in 1993 definitief werden beslecht met de hernieuwde vaststelling van het Hooggerechtshof dat abortus een onbetwistbaar recht van de vrouw was.

'In de tussentijd', zegt James Kennedy, 'ontstond een hechte lobby die zich behoorlijk vervreemdde van het politieke midden. Er bestond voor deze conservatieven geen ander thema dan abortus. Het had niets te maken met de economie, noch met belastingen of homoseksualiteit. Niet zelden zijn ze tijdens verkiezingen zelfs in de steek gelaten door de Republikeinen.' Dat maakte hun vasthoudendheid des te groter.

Kennedy durft zelfs zo ver te gaan dat 'Clinton niet zulke grote problemen had gehad wanneer het Hooggerechtshof zich indertijd iets meer in het politieke midden had opgesteld'. De huidige vijanden zouden dan nog steeds verdeeld en minder daadkrachtig zijn geweest. Als gouverneur van Arkansas was Clinton overigens, zoals vrijwel elke zuidelijke beleidsmaker, lange tijd tegenstander van abortus. Pas in de jaren tachtig liet hij zijn bezwaren varen.

De presidentskandidaat Clinton kweekte begin 1992 pure haat bij dat conservatieve blok. Kennedy: 'Zijn gedrag maakte hem bedenkelijk en ongeloofwaardig. Hij ontliep de militaire dienstplicht voor Vietnam. Hij erkende ooit marihuana te hebben gerookt zonder te hebben geïnhaleerd. Clinton stond toen ook al bekend als een rokkenjager. Gennifer Flowers onthulde vlak voor de verkiezingen dat zij een buitenechtelijke relatie met hem had gehad.' Van Paula Jones, Kathleen Willey of Monica Lewinsky had men toen nog niet eens gehoord.

Vanaf zijn eerste dag in de residentie aan 1600 Pennsylvania Avenue kreeg Clinton te maken met criticasters, die geen samenzwering uit de weg gingen om hem het leven zuur te maken. De justitiële zoektocht van speciaal onderzoeker Kenneth Starr naar mogelijke onverkwikkelijkheden die het echtpaar Clinton zou hebben begaan in de twintig jaar oude Whitewater-affaire, is daar volgens Kennedy een concreet voorbeeld van.

In het buitenland wordt het juridisch proces, ook al lijkt dat ondergesneeuwd door het politieke gesteggel van de laatste weken, veelal sterk onderschat. 'Veel meer dan in Nederland is overtreding van de wet een zwaar vergrijp. De wet is in Amerika het hoogste goed, de grote pleitbezorger. Waar onenigheid heerst, in de politiek of in het bedrijfsleven, wordt vrijwel onmiddellijk gekeken naar de wet die uitsluitsel geeft. De president heeft zichzelf juridisch klem gezet, en de meeste Amerikanen kunnen dat niet zomaar van zich afzetten. Er zal een bestraffing moeten volgen.'

Starr kon zodoende als controleur van de hoogste macht blijven wroeten. Via Travelgate en Filegate belandde hij bij het Lewinsky-schandaal, dat nu dan een constitutionele crisis heeft opgeleverd. Niet alleen zou dit in Nederland ondenkbaar zijn geweest omdat er geen politieke krachten als de conservative right op de achtergrond manipuleren, maar ook omdat de media zo'n affaire niet in die mate zouden uitmelken als in de Verenigde Staten. Kennedy: 'Deze twee omstandigheden zijn de voornaamste verklaring van 's lands huidige staat.'

HIJ NOEMT de Amerikaanse media 'democratischer en opener' dan die in Nederland. 'Journalistieke maatstaven worden in Nederland vastgesteld en nageleefd door de kwaliteitsmedia. Zij bepalen als een soort volkstribuun wat wel en niet in de krant of op de buis komt. Een Nederlandse journalist laat zich er makkelijker door een loslippige politicus van overtuigen dat het in het belang van het land wellicht beter is als iets niet naar buiten wordt gebracht.

'In de Verenigde Staten is dat ondenkbaar. Een journalist wenst geen onderdeel te zijn van wat hij of zij meteen als een cover-up zou ervaren.' In Amerika is in het verleden net iets te veel onder het vloerkleed geveegd. En dan heeft Kennedy het niet over het discrete stilzwijgen van de journalisten die begin jaren zestig met eigen ogen zagen hoe president Kennedy zich aan de rand van het zwembad vermaakte met prostituees. Of over het verhullen van Roosevelts lichamelijke handicap in de jaren dertig.

'Sinds het eind van de jaren zestig heerst in Amerika de journalistieke tendens dat discretie gevaarlijk kan zijn. In Vietnam kwam de pers na het tellen van de Amerikaanse lijken tot de ontdekking dat zij de regering nooit had moeten geloven. En Watergate is het ultieme voorbeeld, waarbij twee journalisten lieten zien wat de werkelijkheid van Nixons machtsmisbruik in het Witte Huis voorstelde.'

De Amerikaanse pers stelt zich volgens Kennedy op het standpunt dat 'niets verborgen mag blijven'. Desnoods ten koste van alles. Het afgelopen decennium is de uitvoering ervan geëscaleerd. Schaamteloos berichtten de media afgelopen januari over de verhouding van Clinton met stagiaire Lewinsky, zonder dat de feiten grondig werden gecontroleerd. Hijgerigheid en een gejaagde presentatie overvielen vaak de lezer en de kijker.

Het gevoel van schaamte in de huiskamer is desondanks behoorlijk afgenomen, meent Kennedy. Het puriteinse karakter dat de gemiddelde Amerikaan vaak wordt aangewreven - door de 'tolerante Nederlander' met het geheven vingertje voorop - is helemaal niet zo nadrukkelijk aanwezig. 'Kijk maar naar talkshows als Jerry Springer, waar mensen zonder een blad voor de mond te nemen over hun bizarre uitspattingen vertellen. Alles is bespreekbaar geworden, wat duidelijk een gevolg is van de jaren zestig en zeventig.'

Sterker, seks verkoopt, en dat maakt de heimelijke fascinatie van media en volk voor het White House Sex Scandal stukken begrijpelijker. Kalm ademhalen voor een weloverwogen analyse is er niet meer bij. Kabeltelevisie biedt exclusieve nieuwszenders een vol etmaal de gelegenheid derderangscommentatoren alle facetten van Zippergate stuk te laten discussiëren, aangevuld door de soms wrede snelheid van Internet.

Kennedy: 'Meer media veroveren minder markten en moeten iets verzinnen om hun positie te handhaven.' Zelfs de president wordt in die bikkelharde concurrentie niet ontzien.

Het aanzien van het hoogste openbare ambt is dramatisch gedaald, zeker onder de Amerikaanse jeugd, aldus Kennedy. Clinton heeft het presidentschap verkwanseld, is een veelgehoord geluid. Het heeft te maken met Amerika's innerlijke behoefte om, vooral in tijden van kommer en kwel, tegen de Eerste Burger te kunnen opkijken. 'Dat is tevens de aard van de politiek, waarin persoonlijk karakter een doorslaggevende rol speelt.'

Dat zou volgens Kennedy ook in Nederland het geval zijn als het electorale stelsel van voor 1913 nog bestond, waarbij per district een vertegenwoordiger naar Den Haag werd gestuurd. 'In Amerika worden op lokaal niveau al rechters, sheriffs en burgemeesters gekozen. Je gaat meer af op mensen, minder op hun agenda. Dat geldt ook voor senatoren, gouverneurs en uiteindelijk de president. Je oordeelt op basis van wat je in een reclamespot ziet of in de krant leest.'

Het is een merkwaardig mechanisme, erkent Kennedy. 'Neem Ross Perot. Hij won in 1992 als onafhankelijke kandidaat het vertrouwen van miljoenen Amerikanen die de eeuwige partijpolitiek beu waren.' Of Colin Powell, de held uit de Golfoorlog, die in 1996 overwoog zich beschikbaar te stellen voor het presidentschap. 'De meeste Amerikanen, ikzelf incluis, vertrouwden hem blind. Terwijl hij nooit iets over zijn politieke programma heeft verteld.'

Nederland zou wellicht de schouders meewarig ophalen wanneer de premier of een minister op echtelijke ontrouw werd betrapt. 'Maar wat als koningin Beatrix zich ongepast zou gedragen?', vraagt Kennedy zich af. 'Hoe voelt het volk zich dan? Zo eenvoudig verliep de Greet Hofmans-affaire met Juliana toch ook niet. Het is geen typisch Amerikaans probleem. Ik denk dat iedereen het liefst ziet dat zijn staatshoofd zich gedraagt.'

Een regeringscoalitie als Paars is in het Amerikaanse politieke landschap volstrekt ondenkbaar. Dat verklaart volgens Kennedy de huidige verdeeldheid in Washington over Clintons lot. Het smijten met modder in campagnes, opponenten uitmaken voor leugenaar en bewust polariseren, zijn ingrediënten die in de Anglo-Amerikaanse politiek zijn geworteld. Een klimaat van eensgezindheid gedijde hooguit tijdens de Koude Oorlog, gedurende een diepe economische crisis of zoals vorige maand even heel kort toen Clinton zich in de nesten had gewerkt en Democraten zich onheilspellend stil hielden.

Inmiddels beseft Kennedy dat het 'allang niet meer om Clinton gaat, maar om een ordinaire machtsstrijd in het Congres'. Hoe de toekomstige historici hierop terug zullen kijken, is een vraag die hij liever niet beantwoordt. Hij koestert slechts de hoop dat politici mettertijd zullen inzien 'hoe destructief het pad is dat zij zijn ingeslagen' en dat de voyeuristische media 'leren van de walging die zij bij de bevolking hebben opgewekt'.

Laat in dat opzicht de publieke onverschilligheid maar eens op desastreuze wijze toeslaan, vindt Kennedy. 'Hoe cynischer het volk wordt, hoe sneller de weg terug wordt ingeslagen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden