Onherroepelijke alertheid

Mechelse herders zet de Franse choreograaf en regisseur Michel Schweizer op het podium. En non-acteurs. Bleib opus #3 is een van de gecompliceerdste voorstellingen die hij tot nog toe heeft gemaakt....

Alleen al het gehijg. Luid klinkt het over de scène, van vijf kanten. Ergens vandaan klinkt ook onheilspellende muziek, van heel ver weg en heel vaag. Maar het is dat aanhoudende, rond echoënde gehijg dat je haast de adem beneemt.

Want hoewel de vijf Mechelse herders op het toneel ogenschijnlijk rustig op de voor hen bestemde plek liggen, suggereert hun hijgen dat een en ander niettemin de nodige inspanning kost. Dat het nog helemaal niet zo eenvoudig is om daar te blijven en niet te doen wat die fraai afgetrainde hondelijven vermoedelijk toch het liefst zouden willen doen: zich losrukken uit de hun onnatuurlijke omgeving en die starende wezens in de zaal eens goed te grazen nemen.

Gedurende de voorstelling Bleib verdwijnt dat dreigende gevoel geen moment; als toeschouwer blijf je even alert als die gedisciplineerde en toch enigszins nerveuze beesten. En als hun trainers, ongetwijfeld, die even later verschijnen, donkere zwijgzame figuren op de achtergrond, een soort bodyguards – van wie?

Bleib opus #3, zoals de voorstelling van de Franse choreograaf en regisseur Michel Schweizer voluit heet (ze is het eindresultaat van twee voorafgaande producties die Schweizer tezamen aanduidt als een ‘work in progress’ van jaren) , is een intrigerend stuk, niet in de laatste plaats door de bezetting.

Naast de honden heeft Schweizer hier tien non-comédiens samen gebracht, non-acteurs, mensen die niet uit de theaterwereld afkomstig zijn, die er van origine niets mee van doen hebben.

De hondentrainers, om te beginnen. Daarnaast: Friedrich Lautenbach, een enigmatische verschijning zonder vaste woon- of verblijfplaats, een sociale randfiguur met een getekend gezicht die geregeld zijn opwachting maakt om ontregelende teksten – in het Duits – de zaal in te slingeren; en de Slowaak Andrej Skrha, voormalig soldaat in het vreemdelingenlegioen, inmiddels plaatselijk befaamd als ‘homme d’attaque’, uitblinkend in het (gereguleerde, trainingsgerichte) hondengevecht.

Aan dit illustere gezelschap werd uiteindelijk nog choreograaf Gérard Gourdot toegevoegd, de enige voor wie de theatervloer niet echt een onbekend fenomeen is. Hij completeert als het ware de ‘fysieke’ pijler van de voorstelling. Daar tegenover staat de intellectuele poot, belichaamd door filosoof Dany-Robert Dufour en psycholoog Jean-Pierre Lebrun, die tussen de hondenbedrijven door op licht ironische toon een discours voeren over de staat van de huidige consumptiemaatschappij, vaste denkpatronen, marktmechanismen en de verhouding nature-nurture, een thema dat Schweizer weer verbindt met het gedrag van honden en de plek van het individu binnen een groepsproces.

Het resultaat is vervreemdend en fascinerend, enigszins duister en somber in zijn mens- en maatschappijkritische aspecten, maar op bepaalde momenten ook grappig.

Op de voorkant van het programma van de Rotterdamse Schouwburg prijkt onder de kop His Master’s Voice een groot scènebeeld van Bleib en op de homepage blaft een Mechelse herder (voor de feestelijke gelegenheid met een kroontje op zijn kop) je waakzaam toe: Bleib opus #3 is een van de kernvoorstellingen van de Internationale Keuze. Hiermee introduceert het jaarlijkse festival, geroemd om zijn breed geschakeerde programmering, Michel Schweizer in Nederland. Verrassend wel weer, want de regisseur is weliswaar geen onbekende in eigen land, hij is geen veelmaker en opereert niet vanuit Parijs maar houdt zijn geboortestad Bordeaux als uitvalsbasis.

Hij is geen gepromoveerd moleculair bioloog. Heeft nooit in Berlijn gestudeerd, noch in Parijs of New York. Heeft nog steeds geen spaarregeling voor de aankoop van een eigen huis, aldus zijn biografie, een lollige litanie van dat wat Michel Schweizer (50) allemaal níet is, bezit of nastreeft. Om te besluiten met wat hij wel doet: op tijdelijke basis gemeenschappen creëren en organiseren. Waarvan acte.

Bleib opus #3 is een van de gecompliceerdste voorstellingen die hij tot nog toe heeft gemaakt, zegt hij tijdens een gesprek in La Villette, een cultureel complex in Parijs waar het stuk een paar dagen wordt opgevoerd. Het stamt uit seizoen 2005-2006 maar hij heeft er in totaal (Bleibshowroom opus#1 en #2 meegerekend) meerdere jaren aan gewerkt, het is gefragmenteerd tot stand gekomen. Het is een gelaagde voorstelling, die zich niet leent voor een klipklare samenvatting; inspiratie putte hij onder meer uit een aantal filosofische werken. Tegelijkertijd is daar de praktische kant: de spelers, de non-comédiens, hebben een leven naast het theater en zijn niet elk moment inzetbaar. En dan zijn er nog de honden. Voor het eerst werkte hij met dieren op de scène en anderhalf jaar lang vertoefde hij af en aan in een hondentrainingscentrum in de Savoie.

‘Ik wilde zien hoe dat in zijn werk gaat. Zien hoe de meester zich verhoudt tot de gedomineerde, en omgekeerd. Wie is wie de baas, wie manipuleert wie en hoe. Ik wilde ook voor mezelf uitvinden waarom ik intuïtief voor een voorstelling met honden had gekozen. Of dat idee echt zo zou werken als me voor ogen stond.’

Aanvankelijk had hij ‘gewoon’ gedacht een voorstelling met dansers te maken. ‘Maar ik wilde, om te beginnen, iets maken dat heel erg met het moment van nu te maken heeft, in die zin: niet ergens ‘een voorstelling van geven’, nee, laten voelen dat we NU leven. Dit moment voelbaar maken op het podium, in een publieke ruimte.’

‘Dansers kun je laten zien wat ze moeten doen en ze doen het, je programmeert ze als het ware, hun lichamen zijn geformatteerd. Honden kun je trainen, maar je weet toch nooit zeker of het beest precíes dat doet wat is bedacht. Er zit een onvoorspelbare kant aan die je meer in het ‘nu’ houdt. Dansers gaan helemaal niemand bijten, die springen op en neer en doen hun kunstje, de honden veroorzaken een constante staat van ongerustheid. Dat dwingt je op het heden te focussen: wat is er aan het gebeuren?’

Die onherroepelijke alertheid wil Schweizer plaatsen tegenover wat hij noemt het (ingesleten) prêt-a-penser van vandaag de dag. Mensen, zegt hij, denken gemakkelijk in formules, in slogans. Zoals degene die hij gebruikt in zijn voorstelling en die afkomstig is van de economische top in Davos in 2001: Prosperité, Securité, Partenariat (welvaart, veiligheid en partnership). ‘Betekent feitelijk niets, maar men is er van onder de indruk. Ik wil laten nadenken over hoe we ons – ook door reclame, noem maar op – laten beheersen, domineren door de economische markt. Dat er krachten zijn die ons dingen laten doen zonder dat we er bij stilstaan, zonder dat we erbij nadenken. Hoe die krachten werken.’

Naast dergelijke visuele reminders als het grote Davos-logo staan er dus ook met regelmaat twee intellectuelen op de scène die er op hoffelijke toon op los discussiëren. ‘Ze belichten steeds een aspect van de manier waarop we bezig zijn op verschillende niveaus onze plaats te vinden in de wereld van vandaag de dag.’ Behalve aan werk van deze Dufour en Lebrun, refereert hij met zijn stuk aan ideeën van denkers als Dominique Quessada en Bruce Bégout die hij las en bewondert. ‘De eerste wijst op het gevaar van planetaire genocide – waar we denken elkaar en de wereld niet meer nodig te hebben. De andere waarschuwt voor het routineus en gedachtenloos invullen van het dagelijks leven; meelopen in een tredmolen, vooral niet willen afwijken van de norm, handelen naar verwachting.’

Bleib wil stilstaan bij deze kwesties. Schweizer: ‘Er is moed voor nodig je buiten de gevestigde orde te plaatsen, een zekere mate van heldendom. Om je als individu staande te houden zonder dat je overgeeft aan die gelijkvormigheid, zonder dat je je voortdurend aanpast, wílt aanpassen. Het is koorddanswerk, het is een dunne lijn waarmee je je dagelijks geconfronteerd weet.’

En zo zien we een Friedrich Lautenbach, iemand die zich in elk geval niet conformeert aan de regels van de burgerlijke maatschappij; en een onconventionele verschijning als Andrej Skrha, die zich in een speciaal pak hult dat een hondenmuil kan weerstaan.

Want wat je al vanaf het begin van de voorstelling voorvoelt, gaat op een gegeven moment ook gebeuren: het komt tot een heftige confrontatie tussen mens en dier.

Niet meteen, en niet voortdurend: Bleib begint als een dans, met subtiele momenten, waar een nauwelijks zichtbaar handgebaar van een trainer genoeg is voor een elegante beweging, en elke stap, elk parcours over de vloer tot in de puntjes is uitgedacht en wordt gevolgd. Een kleine gemeenschap zien we hier, waarbij de een zich verlaat op de ander voor een hecht resultaat dat elke keer weer net even anders kan zijn, afhankelijk van het moment. Maar verontrustend is het en blijft het, tot en met de ontlading, wanneer Skrha zijn dierlijke tegenstander – of is het partner – uitnodigt tot een aanval over te gaan. De discipline die je vervolgens nodig veronderstelt om níet door te bijten, lijkt immens; maar steeds laat het dier los en keert het terug naar een kleine verhoging iets verderop – om op haast hautaine wijze die meneer met het gladgeschoren hoofd zijn plaats te wijzen. Wie is hier de baas? Het blijft een vraag die het publiek op momenten naar het puntje van de zitplaats drijft.

‘Bleib: ne bougez pas, verroer u niet. Blijf zitten en kijk naar wat NU op toneel gebeurt. Sommige mensen vinden het heel gewelddadig en zwart’, zegt Schweizer. ‘Deels omdat het zo geësthetiseerd is, het is op visueel niveau manipulatief. Het decor is sober en strak, het licht is zacht, de muziek best lekker. Maar wat je verder te zien en te horen krijgt is – misschien onverwacht – behoorlijk heftig.’

‘Ik vind dat het theater op die manier best een politieke plek mag zijn. Dat je de mensen hier een politieke, sociale realiteit mag voorstellen, dat het theater een zekere didactische rol heeft, in die zin dat het tot reflectie aanzet.’

Er staan op verschillende plaatsen microfoons op het toneel, waarvan de spelers ook gebruik maken; er zijn momenten zelfs dat de honden ze aandragen, bij wijze van aansporing: wat is hierop uw commentaar? Maar als tegen het einde een van de personages geneigd lijkt een concluderend statement te maken, draait die microfoon zich van hem af, om in z’n eentje een soort rondedansje te maken. Een pointe, een samenvatting van voorgaande, nee, dat gaat niet gebeuren. Schweizer: ‘Dat is hun rol niet. Ze mogen ideeën aanreiken, uitdagen, uitnodigen, maar ze zijn niet geëigend een slotconclusie te poneren.’

Hij pauzeert even, zegt dan: ‘Ik breng specialisten bijeen in deze performance. Specialisten die allen op hun manier met levende wezens werken, trainers, een docent, een psycholoog. Ik doe niets anders dan ze samenbrengen, meedenken en dan trek ik me terug. Ik breng werelden bij elkaar dat is mijn werk; werk dat mogelijkerwijs ook een zekere mate van verbroedering tot stand brengt, voor even, op die plek. In die zin is het niet alleen licht politiek geëngageerd, maar heeft de voorstelling ook een sociaal aspect.’

Hij zei het al eerder: ‘Het is het moeilijkste dat ik tot nu toe gedaan heb, ook in praktische zin, omdat je voor een deel ‘getrapt’ werkt – via anderen, via de trainers. Bleib neemt een speciale plek in binnen mijn oeuvre. Ik heb het gevoel dat ik een enorme stap heb gemaakt in de zin van regisseren, managen, produceren. Ik wil op deze manier verder. Ben van plan steeds minder met professionele theatermensen te gaan werken. In die zin is Bleib te zien als een cesuur, als een breuk, zo je wilt.’

Rigoureuze verandering is niet iets dat hij schuwt; al eerder brak Schweizer met voorgaande werkwijzen en sloeg hij andere wegen in. Opgeleid aan de Theaterschool en de Kunstacademie in Bordeaux werkte hij in de jaren tachtig en negentig aan dansvoorstellingen en performances waarin beeldende kunst een belangrijke plaats innam. Medio jaren negentig maakte hij abrupt een einde aan een vaste samenwerking met een bevriende choreografe; een periode waarin hij bij zichzelf te rade ging en heeft overwogen om te stoppen met elke artistieke activiteit.

Echt lang duurde de crisis niet, zegt hij nu met een glimlach; hij richtte Cie La Coma op, bestaande uit een klein groepje (vaste) technici die per productie wordt uitgebreid met mensen die Schweizer uitnodigt; zoals nu ook bij Bleib.

La Coma opereert vanuit Bordeaux, ‘de burgerlijkste stad van heel Frankrijk’, met een publiek dat niet makkelijk is mee te krijgen in onconventionele happenings. En toch wil hij er niet weg.

‘Hier liggen de krachten die mij gevormd hebben. Hier staat een gerenommeerd museum voor moderne kunst – beeldhouwkunst, bijvoorbeeld, die me met regelmaat meer raakt dan de dans en het theater, waaruit ik inspiratie put voor mijn eigen werk. Ik ben niet bang om risico’s te nemen. Als straks blijkt dat ik van de stad geen geld meer krijg omdat wat ik maak echt niet wordt gewaardeerd – dan is dat zo. Misschien dat ik dan moet stoppen.’

Vooralsnog gaat hij daar niet vanuit en is Schweizer druk doende met zijn volgende productie – met een klassiek danseres, een stripteaseuse, en een bodybuildster. En drie schoothondjes.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden