Ongewenst kindje

Als gemeentelijk ziekenhuis kon het Slotervaart geen armlastige patiënten weigeren. Nu is het bijna failliet. Binnenkort beslist minister Borst over de toekomst van het Amsterdamse ziekenhuis....

EEN SOCIAAL prestige-object had het Slotervaartziekenhuis moeten zijn. Een ziekenhuis voor de gewone Amsterdammers, ook de arme, soms onverzekerde patiënten. Maar tegelijkertijd een topziekenhuis met specialismen als neurochirurgie en geriatrie (de eerste afdeling in Nederland), dat zich kon meten met academische centra.

De specialisten kwamen in loondienst van het ziekenhuis, om te voorkomen dat streven naar financieel gewin hen zou afhouden van hun kerntaak, de best mogelijke zorg. Zo had het gemeentebestuur van Amsterdam, dertig jaar geleden stichter van het Slotervaartziekenhuis, zich de toekomst voorgesteld.

Nu, ruim een kwarteeuw na de opening, is het inmiddels geprivatiseerde ziekenhuis vrijwel failliet. Het is de vraag of het Slotervaart zelfstandig kan blijven voortbestaan. Minister Els Borst van Volksgezondheid heeft haar twijfels: er zijn ziekenhuisbedden genoeg in Amsterdam, kan het niet beter een dagkliniek worden? Het Slotervaart zelf ziet nog overlevingskansen, maar dan wel in een nieuw gebouw. De huidige kolos is te groot, te duur en verouderd.

Met spanning wordt nu gewacht op het advies van een commissie onder voorzitterschap van oud-staatssecretaris Hans Simons van Volksgezondheid, dat binnen enkele weken moet verschijnen. De tijd dringt: huisbankier ING dreigde eind maart al maatregelen te zullen nemen als niet binnen enkele maanden een reddingsplan op tafel ligt.

Hoe is het mogelijk dat wat een monument van sociaal bestuur had moeten zijn, een kwarteeuw na de oprichting met afbraak wordt bedreigd? Of was de kiem van het verval vanaf het begin aanwezig?

'Het Slotervaart is geen bijzonder geval. Wél bijzonder is dat de problemen zo laat komen', zegt Lucas Venneman, de laatste directeur in vaste dienst van het ziekenhuis. Vorig jaar moest hij opstappen vanwege ruzie met de medische staf over bezuinigingen. Hij was voorlopig de laatste 'ex' in een lange rij van vaste en interim-managers. Zijn opvolger Paul Sturkenboom is opnieuw een interimdirecteur. 'De meeste ziekenhuisdirecteuren werden al in het begin van de jaren tachtig geconfronteerd met financiële problemen, toen ze door de overheid werden verplicht om binnen een tevoren vastgesteld budget te blijven.'

Voor die tijd werden hun tekorten jaarlijks aangevuld uit de kassen van het ziekenfonds. Het Slotervaartziekenhuis kon zich wat langer koesteren in de 'weelde' van zo'n openeindfinanciering. De door een socialistisch gemeentebestuur opgerichte kliniek was in de woorden van Venneman een exponent van 'de rode charitas'. Jaar na jaar sprong de gemeente bij. Pas nadat het Slotervaart in 1997 was verzelfstandigd, kreeg het te maken met de kille werkelijkheid van de budgettering. Het financiële tekort is sindsdien opgelopen tot 18 miljoen gulden.

'Het is een wonder dat we het hoofd boven water hebben gehouden', zegt Marijke Schreurs, van 1974 (nog voor de opening) tot haar VUT in 1991 directeur van het Slotervaart. 'We leefden in twee werelden. De gezondheidszorg, die bepaalt welke zorg mag worden bekostigd uit de ziekenfondskas, en de ambtelijke regels, die voorschrijven dat gemeente-ambtenaren op Koninginnedag en 1 mei vrij hebben. Maar de kosten daarvan worden niet door de verzekering vergoed. We moesten dus telkens bij de gemeente aantonen dat wij extra kosten hadden gemaakt, die het ziekenfonds niet betaalde. Pas dan kwam de gemeente over de brug.'

Harry Verheij, de communistische wethouder onder wiens bewind het Slotervaartziekenhuis tot stand kwam, erkent laconiek dat het ziekenhuis de gemeente extra geld kostte. 'Als de gemeente zegt: vrouwenoverleg is verplicht voor vrouwelijke ambtenaren, moet de gemeente betalen. Dat geldt ook voor ziekenhuispersoneel dat ambtenaar is.' De gemeentelijke status van het Slotervaartziekenhuis had voor Amsterdam meer financiële nadelen. Verheij: 'Apparatuur moest worden aangeschaft via het gemeentelijk inkoopbureau. Dat was duurder dan wanneer het ziekenhuis zelf een leverancier had gezocht. De bouw werd uitgevoerd door Publieke Werken. Die huurde een architect in, en de gemeente betaalde ook de studiereizen die die man moest maken.' Niets bijzonders, vindt de oud-wethouder. In de jaren zeventig hadden het Binnengasthuis en het Weesperpleinziekenhuis, die toen gemeentelijke instellingen waren, een tekort van 20 miljoen per jaar.

De bemoeienis van Publieke Werken met de bouw van het Slotervaart (ondersteund door liefst 33 werkgroepen) had ook andere gevolgen, herinnert Marijke Schreurs zich. 'Ze hadden geen ervaring met het bouwen van een ziekenhuis. Zo was er op de poli voor urologie geen toilet in de buurt.'

Het waren niet alleen dergelijke inconveniënten die het Slotervaartziekenhuis hinderden. Gewijzigde omstandigheden en ongelukkig toeval speelden vanaf het begin een bepalende rol. Om te beginnen was het veel te groot opgezet: ruim 700 bedden. Altijd nog 200 minder dan de Amsterdamse artsen hadden gewild, maar het beddentekort dat in de beginfase van de plannen nog bestond, sloeg al snel om in een overschot. Inmiddels telt het ziekenhuis 400 bedden, maar er zijn er nog geen 300 bezet. Het gebouw is echter niet meegekrompen, de exploitatielasten evenmin. De betonnen kolos is volgens bouwkundigen niet te verbouwen vanwege de ongebruikelijke constructie waarbij betonschijven werden gebruikt.

Als gemeentelijk ziekenhuis - de opvolger van Wilhelmina Gasthuis, Binnengasthuis, later opgegaan in het AMC, en Weesperpleinziekenhuis - kon het Slotervaart geen armlastige en onverzekerde, dus dure patiënten weigeren. Andere ziekenhuizen konden dat wel; de stroppenpot, de post dubieuze debiteuren, bestond nog niet. Daarbij kwam dat de Amsterdamse binnenstadsziekenhuizen langer openbleven dan gepland, zodat het Slotervaart in het verre West niet vol kwam. Gevolg: exploitatieverliezen.

De andere twee ziekenhuizen in Amsterdam-West, het Lucas en het Andreas, waren gezien het overschot aan bedden niet blij met de nieuwe collega. Bovendien visten al die ziekenhuizen in dezelfde vijver naar personeel. 'We waren een ongewenst kindje', zegt Marijke Schreurs. 'Er zat van alles tegen, dat kun je wel zeggen', constateert Harry Verheij achteraf. Het dienstverband van de artsen, ingevoerd omdat Verheij niet wilde dat de artsen zouden worden gedreven door financiële hebzucht, pakte uit als een schadepost. Philip Engelen, gynaecoloog, voorzitter van de medische staf en sinds kort lid van de directie, was blij met het dienstverband: 'Ik ben gynaecoloog, geen boekhouder.' Maar hij zag wel de gevolgen. 'Een bepaalde cultuur, die binnen en buiten heerst, verander je niet zo snel. De artsen hier waren begeesterd door de patiëntenzorg. Ze waren niet alleen bezig met bedside-verrichtingen, maar ook met het opleiden van assistenten en wetenschappelijk onderzoek. Veel mensen konden hun hobby's uitleven. Maar dat kost tijd, en leverde geen inkomsten op voor het ziekenhuis.'

Venneman zag de keerzijde: volgens hem deden een aantal specialisten in het Slotervaart aanzienlijk minder dan hun collega's in vergelijkbare ziekenhuizen. Zo zouden de chirurgen zich voornamelijk bezighouden met het verwijderen van spataderen, het uitvoeren van besnijdenissen en het opereren van liesbreuken. Engelen: 'We deden wel altijd wat was afgesproken. We haalden onze productie. Daarvoor kregen we een bonusbedrag. Want het salaris van specialisten in dienstverband blijft achter bij dat van hun vrijgevestigde collega's.'

De landelijke trend naar dagbehandeling ging niet voorbij aan het Slotervaartziekenhuis. Voor steeds minder ingrepen is een ziekenhuisopname nooodzakelijk, maar een dagopname levert minder geld op dan een reguliere opname. Engelen: 'Daarom moesten we opnamen genereren. Maar de verzekeraar, onze financier, dwingt ons tot meer dagverpleging. In de vier jaar dat we geprivatiseerd zijn, is het aantal behandelingen waarbij de patiënt nog dezelfde dag naar huis kon, met 40 procent toegenomen.'

De privatisering had soelaas moeten bieden voor de financiële perikelen van het Slotervaart (en zijn broodheer, de gemeente Amsterdam). Maar ook hier zat het tegen. De architect van de privatisering, directeur Elmer Mulder, vertrok naar een ander ziekenhuis vóór alle zaken waren gedaan. Zijn opvolgers - een nieuwkomer en een interim-bestuurder - kenden het ziekenhuis nog onvoldoende. 'Het begin is niet goed geweest', zegt Engelen achteraf. En sommige aannamen bleken niet te kloppen. Het personeel, dat zijn profijtelijke status van ambtenaar moest inruilen voor die van ziekenhuiswerknemer, kreeg een toeslag om het gat tussen de oude en nieuwe cao te overbruggen. Het bestuur van het Slotervaart verwachtte dat deze financiële last snel zou verminderen door natuurlijk verloop. De nieuwkomers kregen die toeslag immers niet. Helaas voor de penningmeester van het Slotervaart, de meeste werknemers bleven hun ziekenhuis trouw.

De lobby voor het behoud van het Slotervaartziekenhuis is op oorlogssterkte sinds het dreigende faillissement van eind maart en de erop volgende uitspraak van Borst over de mogelijke verdwijning van het ziekenhuis in zijn huidige vorm. Duizenden Amsterdammers verklaarden Borst voor gek.

Het aangrenzende Antonie van Leeuwenhoekziekenhuis, dat op het Slotervaart is aangewezen voor de niet-oncologische zorg aan kankerpatiënten, noemt sluiting van de buurinstelling onbestaanbaar. Wat Venneman met zijn harde opstelling tegenover de specialisten niet lukte, kan zijn opvolger Sturkenboom onder druk van de omstandigheden misschien wél doorvoeren: bezuinigen.

Het ziekenhuis is bereid de prestigieuze, maar gecompliceerde hersenoperaties af te stoten naar een academisch ziekenhuis. Met een projectontwikkelaar wordt gesproken over de verkoop van het gebouw. Zolang er nog geen nieuw ziekenhuis staat, kan het Slotervaart misschien een deel ervan huren. En zou de rest niet bruikbaar zijn voor verstandelijk gehandicapten? Er komt ook weer geld binnen: sinds maanden worden er weer rekeningen naar patiënten en verzekeraars gestuurd.

Na een herseninfarct werd de vroegere wethouder Harry Verheij vorig jaar in het Slotervaartziekenhuis opgenomen. Zeer tevreden is hij over de verzorging. 'Dat Borst over opheffing praat, is waanzin. Ze moet naar de behoefte kijken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden