Ongemakkelijke mannen tijdens verkiezingsdebatten

Liefhebbers van ongemakkelijkheid kwamen ruim aan hun trekken bij de terugblik op vijftig jaar tv-debatten.

Hans Wiegel in gesprek met zijn eeuwige opponent, Joop den Uyl.

Nog twee keer krijgen we de kans ons druk te maken over een verkiezingsdebat op tv. Vandaag staan Mark Rutte en Geert Wilders tegenover elkaar bij EenVandaag en morgen gaan de lijsttrekkers van de acht grootste partijen een-op-een met elkaar in debat bij de NOS.

De paartjes voor dat debat werden in februari geloot in een hilarische uitzending, waarbij een stuk of zestien mannen in pak ongemakkelijk stonden te zijn in de stille studio. We hadden toen al moeten weten dat het een voorbode voor de debatten was.

In huize tv-recensent grijpen wij elkaar telkens vast van plaatsvervangende schaamte als Roemer weer zegt dat het eigen risico een 'ordinaire boete op ziek zijn' is. Soms knijpen we onszelf als Buma een geforceerde aanval inzet op Asscher. En als Klaver zijn opponent probeert te hypnotiseren met z'n puppyogen, heffen wij het vingertje van Krol - nee, nee, nee.

Dat vorm meer invloed heeft dan inhoud op televisie is al bekend sinds John F. Kennedy en Richard Nixon elkaar in 1960 troffen in het eerste tv-debat. Kennedy zat met de beentjes statig over elkaar, zweette niet, droeg een mooier pak en won het debat volgens de kijkers. Radioluisteraars wezen Nixon aan als winnaar.

De NOS herinnerde er zaterdag aan in een vermakelijke terugblik op vijftig jaar tv-debatten, 'U kijkt zo lief'. In Nederland waren aanvankelijk velen tegen tv-debatten. 'De invloed wordt mede bepaald door de make-up die die heren dragen', zei Annie M.G. Schmidt, sierlijk rokend in zwart-wit.

Toch kwamen ze er, de tv-debatten. Van de eerste in 1963 'is geen seconde bewaard gebleven', zei Herman van der Zandt, die als een soort Hans Goedkoop de kijker zachtjes liet landen in andere tijden. In 1966 zat een aantal politieke kopstukken in schoolbankjes te keuvelen. Ze waren zo lief dat er niets aan was.

Pas met Hans Wiegel kwam er wat vuurwerk. Van der Zandt zei het in voetbaltermen: 'Voor zo'n speler ga je naar het stadion.' Daarop volgde een blokje humor in debatten. Wiegel over Den Uyl: 'Sinterklaas bestaat, daar zit-ie.' Debatleider Paul Witteman tegen Femke Halsema: 'Wordt u niet doodziek van al die opmerkingen over het uiterlijk...van Wouter Bos?'

Humor had Pim Fortuyn ook. 'Dat belooft nog wat te worden!', zei hij vilein, energiek naar voren leunend, nadat Ad Melkert sikkeneurig tegen Paul Witteman had gezegd dat zo'n debat 'erbij hoort'. Het beroemdste tv-debat uit de Nederlandse geschiedenis is nog altijd te gebruiken als een perfect lesje non-verbale communicatie.

Melkert en Dijkstal hadden de hele dag campagne gevoerd, zaten onderuitgezakt aan tafel en rolden met hun ogen als Fortuyn iets zei. Fortuyn had die dag in de sauna gelegen, zich laten masseren en verscheen stralend op tv rond de klok van twaalf 's nachts. Vlak voor het eind stond Dijkstal op om Witteman een hand te geven en weg te lopen.

Voor liefhebbers van ongemakkelijkheid was het een geweldige tv-avond.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden