Ongelooflijke werelden buiten het dorp

Aan sommige boeken van je jeugd bewaar je een onuitwisbare herinnering. Maar valt de magie van toen nu nog te begrijpen?...

Bestaan ze eigenlijk nog, die boeken met ‘wereldliteratuur naverteld voor de jeugd’? In de jaren zestig had je goedkope pocketjes, net binnen zakgeldbereik: Robin Hood, Ivanhoe, De laatste der Mohikanen in de Topaasreeks. In de bieb haalde ik het ene na het andere deel van een andere, iets duurdere serie navertelsels in de Gulden Sporen serie: Quo Vadis, De drie musketiers, Moby Dick.

Bij herlezing valt de oubollige stijl op. Robin Hood en andere meesterwerken blijken naverteld naar aanleiding van een tv-serie. Ivanhoe, in navertelling een spannend ridderverhaal met een tekening van Roger Moore op het omslag, bleek in het echt, bij lezing jaren later, een prachtig verhaal over de jodin Rebecca waarin de titelheld de meeste tijd gewond ligt te zijn. Maar toch: voor een hele generatie jonge lezers was dit soort boeken de opstap naar de literatuur.

Mijn pronkstuk was Gullivers Reizen, met fantastische kleurenprenten. Jaren later las ik het origineel voor de lijst. In de Penguin-uitgave werd in een voorwoord uit de doeken gedaan dat die verbijsterende avonturen wortelden in een bijtende satire van de Engelse politiek door Jonathan Swift. Dat maakte het nog fascinerender, al was de magie van de eerste lezing al gesleten.

Satire, goed, maar Swift zal ook hebben geweten dat zijn verhalen appelleerden aan de manier waarop een kind de wereld om zich heen ontdekt. Het besef dat er meer mensen zijn dan je vader, moeder, zussen of broers. Dat er ongelooflijke werelden bestaan buiten het dorp. Eerst is er de kinderlijke overmoed en zelfoverschatting, zo groot als Gulliver lijkt als hij bij de Lilliputters belandt. Maar al gauw blijken die kleintjes een hoogstaande cultuur te hebben – een ontdekking van jewelste, vond ik het. Het kosmopolitische gevoel was tot leven gewekt. Alleen laat Swift, die sarcast, hen een zinloze oorlog voeren, misbruik makend van hun reusachtige gevangen gast. Voor optimisme over de menselijke aard moet je niet bij Swift zijn. Ook leerzaam.

In een volgend verhaal is Gulliver juist zelf de dwerg bij echte reuzen. De rollen omgedraaid, het kan je zomaar gebeuren, jongen. Toch maakte het minder indruk dan het verhaal van de Lilliputters. Nee, dan de paarden als de meesters van de aarde en hun mensachtige slaven, de Yahoo’s. Die deden me huiveren en openden de ogen voor onderdrukking en rassentheorieën, die zelfs edele dieren als paarden konden infecteren.

Het hoogtepunt vond ik het zwevende eiland van de schele sterrenwichelaars, Laputa. Het universum zelf, de fantasie van ieder kind dat naar de hemel kijkt en begrijpt dat het niet alleen een blauw of zwart vlak is, maar een ruimte, een oneindig oord voor oneindige fantasieën.

Gulliver maakt op Laputa kennis met de keerzijde van de onsterfelijkheid. Ook al zo’n kinderraadsel: ‘Ga ík ook dood, nee toch?’ Eeuwig blijven leven is ook onvoorstelbaar. Maar het kan in Laputa als een baby met een vlek op het voorhoofd wordt geboren. Waarom vinden jullie die baby’s zo beklagenswaardig, vraagt Gulliver jaloers. Hij begrijpt het als hij een onsterfelijk, eeuwig verschrompelend oudje tegenkomt: oneindig ouder worden wens je niemand toe.

De tekst is plechtstatig – het lijken meer fragmenten in de stijl van Swift dan de op de knieën aan de jongelui nagebabbelde boeken. Dat maakte dit boek juist meeslepender. Met die verschrikkelijk mooie platen om bij weg te dromen, opende zich de wereld van de wereldliteratuur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden