Ongeletterde bruinhemden tarten politieke ethiek

Echt báng zijn de meeste Duitsers niet voor de extreem-rechtse partijen die bij de deelstaatverkiezingen van september enkele zetels in de parlementen van Saksen en Brandenburg wisten te vergaren....

Het publiek krijgt weliswaar niet veel van de 'nationalen' te zien of te horen (daar zorgen de gevestigde machten in de politiek en de media wel voor), maar de beelden en uitspraken die niet door het cordon sanitaire worden tegengehouden, wekken alom weerzin. Oploopjes van boze, kaal geschoren mannen die met (even afstotende) 'autonomen' op de vuist gaan. Potsierlijke partij-ideologen die de leiders van het democratische Duitsland op schrille toon van collaboratie met de 'bezettingsmachten' betichten. Lompe relativeringen of ontkenningen van het Duitse aandeel in de catastrofes van de vorige eeuw.

Op die manier hebben de rechts-extremisten de marginaliteit over zichzelf afgeroepen. Ze zouden pas écht gevaarlijk worden als ze wat minder op de eigen karikatuur zouden lijken, en respectabiliteit zouden nastreven. Maar dat is niet hun bedoeling. Waar de nazi's de democratie (die eertijds ook nog veel brozer was dan nu) nog met haar eigen middelen bestreden, schept de NPD-fractie in de deelstaat Saksen vooral behagen in de provocatie.

Met deze negatieve taakopvatting heeft zij de sfeer in Saksen grondig verpest. Ze is er tweemaal in geslaagd om bij geheime stemmingen een bondgenootschap aan te gaan met enkele leden van een democratische partij, vermoedelijk CDU'ers die het op het politieke leven van premier (en partijgenoot) Georg Milbradt hebben gemunt. Het gezag van Milbradt is er ernstig door aangetast, en de CDU-fractie is al enige tijd vertwijfeld op zoek naar de mollen.

Holger Apfel, de fractievoorzitter van de NPD in Saksen, slaat de verwarring in het democratische kamp glimmend gade. En hij beleeft zichtbaar genoegen aan het gesis waarmee zijn woorden door zijn collega-volksvertegenwoordigers worden onthaald. Vorige week wist hij zelfs in het verre Berlijn verontwaardiging te wekken met zijn demonstratieve weigering om deel te nemen aan de herdenking van de holocaust-slachtoffers. Ter rechtvaardiging van zijn optreden verwees hij naar de 'Bomben-Holocaust' waarvan de inwoners van Dresden in de nacht van 13 op 14 februari 1945 het slachtoffer werden.

Meteen gingen in politiek Berlijn stemmen op voor een vergaande beteugeling van de politieke vrijheden die de NPD geniet. Overwogen wordt om het Holocaust Mahnmal, dat in mei wordt geopend, tot no go area voor rechts-extremistische betogers te verklaren.

De meest radicale optie, een verbod van de NPD, is ook ter sprake gebracht. Of beter gezegd: gereanimeerd. Want in 2003 heeft minister Otto Schily (Binnenlandse Zaken) het constitutioneel Hof in Karsruhe al een keer verzocht de NPD buiten de wet te plaatsen. De rechters gaven toen geen gehoor aan deze dwingend geformuleerde wens. Niet zozeer omdat hun constitutionele geweten zich hiertegen verzette, maar omdat de belastende feiten waarop Schily zich beriep, door infiltranten van de veiligheidsdienst waren verzameld.

Dit weekeinde echter lieten opperrechter Hans-Jürgen Papier en zijn plaatsvervanger Winfried Hassemer weten een nieuwe poging om de NPD te verbieden kansrijk te achten. Hun uitspraak van 2003 had immers uitsluitend betrekking op de herkomst van het bewijsmateriaal tegen de NPD, en niet op de verenigbaarheid van een partijverbod met de grondwet.

Minister Schily lijkt echter niet van zins om op deze ongebruikelijke uitnodiging van het hoogste rechtscollege in te gaan. Misschien uit balorigheid. Maar ook omdat een bovengrondse partij hem meer informatie verschaft over het rechts-extremisme dan een schemerige pleisterplaats van ontevredenen.

Aan deze praktische overweging wordt de laatste dagen steeds vaker een principieel standpunt toegevoegd: voor een volwassen democratie is de verbanning van een stelletje ongeletterde bruinhemden een zwaktebod. Aan het feit dat 73 procent van de Duitsers vóór een verbanning van de NPD is, ontleent men - curieus genoeg - een argument om te volstaan met minder radicale maatregelen: het volk hoeft niet tegen zichzelf in bescherming te worden genomen.

Dat is echter nog maar de vraag. Uit een andere enquête blijkt namelijk dat 27 procent van de Duitse jongeren (tegen 15 procent van de 60-plussers) het begrip 'Bomben-Holocaust' als niet-aanstootgevend heeft ervaren. De democratische partijen doen er, met andere woorden, verstandig aan zich niet rijk te rekenen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden