Opinie

'Ongefundeerde angst voor chaos bij formatie'

Lijsttrekkers kunnen een voorbeeld nemen aan de geldende praktijk in provincies en gemeenten waar evenmin koninklijk gezag aan de collegevorming te pas komt. Dat betogen Thom de Graaf en Gerard Schouw van D66.

Premier Mark Rutte vertrekt bij Paleis Huis ten Bosch na een bezoek aan koningin Beatrix. Beeld ANP

'Vrees voor chaos kabinetsformatie', kopte de Volkskrant afgelopen zaterdag op de voorpagina, met als subkopje: 'Nu koningin geen rol meer mag spelen, dreigt politiek vacuüm na de verkiezingen.' Dat na de verkiezingen een ingewikkelde formatie wacht, is een realistische inschatting, de peilingen laten immers zien dat er geen vanzelfsprekende meerderheden bestaan voor traditionele coalities. Het kan dus nog een lange en moeizame herfst worden. Dat een vacuüm ontstaat omdat de koningin niet langer de formele leiding van het proces van machtsvorming heeft, is echter een tamelijk ongefundeerde angst.

In maart van dit jaar is op voorstel van D66 het Reglement van Orde van de Tweede Kamer aangevuld met een nieuwe bepaling waarin is vastgelegd dat niet het staatshoofd maar de Kamer zelf de procedure van de kabinetsvorming ter hand neemt. Deze bepaling heeft, in tegenstelling tot eerdere vrijblijvende uitspraken (motie-Kolfschoten, 1972) een dwingend karakter: de Tweede Kamer verplicht zichzelf om direct na haar aantreden - uiterlijk een week na de installatie - over de verkiezingsuitslag te debatteren en een informateur of formateur aan te wijzen. Lukt dat niet direct, dan besluit de Kamer in een volgende vergadering. Het Reglement van Orde bepaalt ook dat de Kamer een nieuwe informateur aanwijst als de eerste zijn opdracht teruggeeft. Wordt de informatieronde succesvol afgerond, dan wijst zij binnen een week een formateur aan.

Democratische argumenten
De discussie over de betrokkenheid van de onschendbare Koning bij de kern van onze politieke democratie woedt al een paar decennia. Voor die betrokkenheid gelden misschien wel historische sentimenten, maar nauwelijks democratische argumenten. Ministeriële verantwoordelijkheid voor koninklijke keuzen (de formulering van een opdracht, de aanwijzing van de informateur) kan alleen moeizaam worden geconstrueerd door de nieuw aangetreden premier met terugwerkende kracht verantwoordelijk te maken voor de gehele formatie, inclusief de mislukte pogingen eerder in het proces. In politiek en samenleving klinkt bij elke formatie opnieuw kritiek op veronderstelde eigenzinnige voorkeuren van opeenvolgende vorstinnen. Vaak kon het staatshoofd overigens weinig worden verweten. Wanneer de fracties zeer uiteenlopende opvattingen hebben, ontstaat er per definitie ruimte voor een persoonlijke ingreep. De Kamer maakte het er dus regelmatig zelf naar, soms kwam het fracties ook wel goed uit achter de rug van de Majesteit te schuilen.

De wijziging van het Reglement van Orde maakt aan deze praktijk dus een einde. Goed voor de democratie én de monarchie, zou je kunnen zeggen. Een principiële wijziging die de verantwoordelijkheid van de Tweede Kamer voor de politieke machtsvorming in ons land benadrukt. De formatie evolueerde in de 19de en 20ste eeuw van een koninklijk prerogatief via een gedeelde opdracht naar een pure parlementaire verantwoordelijkheid. De Kamer zal bij de eerste formatie waar zij geheel en al zelf aan het roer staat, wel goed beslagen ten ijs moeten komen, wil zij geloofwaardig die verantwoordelijkheid kunnen dragen.

Een deel van de bezorgdheid in Den Haag gaat juist daarover. Wat gebeurt er tussen de eerste dag na de verkiezingen en het moment waarop volgens de nieuwe regeling de Kamer over de uitslag beraadslaagt en een of meer informateurs aanwijst? Pas acht dagen na de verkiezingen wordt de nieuwe Kamer geïnstalleerd en daarna is er nog een week speelruimte. Voor die twee weken regelt het reglement niets, wat niet wil zeggen dat er ook niets gebeurt.

Het is de verantwoordelijkheid van de huidige lijsttrekkers en toekomstige fractievoorzitters om die intervalperiode goed en zorgvuldig te laten verlopen. Zij kunnen daarbij een voorbeeld nemen aan de sinds jaar en dag geldende praktijk in provincies en gemeenten waar evenmin koninklijk gezag aan de collegevorming te pas komt. In de regel neemt in steden en provincies de grootste partij het initiatief voor verkennende gesprekken. Na verloop van korte tijd wordt dan aan gemeenteraad of provinciale staten gemeld dat er voldoende draagvlak bestaat om inhoudelijke gesprekken te beginnen met een beperkt aantal partijen. Zo kan het in de landspolitiek ook: de leider van de grootste partij verkent de weg en doet aan de nieuwe Kamer in de eerste vergadering een voorstel voor een informatieopdracht en een aan te wijzen informateur.

Een tweede mogelijkheid is het ambt van Kamervoorzitter hiervoor te gebruiken. Juist bij de aanstaande verkiezingen bestaat hiervoor een uitgelezen mogelijkheid. Gerdi Verbeet keert niet terug in de nieuwe Kamer. Zij blijft echter tot de installatie van de nieuwe Kamer wel de voorzitter en kan op grond van zowel haar neutrale functie als haar persoonlijk gezag bij uitstek een verkennende rol spelen en daarvan verslag doen als zij terugtreedt.

Afspraken
Het zou verstandig zijn als de lijsttrekkers het niet laten aankomen op de dag na hun jubel- of treuravond van 12 september. Hoewel zij nu in de campagnemodus staan, reikt hun verantwoordelijkheid verder dan kiezers winnen. Daarom moeten zij nu al, tussen alle debatten, tomaten, rozen en publicitaire plannen door, een paar simpele afspraken maken.

Voor het overige hoeft er aan de kabinetsformatie weinig te veranderen. Het recent verschenen boek 'De kabinetsformatie in vijftig stappen' kan bijna ongewijzigd een tweede druk beleven. Net als nu zal het ministerie van Algemene Zaken de formatie kunnen ondersteunen. Voor de coördinatie van de stromen overheidsinformatie die de onderhandelaars nodig hebben, is dat wel zo handig. En natuurlijk houdt de Koning ook zijn grondwettelijke rol in de benoeming en het ontslag van minister en staatssecretarissen. Daartoe zal in de slotfase van de formatie overleg met de formateur wenselijk blijven. Dat is evenwel niet hetzelfde als de formateur zelf aanwijzen.

Thom de Graaf is lid van de Eerste Kamer voor D66.
Gerard Schouw is lid van de Tweede Kamer voor D66.

 
Soms kwam het fracties wel goed uit achter de rug van de Majesteit te schuilen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden