AchtergrondVeilige Aangifte

Ongedocumenteerden kunnen aangifte doen zonder te worden uitgezet, al weten ze dat vaak niet

Beeld Alexandra España

Slachtoffer of getuige en geen papieren? De politie stimuleert deze kwetsbare groep toch aangifte te doen. Maar te vaak belanden ze alsnog bij de Vreemdelingenpolitie.

Met een glanzende donkergroene satijnen jurk en zwarte pumps in haar rugzak reist Iona op een kille dinsdagavond in maart met de metro naar Amsterdam-Zuid. Het is vlak voor de lockdown en in het consulaat van Brazilië, op de zesde verdieping van het World Trade Center, is een groot feest voor Braziliaanse vrouwen. Denkt Iona. Ze komt net van haar laatste werkadres en heeft haar eenvoudige werkkloffie nog aan: spijkerbroek, wit T-shirt, gympen. Er zal vast wel een toilet in het gebouw zijn waar ze zich kan omkleden. In feestelijke kleding over straat is voor haar een no-go. Het is een tweede natuur geworden niet op te vallen in het openbaar. De hele dag heeft de Braziliaanse met haar handen in het sop gezeten, zoals ze al 25 jaar lang zes dagen in de week doet als werkster bij particulieren in en om de hoofdstad.

Als ze het zaaltje binnenloopt, ziet ze wel veel Braziliaanse vrouwen en een tafel gevuld met zoete lekkernijen, maar geen dansvloer. De ruimte is gevuld met rijen lichtgroene kuipstoelen. Achterin staat een beamer klaar. Algauw wordt Iona uit de droom geholpen. Ze is onder valse voorwendselen hiernaartoe gelokt, door een Braziliaanse hulpverlener die de avond heeft georganiseerd. Iona begrijpt wel waarom als ze tot haar schrik hoort dat een politieman de vrouwen zal toespreken. Als ze dat had geweten zou ze ‘nóóit’ een stap over de drempel hebben gezet. Als een ongedocumenteerde zoals zij ergens doodsbenauwd voor is, dan zijn dat deze geüniformeerde overheidsdienaren. Die associeert ze uit ervaring in haar geboorteland met corruptie, willekeur en bruut geweld. Hier in Nederland loopt ze bij politiecontact het risico opgesloten en uitgezet te worden, zoals iedere arbeidsmigrant zonder verblijfspapieren die wordt ontdekt.

Maar van Michael Zwart heeft ze deze avond niets te vrezen. Gekleed in ‘burgeruniform’ vertelt de politieman de ruim veertig aanwezige vrouwen dat ongedocumenteerden vaak slachtoffer en getuige zijn van ernstige criminaliteit, zoals berovingen, arbeidsuitbuiting, mensenhandel, mishandeling en levensdelicten. ‘Daders weten dat zij toch niet naar de politie durven te stappen. Dat maakt hen extra kwetsbaar.’ De politie wil hier iets tegen doen. ‘We hebben u nodig om deze misdrijven aan te pakken’, vertelt Zwart zijn perplexe gehoor. ‘Dat kan door naar het politiebureau te stappen.’

Iona fronst. Naar de politie, voor wie ongedocumenteerden banger zijn dan voor wie dan ook? Ze kan haar oren niet geloven. En hoort de politieman vertellen over ‘free in, free out’; slachtoffers zonder verblijfspapieren kunnen in Nederland onbevreesd aangifte doen van een misdrijf, want de politie zal hen niet doorsturen naar de Vreemdelingenpolitie. Ze kunnen anoniem aangifte doen en lopen geen risico op opsluiting en uitzetting, zoals in andere situaties waarin zij tegen de lamp lopen. Dit beleid heet Veilige Aangifte en geldt al een paar jaar, maar is nauwelijks bekend onder deze in een schaduwwereld levende groep, die taal, regels noch gebruiken kent van het land waar zij illegaal woont en werkt.

Begaan met deze groep, gaat Michael Zwart al tien jaar lang onvermoeibaar het ene zaaltje na het andere af. In migrantenkerken, consulaten en ontmoetingsruimtes voor ongedocumenteerden legt hij uit dat ze echt niet bang hoeven te zijn voor de politie en juist hulp kunnen krijgen als ze zijn beroofd, mishandeld of uitgebuit. Omdat ze dezelfde rechten hebben als ieder ander slachtoffer van een misdrijf. 

Dat geldt in de hele Europese Unie maar Nederland is het enige land dat er handen en voeten aan geeft. Een overgrote meerderheid in de Tweede Kamer gaf in juni 2015 haar fiat aan ‘free in, free out’, als onderdeel van een brede visie waarin de rechten en bescherming van slachtoffers worden vastgelegd. Daarmee volgde Nederland een Europese richtlijn, die alle slachtoffers van strafbare feiten dezelfde rechten geeft, ongeacht hun verblijfsstatus of nationaliteit. Voor zover bekend heeft dit nieuwe beleid zeker een keer tot een veroordeling geleid voor roofovervallen, waarvan een met dodelijke afloop. 

Het was meer pragmatisme dan weldoenerij jegens ongedocumenteerden die de politiek dreef, aangespoord door de politie die Veilige Aangifte ziet als hulpmiddel om criminaliteit te bestrijden én te voorkomen in een wereld waar zij moeilijk zicht op heeft. Dit nieuwe politiebeleid was niet iets waar de toenmalige staatssecretaris van Justitie, Fred Teeven (VVD), mee te koop liep, zegt een anonieme ambtenaar van het ministerie van Justitie in een vorig jaar verschenen ‘verkennend’ rapport van wetenschappers over de eerste bevindingen. Er is dan ook nooit ruchtbaarheid aan gegeven. Mogelijk vanwege de politieke gevoeligheid van de omgang met de naar schatting honderdduizend migranten zonder verblijfspapieren in Nederland. 

Nog geen vijf jaar voordat Veilige Aangifte werd ingevoerd, wilde het kabinet-Rutte I illegaal verblijf strafbaar stellen. Ook zijn volgende kabinet nam dit op in het regeerakkoord. Maar in 2014 trok coalitiegenoot PvdA zijn handen ervan af en verdween het van de politieke agenda. Ongedocumenteerd zijn is wel een ‘schending van het bestuursrecht’ dat volgens de Vreemdelingenwet kan leiden tot detentie en uitzetting.

Tijdens zijn jarenlange werk als buurtregisseur in Amsterdam groeide bij Zwart en zijn collega’s de frustratie over het feit dat ongedocumenteerden veel risico’s lopen in de achterstandswijken waar ze vaak wonen, maar dat agenten zoals zij hen nauwelijks kunnen helpen of beschermen omdat ze opgesloten zitten, of zich verschuilen en hun mond houden uit angst ontdekt te worden. Extra complicerende factor is dat deze groep vaak sterke afhankelijkheidsrelaties heeft met degenen die hun werk en onderdak bieden. Niet zelden dreigen daders hen als ‘illegaal’ aan te geven bij de politie als ze hun mond opendoen. ‘Met als gevolg dat we de daders die op allerlei manieren misbruik maken van deze groep niet kunnen aanpakken’, zegt Zwart.

Huiselijk geweld

In zijn verhaal tijdens de ‘feestavond’ in het consulaat legt hij de nadruk op huiselijk geweld, omdat Braziliaanse vrouwen zonder verblijfspapieren daarvan vaak slachtoffer zijn. Clivia Caracciolo weet daar alles van. De jurist die Iona naar deze avond heeft gelokt en die Michael Zwart een ‘held’ noemt, werkt als hulpverlener voor ongedocumenteerde Brazilianen in Nederland. Ze weet het ene na het andere schrijnende verhaal te vertellen over vrouwen die in knellende afhankelijkheidsrelaties worden mishandeld door hun partner. Het is een mix van machogedrag, spanning, frustratie en voortdurende geldzorgen waardoor sommige mannen zich afreageren op hun vrouw. 

Niet zelden is de dader een Nederlandse man, die onderdak biedt aan een ongedocumenteerde vrouw in ruil voor wederdiensten, weet Caracciolo. Ze vertelt over een Braziliaanse die na haar aankomst in Nederland introk bij een landgenoot in Den Haag. De man sloot haar dagelijks zonder eten op in huis wanneer hij naar zijn werk ging. Weer thuis sloeg hij haar. Ze wist het telefoonnummer van de politie te achterhalen en nam de gok. Wekenlang kwamen dagelijks agenten aan de deur om te checken hoe het ging en om de man op te dragen zich te gedragen en zijn vriendin vrij te laten. Na zes weken dagelijks huisbezoek kocht hij een vliegticket voor haar naar São Paulo en zette haar af op Schiphol.

Maar niet alle agenten behandelen deze groep slachtoffers zoals voorgeschreven, stellen zowel Caracciolo als organisaties die zich inzetten voor ongedocumenteerden. Rian Ederveen van Stichting Los kent slachtoffers of getuigen van een misdrijf die al bij de balie van het politiebureau stukliepen op onbekendheid met de richtlijn Veilige Aangifte. Ze vertelt over een vrouw uit Mongolië die in ruil voor kost en inwoning het huishouden deed in het appartement van een groep jonge mannen. De vrouw ontdekte dat haar huisgenoten leefden van diefstal. Omdat ze slecht werd behandeld, verzamelde ze op een dag al haar moed en ontvluchtte het appartement. Daarop begonnen telefonisch bedreigingen. Ze stapte naar de politie om daar aangifte van te doen en een getuigenverklaring af te leggen over de bende.

Ederveen: ‘De agent bij de balie sprak intimiderend tegen haar en zei haar te zullen arresteren zodra hij haar op straat zou tegengekomen. Ze droop af en durfde geen aangifte meer te doen. Een gemiste kans voor de politie, want met de informatie van de vrouw had ze een dievenbende kunnen oprollen.’ 

Dit soort verhalen zingen rond en ontmoedigen ongedocumenteerden naar de politie te stappen, zegt Caracciolo. ‘Ik adviseer altijd aangifte te doen. Niet alleen, maar samen met een bekende of hulpverlener, die de agent wijst op ‘free in, free out’. Maar de angst voor de politie zit diep.’ Als het toch misgaat, waarschuwt ze meteen Zwart, die vervolgens zijn collega’s belt en ze herinnert aan het recht van de ongedocumenteerde én het belang voor de politie. Maar wat levert aangifte een mishandelde of bedreigde vrouw op, vraagt Rian Ederveen van de stichting Los zich af. ‘Een paar dagen cel misschien voor de dader, en daarna gaat ze vaak toch weer met haar belager verder, want ze kan geen kant op.’

Dat is in het kort ook het verhaal van de 34-jarige Natalia uit Brazilië, maar tot op de dag van vandaag vindt ze de aangifte drie jaar geleden tegen haar gewelddadige man ‘zinvol’. Ze vertelt haar verhaal in aanwezigheid van haar maatschappelijk werker, die haar heeft aangespoord ermee naar buiten te komen. ‘Ik had nooit gedacht dat er een moment zou komen dat mijn angst voor de politie in het niet viel bij die voor mijn partner.’ Na de zoveelste zware mishandeling vluchtte ze naar de bovenburen, waar ze de politie belde. Zoals zoveel ongedocumenteerde migranten is Natalia naar Nederland gereisd om de armoede in eigen land te ontvluchten, in de hoop een beter bestaan op te bouwen voor haar gezin en dat van haar achtergebleven familie, die maandelijks een deel van de inkomsten uit zwartwerk krijgt. 

Beeld Alexandra España

Ze was nog maar 19 jaar en al moeder van twee kinderen toen ze in 2005 met haar man Emanuel in Amsterdam neerstreek. De problemen begonnen een paar jaar later, toen hij steeds minder werk wist te versieren als klusjesman. Natalia daarentegen was zes dagen per week in de weer met het schoonmaken van huizen van particulieren. ‘Zodra ik thuiskwam, haalde hij het geld dat ik die dag had verdiend uit mijn handtas. Hij regelde en betaalde altijd alles: de huur van 1.100 euro aan de Turkse bovenbuurman, de bijdrage voor onze familie.’

Sinds hij weinig om handen had, kocht Emanuel van haar zuurverdiende geld ook drank, in steeds grotere hoeveelheden. ‘Dat was ook het begin van de mishandelingen.’ De avond dat ze de politie belde had hij haar zo toegetakeld dat ze doodsangsten uitstond. Op het politiebureau deed Natalia aangifte tegen haar man. Hij werd drie nachten opgesloten, mocht niet terugkeren naar de woning en moest het land uit. Zijn ingenomen paspoort zou hij terugkrijgen zodra hij een enkele reis naar Brazilië had geboekt. Natalia en haar kinderen hadden een week lang rust. Totdat de bovenbuurman de illegale onderhuur met onmiddellijke ingang kwam opzeggen. Hij wilde geen ‘gedoe’ met de politie. ‘Ik was ten einde raad. Ik kende de weg niet in Nederland en wist niet hoe ik financieel op eigen benen moest staan.’

Ze vertelt op dat moment geen andere optie te zien dan haar man te bellen. Of ze het toch weer zouden proberen samen. Hij vond een flat en de geschiedenis herhaalde zich; haar geroofde loon, de alcohol, de mishandelingen. ‘Het werd een hel.’ Waarom belde ze niet opnieuw de politie? ‘Ze waren zo goed voor mij geweest. Ik schaamde me dat ik was teruggekeerd naar mijn man. Maar de agenten hadden mij met hun aandacht en hulp wel sterker gemaakt. Daarom durfde ik mijn man uiteindelijk definitief te verlaten.’ Maar niet voordat de kinderen door ingrijpen van een leerkracht uit huis waren geplaatst en het bloed na de zoveelste mishandeling uit haar neus en mond stroomde.

Internationaal onderzoek

Het komt voor dat ongedocumenteerde slachtoffers van een misdrijf die hun angst overwinnen en contact zoeken met de plaatselijke politie toch bij de Vreemdelingenpolitie belanden. Dit staat te lezen in een vorig najaar verschenen verkennend rapport over Veilige Aangifte van een groep wetenschappers van de Universiteit Maastricht en Erasmus Universiteit, onder wie hoogleraar migratie Arjen Leerkes. Zij spraken voor een internationaal onderzoek in samenwerking met het Britse Center on Migration, Policy and Society met de politie, ngo’s en ambtenaren van het ministerie van Justitie over de naleving van de richtlijn. 

Vooral buiten de grote steden, waar de problematiek ook minder speelt, blijkt de bekendheid ermee onder agenten klein. En het ontbreekt daar ook aan animo de richtlijn uit te voeren. Van agenten die iemand zonder verblijfspapieren treffen wordt immers verwacht dat ze die aanmelden bij de Vreemdelingenpolitie. Dat is geen plicht, maar er zijn agenten die dat belangrijker vinden dan de ongedocumenteerde als slachtoffer van een misdrijf te behandelen. Het is dus een kwestie van geluk wie je treft. ‘Het gebrek aan uniform beleid dreigt het effect en de legitimiteit van veilig aangifte doen te ondermijnen’, stellen de onderzoekers. 

In de kern hebben agenten die ongedocumenteerden aanmelden bij de Vreemdelingenpolitie een punt, zegt Zwart. ‘Vooral buiten de Randstad zijn er agenten die bij illegalen in eerste instantie denken: oppakken. Maar als zij aangifte komen doen van een misdrijf begrijp ik niet dat je eerste reactie ‘opsluiten’ is, in plaats van de misstand aan te pakken.’ De politie is er om ‘boeven te pakken, niet primair om ongedocumenteerden achter slot en grendel te zetten’, vindt Zwart. 

De vreemdelingenpolitie, zo valt in het rapport te lezen, deelt die opvatting. Zij gaat in de praktijk niet over tot detentie en uitzetting na een aangifte van een ongedocumenteerde. De Vreemdelingenpolitie blijkt bovendien veel beter op de hoogte van Veilige Aangifte dan de gemiddelde agent.

Politieagenten hebben met veel zaken, wetten en richtlijnen te maken; het is haast ondoenlijk om die allemaal uit je hoofd te kennen, verdedigt Hester Hageman van de Nationale Politie haar collega’s in het veld. Ze heeft daarom ‘niet de illusie’ dat álle agenten naar de richtlijn handelen. ‘De politie heeft veel op haar bord.’

Hageman was afgelopen jaren verantwoordelijk voor het vormgeven van het beleid en de organisatie ermee bekend maken. Ze zegt dat inmiddels 88 procent van de agenten van de basisteams door cursussen op de hoogte is gebracht. In die cursussen heeft ze geprobeerd haar collega’s duidelijk te maken dat er een wederzijds belang is. Het slachtoffer zonder verblijfspapieren kan van zijn recht gebruikmaken en hulp krijgen, bijvoorbeeld vanuit Slachtofferhulp of het Centrum Seksueel Geweld. De politie op haar beurt kan de veiligheid van burgers vergroten én informatie inwinnen over strafbare feiten uit een wereld waartoe zij geen toegang heeft. 

Het is aan leidinggevenden om daar serieus werk van te maken, vindt Hageman. Hoeveel ongedocumenteerden de afgelopen vijf jaar aangifte hebben gedaan is niet bekend. Die cijfers worden niet bijgehouden, zegt Hageman. Ze weet uit haar netwerk dat het ‘niet storm loopt’. De angst bij deze groep slachtoffers is moeilijk weg te nemen, en het gros heeft geen weet van zijn rechten. Laat staan van de mogelijkheid een ander aangifte te laten doen. ‘We kunnen als samenleving niet doen alsof deze mensen er niet zijn. Dan laten we deze voor criminelen interessante groep in de kou staan en blijven plegers van strafbare feiten ongemoeid. Dat is niet de politie die we willen zijn.’

Iona, die in maart in het Braziliaanse consulaat voor het eerste hoorde over de mogelijkheid aangifte te doen, is vier maanden later nog steeds verrast door deze opstelling van de politie. Ze denkt dat het ongedocumenteerden minder kwetsbaar maakt tegenover uitbuiters, omdat ze kunnen dreigen met een aangifte. Bijvoorbeeld als een verhuurder een hoge borg eist, maar de beloofde woning bij aankomst al bewoond blijkt te zijn en het geld foetsie is. ‘Dat komt zo vaak voor.’ Zelf zou ze nu bij zo’n ervaring naar het politiebureau stappen. Maar niet alle ongedocumenteerde vriendinnen die ze over Veilige Aangifte heeft verteld delen haar vertrouwen. ‘Een zei: ik ga echt niet vrijwillig mijn hoofd op het hakblok leggen.’

Alle namen van ongedocumenteerden in dit artikel zijn om redenen van privacy gefingeerd.

Amin werd belangrijke getuige in de zaak van een roofmoord

Op Tweede Kerstdag 2016, vlak voor middernacht, loopt Amin het Oosterpark in Amsterdam in. De tengere Indonesische dertiger, een arbeidsmigrant zonder verblijfspapieren, nadert de bosjes van de homo-ontmoetingsplaats als hij in de duisternis vier jongens op hem ziet afkomen. Eén herkent hij; ze hebben eerder seks gehad op deze plek. Amin ruikt onraad, draait zich om en zet het op een lopen, maar zijn eerdere kortstondige minnaar weet hem in te halen en slaat hem zo hard met een stok op zijn hoofd, handen en voeten, dat het stuk hout breekt. Amin gaat onderuit. Terwijl hij wordt geschopt en geslagen, rukt de 17-jarige jongen die hij herkende zijn heuptasje met een Galaxy telefoon en 190 euro cash geld van zijn lichaam. Als zijn belagers er vandoor zijn, gaat hij niet, zoals ieder ander zou doen, naar de politie om aangifte te doen.

De gewelddadige ex-minnaar pleegt drie maanden na die kerstavond op dezelfde plek opnieuw een gewelddadige beroving. Bij een worsteling verwondt hij met een mes zijn 33-jarige Poolse slachtoffer, zodanig dat die bezwijkt aan zijn verwondingen. Bij het onderzoek naar deze roofmoord komen agenten van het homonetwerk Roze in Blauw binnen de politie erachter dat de verdachte meer slachtoffers heeft gemaakt. Via hun contacten in het homocircuit horen ze van Amin, weten via een bekende contact met hem te leggen en zijn vertrouwen te winnen. De man is aanvankelijk huiverig om mee te werken, angstig als hij is voor uitzetting en voor represailles van zijn belagers. Zijn homoseksuele geaardheid maakt dat hij zich extra kwetsbaar voelt. 

De agenten trekken hem over de streep met de belofte dat zijn identiteit verborgen zal blijven in de dossiers en hij niet hoeft te vrezen voor uitzetting als hij aangifte doet. ‘Zijn motivatie alsnog aangifte te doen is dat hij niet wil dat de verdachte nog meer slachtoffers maakt’, zegt de agent die Amin over de streep trok. Officier van Justitie Bosman noemt Amin een ‘heel belangrijke getuige in het onderzoek. ‘Hij herkende de verdachte uit een serie foto’s. Dankzij het uitlezen van telecomgegevens konden we aantonen dat de verdachte zijn gestolen telefoon had gebruikt. Dankzij de cruciale verklaring van deze getuige kon het OM aantonen dat er bij verdachte in korte tijd sprake was van oplopend gebruik van geweld en dat hij doelgericht kwetsbare slachtoffers uitkoos.’ Bij de veroordeling van zijn belager tot twee jaar jeugddetentie en jeugdtbs wijst de rechter Amin een schadevergoeding van 1.568 euro toe.

Veilige Aangifte

Artikel 160 van het Wetboek van Strafvordering verplicht iedereen die kennis heeft van een ernstig misdrijf daarvan aangifte te doen. Angst voor uitzetting weerhoudt mensen zonder verblijfspapieren daarvan, of ze nu getuige of slachtoffer zijn van een misdrijf. Een Europese richtlijn stelt dat alle inwoners van de Europese Unie die het slachtoffer zijn van een misdaad dezelfde rechten hebben, ongeacht hun verblijfsstatus. Nederland is het enige Europese land waar de politie ongedocumenteerde migranten stimuleert aangifte te doen van een misdrijf. Het in 2015 ingevoerde beleid Veilige Aangifte, moet garanderen dat zij na hun aangifte niet zullen worden doorgestuurd naar de Vreemdelingenpolitie voor opsluiting en uitzetting. Voor slachtoffers van mensenhandel bestond deze werkwijze al, met tussen 2013 en 2017 bijna tweeduizend aangiften tot gevolg. In de VS bestaat Veilige Aangifte al een paar decennia. Een toenemend aantal steden als New York, San Francisco en Chicago geeft deze kwetsbare groep voor alle misdrijven waarvan zij slachtoffer zeggen te zijn, gedurende het onderzoek een tijdelijke verblijfs-en werkvergunning. Dat heeft de afgelopen tien jaar tot 85 duizend vergunningen en ruim het dubbele aantal aangiftes geleid. Uit onderzoek blijkt dat in steden met dit beleid de criminaliteit 30 procent lager is dan in vergelijkbare gebieden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden