Ondraaglijke leegte hedda haat middelmaat

Ze stamt uit 1890 en volgens een recensent destijds lijkt ze in niets op iemand die wij kennen. Maar nog altijd wil iedere theatermaker met Hedda Gabler aan de slag....

`Hedda komt van links door de achterkamer. Ze is een dame van 29 jaar. Gezicht en gestalte edel en voornaam. Matbleke teint. Staalgrijze ogen, koel en rustig-klaar van uitdrukking. Bruin haar, mooie middeltint, maar niet bijzonder zwaar. Gekleed in een smaakvol, enigszins loszittend ochtendtoilet.`

Aldus introduceert de Noorse toneelschrijver Henrik Ibsen in 1890 zijn bekendste en meest gespeelde personage: Hedda Gabler. Als zij door de achterkamer binnenwandelt, is het stuk al een minuut of tien, vijftien aan de gang. Ruim twee uur later zal Hedda weer teruggaan naar de achterkamer om zich daar, vlak bij haar geliefde piano, een kogel door het hoofd te jagen.

Opkomst en ondergang van een voorname dame - zo valt Ibsens Hedda Gabler in één zin samen te vatten. Maar over het hoe en waarom van deze intrigerende zelfmoord botsen de meningen al 116 jaar. Met elke nieuwe opvoering komt er een nieuwe Hedda tevoorschijn. Drie jaar geleden liep de laatste Nederlandse Hedda over het toneel: Tjitske Reidinga, in een regie van Theu Boermans bij de Theatercompagnie. De nieuwe Hedda staat al weer klaar: Halina Reijn is de tragische titelheldin vanaf komende week bij Toneelgroep Amsterdam, in regie van Ivo van Hove.

Hedda Gabler - een teken des tijds noemt Toneelgroep Amsterdam haar voorstelling. Van Hove verplaatst de setting van het 19de-eeuwse Noorwegen naar een moderne loft in een grote stad. Zijn Hedda `raakt aan het moderne levensgevoel, waarin egocentrisme en de drang naar onmiddellijke bevrediging centraal staan`.

Als het toneelstuk begint, zijn Hedda en haar man Jurgen Tesman net thuis van hun huwelijksreis. Hedda is niet uit liefde met Tesman getrouwd, maar omdat haar vader is overleden en haar geld op is. Tesman is een goedmoedige wetenschapper die helemaal opgaat in zijn studie, maar Hedda verveelt zich voornamelijk. Ze droomt van een groots en opwindend leven, maar eenmaal thuis zakt zij verder weg in lethargie. `Ik denk wel eens dat ik in deze wereld maar voor één ding aanleg heb, en dat is om mij dood te vervelen`, zegt ze. Als haar vroegere geliefde Lövborg terugkeert van een verblijf in het buitenland, wordt ze geconfronteerd met de leegte van haar bestaan. De enige uitweg is zelfmoord.

De primaire reacties bij het zien van Hedda Gabler: `Mens, ga wat doen! Ga bloembollen planten of gehandicapten helpen. Ga in ieder geval bij die duffe man van je weg. Loop dat huis uit en smijt met een flinke klap de deur achter je dicht!` Maar toen Ivo van Hove het stuk herlas, werd hij meteen na het eerste bedrijf al gegrepen. `Ik was niet van plan Hedda Gabler ooit te regisseren. Het is al zo vaak gedaan, en wat moet je er nog mee in deze tijd? Maar bij het lezen zag ik meteen een heel andere figuur voor me dan de ijskoningin die doorgaans op het toneel staat. Niet iemand die alle gevoelens binnen houdt, maar een vrouw die juist haar gevoelens uit maar daarin totaal niet begrepen wordt. De mensen om haar heen zijn in mijn visie helemaal niet zo zorgzaam. Het zijn egocentrische, alleen in zichzelf geïnteresseerde types. Dat zegt veel over de huidige tijd.`

Van Hove regisseerde deze visie op Hedda Gabler twee jaar terug in New York en dat aldaar gelauwerde concept brengt hij nu uit bij Toneelgroep Amsterdam. `In onze voorstelling ben je twee uur lang getuige van iemand die zelfmoord pleegt. Maar je ziet ook een levendige Hedda, die zich niet in het harnas laat rijgen.`

`Ik was moe gedanst, mijn beste Brack, mijn tijd was om.`

In dat ene zinnetje - Hedda zegt het tegen huisvriend Brack, de wufte intrigant die gemene spelletjes met haar speelt - zit haar tragiek besloten: ze is moe gedanst, en dat zegt zij als jonge, pas getrouwde vrouw voor wie het leven nog moet beginnen.

Mirjam Koen regisseerde in 1998 de voorstelling Vrouwen van Ibsen waarin een aantal personages uit zijn vrouwenstukken elkaar treft. Ibsen wordt beschouwd als de eerste moderne toneelschrijver die de positie van de vrouw als hoofdthema koos. In stukken als Nora, of een poppenhuis, Spoken, Vrouw van de Zee en Hedda Gabler proberen vrouwen zich op allerlei manieren te bevrijden van hun knellend korset.

Koen: `De vrouwen van Ibsen zijn opmerkelijk complete personages. Bij het schrijven zag hij ze als het ware filmisch voor zich, compleet met hoedjes en shawls. Hij heeft ze een palet van temperamenten meegegeven. Nora laat haar huwelijk en kinderen in de steek, Hedda kiest er voor uit het leven te stappen. Zij heeft iets destructiefs, en dat zit erg diep. Er zit in die vrouw zoiets duisters - niet kunnen omgaan met de drift in jezelf, en dat gemis vervolgens niet vorm kunnen geven.`

Volgens Theu Boermans heeft Hedda een existentieel probleem, en worstelt ze met een enorme doodsdrift. `Ze komt uit een burgerlijk milieu, maar wil zelf allesbehalve een burgerlijk leven leiden. Maar ze kan ook niet kiezen voor de totale vrijheid die ze zo begeert. In die zin is ze een modern personage, want er zijn tegenwoordig heel wat vrouwen die met het Hedda-complex kampen: huwelijk, moederschap, werk, carrière, de keuzes daartussen en uiteindelijk geconfronteerd worden met een zinloosheidsbesef.`

Voor de nieuwe voorstelling van Ivo van Hove heeft de Vlaamse dramaturg Bart Van Den Eynde het toneelstuk Hedda Gabler binnenstebuiten gekeerd. Voor hem is Hedda een negatieve held, net zoals Caligula dat was in de gelijknamige, eerdere voorstelling van Van Hove. Van den Eynde: `Je wordt verondersteld met hen mee te leven, maar de held in kwestie neemt steeds verkeerde beslissingen. Hedda beschikt niet over de mogelijkheid iets ten positieve in haar leven te veranderen. Die mix van grootsheid in gevoelens en kleinheid in handelen, is uniek en maakt het stuk zo fascinerend.`

[Zie verder pagina 4]

`Hedda haat middelmaat`

[vervolg van pagina 3]

`Ik heb geen enkele reden om echt gelukkig te zijn. Of weet u er een? () Het stinkt hier in alle kamers naar lavendel en gedroogde rozen - het ruikt naar de dood.`

Uit Hedda`s mond heeft elke zin een explosieve lading, maar doeltreffend zijn haar woorden nauwelijks. Hedda`s verbale bombardement blijkt uiteindelijk af te ketsen op onverschilligheid. Iets moedigs doen, iets waar onwillekeurig een waas van schoonheid over ligt - dat is haar streven. Een streven naar totale vrijheid, naar totale schoonheid. Hedda ziet de dood uiteindelijk als de ultieme inlossing van haar verlangen naar vrijheid en schoonheid. Maar bij Van Hove is zelfs haar zelfmoord niet verheven, maar hard en bloederig en vuil. Stuiptrekkend zal ze tenslotte over het podium kruipen.

Hedda Gabler kwam in 1890 in boekvorm uit. Ibsen was toen 61 jaar en mateloos populair. Maar de critici vonden zijn nieuwe werk maar niets, ze vonden zowel het personage als het stuk zelf te excentriek, te obscuur en klaagden over de abnormale psychologie. `Wij begrijpen Hedda Gabler niet en wij geloven ook niet in haar. Ze lijkt op niemand die wij kennen`, schreef een recensent.

In januari 1891 was de wereldpremière in München. Een paar maanden later was het stuk al in Nederland te zien, in maar liefst drie verschillende uitvoeringen. Theo Mann-Bouwmeester speelde Hedda in 1901, later volgden actrices als Ellen Vogel, Anne-Wil Blankers, Petra Laseur en Will van Kralingen. Naast het heldere taalgebruik en de gelaagde psychologie is ook de constructie van Ibsens stukken dermate slim, dat hij altijd hoog op de diverse verlanglijstjes heeft gestaan.

Rob van der Zalm is theaterwetenschapper en gepromoveerd op het proefschrift Ibsen in Nederland. Hij vindt dat Hedda Gabler geniaal in elkaar zit. `En Hedda is de minst sprekende heldin uit de toneelliteratuur: ze spreekt niet in lange monologen. Ibsen heeft heel haar tragiek gelegd in korte zinnetjes, in kleine dialogen met de mensen die haar omringen. Ieder woord heeft een lading.`

Boermans: `Het is een miniatuur-uurwerk, er staat geen zin te veel in. Elke opmerking heeft een dubbele betekenis. Het spel dat de personages in Hedda Gabler met elkaar spelen is hogeschoolwerk op de vierkante meter. Het is een spel op leven en dood, donker en duister.`

Hedda en de actualiteit - het is altijd weer een gevecht dat elke zichzelf respecterende regisseur aan wil gaan. De generaalsdochter uit 1890 is nog steeds zo grillig en geheimzinnig, dat bijna iedere theatermaker een keer zijn tanden in het stuk wil zetten. Koen: `Hedda in een H & M-truitje? Het moet kunnen, je moet zo`n stuk wel afstoffen. En erop toezien dat de anekdote niet in de weg komt te staan. Je moet vermoedens vinden waar het voor jou over gaat. Maar Ibsen tilt zijn stuk gelukkig boven het realisme uit, het heeft ook iets verhevens. Zelf hou ik het meest van een tijdloze, universele enscenering. Dus geen Hedda aan een Noorse fjord, maar ook niet in een moderne flat.`

Van der Zalm vindt Hedda Gabler Ibsens minst tijdgebonden toneelstuk, juist omdat het gaat over verveling en jaloezie. `Dat zijn onderwerpen die nog altijd gelden. Bovendien: er zijn nog steeds mensen die zich voor het hoofd schieten. Hun en Hedda`s wanhoop is van alle tijden, het is aan de opvoering zelf om dat aannemelijk te maken. Maar als je het stuk wilt actualiseren, moet je wel extreem zijn in je keuzes.`

De meest extreme Hedda die op dit moment gespeeld wordt, is ongetwijfeld die van de Schaubühne am Lehniner Platz in Berlijn, in regie van Thomas Ostermeier. Vorige maand was die voorstelling te zien in het Theater Treffen en zelfs het affiche spreekt boekdelen: een koel-blonde jonge vrouw kijkt recht de camera in en houdt haar pistool op de toeschouwer gericht. Ostermeiers Hedda woont in een design-bungalow, opgebouwd uit staal en enorme glazen schuifpuien. Hier geen 19de-eeuwse handgeschreven brieven en manuscripten, maar laptops en gsm`s.

Katharina Schüttler speelt Hedda - modieuze joggingbroek, laag op de smalle heupen - alsof ze vanuit een andere wereld voor even op aarde is neergestreken. Ze is een doorschijnende engel des doods, flegmatiek, volkomen in zichzelf gekeerd, destructief. In deze Hedda Gabler regent het voortdurend en worden de schuifpuien constant heen en weer geschoven, alsof de mensen willen ontvluchten aan hun glazen kooi. Maar aan het eind ligt Hedda voor oud vuil, bloederig en dood op de grond. Uit de speakers klinken The Beach Boys: God only knows.

Ostermeier: `Voor mij gaat Hedda twee uur lang over sociale kilte. Hedda haat de middelmaat om haar heen, maar ze moet ervaren dat ze zelf onderdeel van die middelmaat is geworden. Ze had kunnen besluiten bij Unicef te gaan werken of kunstenares te worden, maar ze kiest voor de destructie. Zo gaat dat soms.`

Koen: `Ze is ook hartstochtelijk op zoek geweest naar liefde, maar altijd naar een liefde die niet mag of niet kon. Hedda is iemand die niet het banale van het leven aan wil gaan, die zich niet stap voor stap wil conformeren aan het alledaagse. Dat zou je ook moedig kunnen noemen.`

`Nee, nee, zou je alleen de gordijnen even dicht willen doen, dat geeft een zachter licht.`

In Hedda`s huis staan de deuren open, maar ze vindt het licht te fel. Ze verlangt naar frisse lucht én naar schaduw, en geen van beide ligt binnen haar bereik. In zijn aantekeningen schreef Ibsen: `Het treurige van deze wereld is dat zo veel mensen niets anders te doen hebben dan geluk najagen, zonder in staat te zijn het te vinden.`

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden