Ondraaglijk lijden is niet wettelijk vast te leggen

Als het gerechtshof de vrijspraak van de arts in de zaak-Brongersma volgt, wordt de 'pil van Drion' overbodig. Zij het dat het autonomiecriterium dan zo ver wordt opgerekt dat artsen patiënten euthanasie zullen gaan weigeren, meent Th.M.G....

DE discussie over de 'pil van Drion' is weer in alle hevigheid losgebarsten, nu minister Borst daarover in een interview haar mening heeft gegeven (NRC Handelsblad, 15 april). Hoewel de politiek haar dat niet in dank heeft afgenomen, zijn haar uitspraken - wellicht ongewild - zeer actueel, want binnenkort dient de zaak-Brongersma in hoger beroep.

Het leven van deze hoogbejaarde oud-senator werd op diens verzoek door een arts beëindigd, omdat Brongersma verder leven als ondraaglijk lijden beschouwde, hoewel met zijn gezondheid vanuit medische perspectief gezien niets mis was. De rechtbank heeft zijn huisarts Sutorius in eerste instantie vrij gesproken.

Een beroep op de autonomie van Brongersma was in de ogen van de rechtbank, daarbij het advies volgend van getuige-deskundige professor I. de Beaufort (ethicus), voldoende rechtvaardiging voor het handelen van de arts. Immers, respect voor de autonomie van het individu betekent dat het eigen oordeel met betrekking tot de ondraaglijkheid van iemands lijden de belangrijkste leidraad is.

Als dit standpunt door het hof wordt gevolgd, is de pil van Drion overbodig geworden en kan een ieder, waarvan overtuigend is te bewijzen dat er sprake is van een autonome doodswens, de weg naar de dood vinden. Als er artsen bereid zijn daaraan mee te werken.

Daarmee wordt wel een beperking opgelegd aan de vrager, die echter de vervulling van zijn wens op zich genomen niet in de weg staat. Immers, zelfs de felste voorstanders van de pil zouden ook bij vrije verkrijgbaarheid begrijpen dat de verstrekkende instantie voorwaarden stelt, bijvoorbeeld alleen voor eigen gebruik en dus een beperkte hoeveelheid, enzovoorts.

Het lijkt allemaal heel simpel, als de arts de wens van zijn cliënt mag volgen. De nadelen van het gebruik van de pil van Drion buiten een arts om lijken daarmee te kunnen worden gepareerd, zoals misbruik door het in verkeerde handen komen van de pil (er van uit gaande dat er een simpele pil bestaat, die na inname tot een probleemloos sterven leidt, quod non), het te makkelijk innemen bij tijdelijke dieptepunten in een mensenleven, zoals rouw of liefdesverdriet en het over het hoofd zien van eenvoudig te behandelen depressies, die als zodanig niet worden herkend door de betrokkene.

Die laatste categorie is omvangrijk, en dat geldt met name de groep boven de 65 jaar. Die groep omvat twee miljoen mensen en van hen lijdt 10 procent, dus 200 duizend mensen, aan een niet herkende depressie, zoals de Maastrichtse arts-onderzoeker Fiolet heeft vastgesteld in een onderzoek waarin de lotgevallen van 65-plussers enkele jaren zijn gevolgd.

Het zal er echter voor de artsen niet eenvoudiger op worden als het hof de rechtbank volgt. Het criterium 'ondraaglijk lijden' wordt - ook met deze uitspraak - steeds verder opgerekt en steeds meer artsen hebben daar grote moeite mee, ook degenen die altijd een liberaal euthanasiebeleid hebben voorgestaan.

Waar ligt de grens tussen ondraaglijk en te dragen? Is de autonome beleving van de hulpvrager het enige criterium? Hoe autonoom is iemand nog, die aan een depressie lijdt?

Niet alleen de autonomie van de hulpvrager moet worden beschermd; ook die van de arts. En dan bedoel ik niet alleen de professionele autonomie, maar zijn autonomie als persoon die 'nee' moet kunnen zeggen. Het beëindigen van een mensenleven is tenslotte niet niks en veel artsen voelen zich onder druk staan: wat een vrijheidsrecht was, de keuze op een waardige dood als de tijd daar is, dreigt een claimrecht te worden, ook als in de ogen van de arts de tijd niet daar is.

Artsen hebben, ook in het belang van hulpvragers en hun omgeving, een steun in de rug nodig om vast te stellen wat ondraaglijk lijden is en hoe het antwoord daarop, samen met de hulpvrager, beantwoord moet worden in de goede volgorde: zijn er middelen om het lijden dragelijker te maken en dan pas wat te doen als er geen andere uitweg meer is dan euthanasie.

De euthanasiewet geeft vooral procedurele zorgvuldigheidscriteria aan; dat kan ook niet anders. In een wet is niet vast te leggen wat ondraaglijk lijden is en hoe het te verlichten. Het is nu eerst aan de artsen om, evenals dat is gebeurd met het verder uitwerken van inhoudelijke criteria voor andere situaties rond levensbeslissend handelen, voor het antwoord op de vraag: 'klaar met leven' de criteria te formuleren, waaraan een arts zijn handelen vooraf moet kunnen toetsen. In deze gevallen oordelende instanties en de rechter achteraf.

Natuurlijk moet daarbij goed naar andere belanghebbende groeperingen worden geluisterd, zoals dat ook is gebeurd bij het opstellen van criteria voor levensbeslissend handelen bij specifieke groepen; meervoudig ernstig zieke pasgeborenen, comateuze patiënten en anderen. Een brede maatschappelijke discussie lost niets op.

Binnen KNMG-verband gaat met het oog hierop een Commissie Klaar met Leven aan het werk. Het zou een goede zaak zijn, als het gerechtshof in de zaak-Brongersma de uitkomst van deze discussie zou afwachten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden