Onderzoekster mogelijk zelf IS-sympathisant

Schaadt dit de betrouwbaarheid van het onderzoek

UvA-wetenschapper Aysha Navest die onderzoek deed naar vrouwen in het IS-kalifaat, is volgens NRC op fora actief onder de naam Zuster Aicha als sympathisant van de gewelddadige jihad. Schaadt dat de betrouwbaarheid van het onderzoek?

Vrouw in IS-gebied Foto afp

Europese vrouwen die afreizen naar het kalifaat in Syrië en Irak worden vaak omschreven als geronselde slachtoffers en seksslavinnen, of als actieve militante activisten die andere vrouwen rekruteren. Een studie van onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam, gepubliceerd in april 2016 in vakblad Anthropology Today, werpt een ander licht op deze 'jihadbruiden'. Ze zijn militant, noch slachtoffer, maar toegewijde echtgenotes die zich voornamelijk bezighouden met de zorg voor man en kinderen.

Deze studie raakte dinsdag in opspraak. Een van de onderzoekers, de arabiste Aysha Navest, zou volgens NRC zelf sympathieën koesteren voor IS. De conclusie van het UvA-onderzoek, dat de vrouwelijke uitreizigsters vooral huiselijke types zijn die niet deelnemen aan andere IS-activiteiten, kan in hun voordeel uitpakken mochten ze willen terugkeren naar Nederland. Tot dusver baseert Justitie zich in strafzaken op onderzoeken die vrouwen wel een actieve rol toedichten.

De omstreden Navest werkte als fellow (tijdelijk onderzoeker) enkele maanden aan het onderzoek onder begeleiding van hoogleraar hedendaagse moslimsamenlevingen Annelies Moors en antropoloog en radicale islamexpert Martijn de Koning. Zij chatte met 22 vrouwen op WhatsApp en Facebook Messenger. Ze werd ingezet, meldden Moors en De Koning in hun verantwoording, omdat zij als 'toegewijde moslima' haar ondervraagden goed zou begrijpen. Een fijne bijkomstigheid was dat ze al contact met enkele respondenten had voor hun vertrek naar Syrië.

Ought Aicha

Volgens NRC is Navest niet zomaar een vrome moslima, maar sympathiseert ze met de gewelddadige jihad. Ze zou op Marokko.nl onder de naam Ought Aicha (Zuster Aicha) actief zijn geweest. Syriëgangers kunnen een beloning verwachten in het paradijs, schreef ze. Verder dat IS-strijders onterecht worden gecriminaliseerd. Ze zou ook Al-Qaida-leider Osama bin Laden hebben geprezen voor de strijd die hij leverde om 'onze moslimgemeenschap te beschermen'.

Op de vraag of Ought Aicha nu wel of niet de internet-alias is van Navest komt geen duidelijk antwoord. Moors en De Koning reageerden dinsdag niet op specifieke vragen. In een verklaring op de website van de UvA beperkt Moors zich tot de opmerking dat ze 'over het privéleven van onze onderzoekers, zoals onder welke namen zij mogelijkerwijs online actief zijn' geen mededelingen doen. Ze voegt eraan toe dat Navest 'meerdere malen expliciet heeft verklaard de gewapende jihad niet te steunen'.

Onderzoek in radicale kringen is sowieso lastig. Zeker als de respondenten in een gebied verblijven waar onderzoekers zelf niet kunnen komen. Geworsteld wordt met vragen als: zitten de vrouwen daar wel echt? Zijn ze wie ze zeggen te zijn? Ze communiceren niet onder eigen naam, maar onder islamitische aliassen. Moors en De Koning blijken de namen van de vrouwen met wie Navest communiceerde ook niet te kennen. Dat kon niet anders, zeggen ze in hun verantwoording. 'Het vastleggen van persoonsgegevens zou onze respondenten kunnen schaden, hetgeen ingaat tegen het 'do no harm principe'. In tegenstelling tot journalisten hebben antropologen niet het wettelijk recht hun bronnen te beschermen.'

Volgens Thijl Sunier, hoogleraar antropologie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en gespecialiseerd in de Islam in Europese samenlevingen, is het werken met anonieme informanten 'gebruikelijk' in de antropologie. Dat bijt niet met de transparantie die je als wetenschapper moet waarborgen.

Aysha Navest heeft een masterstudie Midden Oostenstudies met de specialisatie Arabisch aan de UvA afgerond. Ze is een onafhankelijk onderzoeker, zo staat vermeld in het artikel in vakblad Anthropology Today. Ze is niet langer als fellow aan de UvA verbonden. Op Facebook meldt ze in Heerlen geboren en getogen te zijn. Navest is niet opgevoed als moslima, maar een bekeerling – zo is te lezen in een openbare post op Facebook uit 2010. Ze is getrouwd en heeft twee dochters.

Objectiviteit

Hij vindt ook niet dat eventuele betrokkenheid bij de informanten een antropoloog diskwalificeert. Sterker nog: antropologisch onderzoek brengt met zich mee dat je een beetje 'native gaat'. 'Een antropoloog hoort de mensen die hij bestudeert zoveel mogelijk te proberen te begrijpen in hun doen en denken.' Geen enkele onderzoeker is volgens Sunier objectief.

Met de anonimiteit van de bronnen op zich heeft arabist Jan Jaap de Ruiter van Tilburg University geen moeite. Hij vindt wel dat Moors en De Koning de zwakke punten van hun onderzoek veel beter hadden moeten verdedigen. 'Niet is aangegeven hoe vaak Navest de vrouwen heeft gesproken. Ging dat alleen online, of ook mondeling? Online valt niet te controleren of er mannen achter zaten.' Hij vindt ook de beperking tot louter vragen over het alledaagse leven, een zwaktebod. 'Dan krijg je alleen informatie daarover. En bijvoorbeeld niet over hun eventuele deelname aan de Al-Khansaa-brigade die vrouwen controleert op onislamitisch gedrag. Zo wordt een eenzijdig beeld neergezet.'

Volgens De Ruiter staan Moors en De Koning bekend als wetenschappers die graag een counter-narrative neerzetten in het debat. 'Als jihadbruiden worden neergezet als willoze seksslaven, willen zij graag aantonen dat er misschien ook een andere kant aan het verhaal zit.' Dat mag, zegt hij. Maar problematisch vindt hij wel dat de onderzoekers zelf niet hebben kunnen controleren of Navest niet selectief te werk is gegaan. 'Ze hebben het risico aanvaard dat de slager zijn eigen vlees keurde.'

Bart Schuurman, onderzoeker bij het International Centre for Counter-Terrorism (ICCT), vindt dat als een onderzoeker met specifieke sympathieën wordt ingezet, dat altijd moet worden gemeld. 'Sympathie koesteren is tot daaraan toe, maar als je dat onvermeld laat, geef je de lezer geen kans dit mee te nemen bij de beoordeling van het onderzoek.'

Roeien met de riemen die je hebt

Voor het gebruik van anonieme bronnen heeft hij alle begrip. Op zijn vakterrein moet je roeien met de riemen die je hebt. 'Wie zitten er achter de aliassen? Typt IS niet met ze mee? Dat vragen wij ons ook af.' Daarom moeten onderzoekers zich nooit verlaten op maar één type bron, zegt hij. 'Je moet op zoek naar andere mensen uit de omgeving van die bron. Ouders, vrienden van vroeger. Vragen: klopt het dat je dochter of vriendin daar en daar zit, twee kinderen heeft, of iets dergelijks.'

Die kanttekening maakt ook Sunier. 'Wat het uiteindelijke onderzoek betrouwbaar maakt, is het ondervangen van de eenzijdige blik door dingen te checken en meerdere mensen te benaderen.' Dat hebben de UvA-onderzoekers verzuimd. Dat er vraagtekens te zetten zijn bij hun aanpak, realiseren ze zich. Ze hebben 'om de wetenschappelijke discussie over de gebruikte methodologie te stimuleren' enkele externe deskundigen gevraagd op hun onderzoek te reflecteren.

Meer over