InterviewNajib Tuzani en Ineke Roex

Onderzoekers: ‘Moskeeën halen soms uit wanhoop salafisten binnen’

Onderzoekers Ineke Roex en Najib Tuzani. ‘Als bestuurders niet capabel genoeg zijn om de gemeenschap te bedienen, ontstaat er een soort vacuüm waar salafistische predikers inspringen.’Beeld Jiri Büller

Onderzoekers Najib Tuzani en Ineke Roex bestudeerden de veranderingen bij zes moskeeën. Gaandeweg zagen zij de fundamentalistische stroming van het salafisme een grotere rol opeisen in het onderzoek.

Oud-politiechef en theologisch deskundige Najib Tuzani en antropoloog Ineke Roex deden twee jaar lang onderzoek naar verandering in zes Nederlandse moskeeën. Ze zagen hoe de gebedshuizen hun koers verlegden, mede door het salafisme. En hoe dat leidt tot spanningen binnen en buiten de moskee.

Jullie hebben zes moskeeën van binnenuit onderzocht, maar noemen ze niet bij naam. Waarom niet?

Najib Tuzani: ‘Wat zwaar woog, was dat wij dit onderzoek in opdracht van de Rijksoverheid deden. Bij moskeeën is door eerdere ervaringen een groot wantrouwen richting de overheid. Het heeft ons heel wat moeite gekost moskeeën ervan te overtuigen toch mee te werken. Ze zijn bang voor de gevolgen van verkeerde framing, als ze openheid geven.’

Wat heeft jullie het meest verrast?

Tuzani: ‘De grote verschillen tussen moskeeën. De één stelt zich open, de ander sluit zich af. De een wil samenwerking met de overheid, screent predikers, heeft een mediakamer ingericht. De ander zegt: we hebben geen e-mail en dat gaan we ook niet doen.’

Aanvankelijk was het salafisme, een fundamentalistische stroming in de islam die steeds vaker onderwerp is van gesprek, geen groot onderdeel van het onderzoek. Waarom is het dat alsnog geworden?

Ineke Roex: ‘We zien toch dat het een factor van belang is in de moskee. Ook al is het bestuur niet salafistisch, als bestuurders niet capabel genoeg zijn om de gemeenschap te bedienen, ontstaat er een soort vacuüm waar salafistische predikers inspringen.’

Hoe komen die predikers binnen als het bestuur het salafisme niet aanhangt?

Roex: ‘Vaak voelt een bestuur of een imam onmacht om jongeren binnenboord te houden. Uit een soort wanhoop worden dan toch salafistische predikers uitgenodigd. Soms weten ze echt niet wie ze binnenhalen.’

Tuzani: ‘Veel moskeebestuurders zijn afkomstig uit de eerste generatie gastarbeiders en ongeletterd. Voor hen is het vooral een religieuze gemeenschap. Als er vervolgens iemand komt die in de Nederlandse taal iets kan vertellen, en dat met meer emotie doet, is dat voor hen niet echt een probleem. Tot anderen erop wijzen dat deze predikers heel andere ideeën verkondigen dan zijzelf.’

Roex: ‘Maar sommige bestuurders zeggen: we weten dat het salafistische predikers zijn, maar dan krijgen we in ieder geval de jongeren weer terug. Dan doen ze het dus bewust, terwijl ze die predikers eigenlijk niet binnen willen hebben en weten dat het problemen kan geven.’

Wat maakt zo’n salafistische lezing zo aantrekkelijk voor jongeren?

Tuzani: ‘Als je naar een traditionele of orthodoxe moskee gaat, leer je vooral hoe je moet bidden, waar het vasten uit bestaat en hoe je dichter tot de schepper kunt komen. Je krijgt er geen antwoord op praktische vragen als: mag ik voor de overheid werken? Mag ik vakken vullen bij de Albert Heijn als er alcohol en varkensvlees wordt verkocht?’

Roex: ‘Salafistische organisaties sluiten veel meer aan bij de Nederlandse context en kwesties waar jongeren mee zitten. Wat te doen als mijn baas niet accepteert dat ik vijf keer per dag wil bidden? Ik wil eigenlijk geen handen schudden, hoe moet ik daarmee omgaan?’

Tuzani: ‘Hoe ga je met je religieuze identiteit om in een sterk geseculariseerde samenleving zodat je tegelijkertijd nog wel mee kunt doen in diezelfde samenleving? De opvatting van een traditioneel moskeebestuur is: wij zijn een gebedshuis, je komt hier voor het religieuze. En al het andere moet je maar op een andere manier organiseren.’

Jullie beschrijven dat salafisme een containerbegrip is geworden dat voor veel verwarring en wantrouwen zorgt.

Tuzani: ‘Moskeeën weten niet zo goed waar de overheid nou precies problemen mee heeft. Ze realiseren zich dat als ze zich aan de buitenkant wat meer tonen als orthodox, en minder salafistisch, dat daarmee de argwaan wat wordt weggenomen.’

Hoe zou je dat onderscheid tussen orthodoxie en salafisme aan een leek uitleggen?

Tuzani: ‘Als je dat vertaalt naar de Nederlands christelijke context, zou je kunnen zeggen: de orthodoxie binnen de islam lijkt op de PKN, waar alles in zit van hervormd tot gereformeerd. Als je het hebt over fundamentalistisch en salafistisch, dan lijkt dat meer op Jehovagetuigen. Een missionaire houding, willen bekeren, en ook intern zuiverend. Ze zien zichzelf als uitverkorene ten opzichte van anderen.’

‘De overheid maakt niet altijd duidelijk waarmee ze precies een probleem heeft. Is dat het salafisme op zich, of bepaald problematisch gedrag?’Beeld Jiri Büller

Sommige moskeeën presenteren zich dus minder salafistisch dan ze daadwerkelijk zijn. Hoe werkt dat?

Tuzani: ‘Ze nemen een imam aan met een orthodoxe visie. Maar als die imam dan intern wil uitdragen wat hij naar buiten toe ook uitdraagt, zegt het bestuur: ho ho, het is de bedoeling dat je die orthodoxe koers voor de bühne uitdraagt. Wij bewaken zelf wel de interne ideologische koers.’

Nogal dubbelhartig, toch?

Tuzani: ‘Van die bestuurder misschien wel, van die imam kun je dat niet zeggen. Maar de hele moskee krijgt meteen dat label dubbelhartig. Terwijl wij zeggen: dit soort gedrag is ook het gevolg van het optreden van de overheid, die niet altijd duidelijk maakt waarmee ze precies een probleem heeft. Is dat het salafisme op zich, of bepaald problematisch gedrag?’

Roex: ‘Vooral in kleinere steden weten lokale overheden helemaal niet wat bepaalde religieuze uitingen betekenen, zoals het dragen van een hoofddoek of het laten staan van een baard. Als mannen en vrouwen apart van elkaar de moskee binnengaan en donkere kleding dragen in plaats van kleurig, wordt dat soms al als indicatie gezien van salafisme. Op basis van verkeerde aannamen wordt het beleid ten opzichte van zo’n moskee dan al anders. De contacten worden moeizaam en er ontstaat veel wantrouwen.’

Tegelijkertijd schrijven jullie dat zelfs moskeebestuurders het soms niet doorhebben als er salafistische invloeden hun moskee binnendringen. Als zij dat al niet zien, hoe moet een lokale overheid dat onderscheid dan maken?

Roex: ‘Je kunt niet verwachten dat een ambtenaar dat allemaal kan doorgronden. Maar nu wordt het gesprek vaak überhaupt niet gevoerd, omdat er al een ongefundeerde conclusie is getrokken. Er zijn enkele moskeeën heel duidelijk salafistisch. Maar bij het gros van de moskeeën met salafistische invloeden zijn de machtsverhoudingen tussen bestuur, religieuze leiders en docenten ingewikkeld. Soms is het bestuur orthodox, terwijl de predikers hartstikke salafistisch zijn. En weten ze dat niet van elkaar.’

Tuzani: ‘Een van de moskeeën die we onderzochten had een Facebookpagina met allemaal links naar salafistische predikers. Het bestuur zei tegen ons: we hebben geen Facebook, we hebben niet eens een website. Bleek dat een lid van de gemeenschap die pagina op eigen initiatief vulde. De bestuurders wisten van niks.’

Soms weten moskeebestuurders niet eens wat voor onderwijs er in hun eigen moskee wordt gegeven, schrijven jullie.

Tuzani: ‘Bij een van de moskeeën die we onderzochten zat een traditioneel bestuur, dat wilde eigenlijk niks met onderwijs doen. Dan zijn er een aantal jongens die zeggen: dat nemen wij jullie wel uit handen. Fijn, doe maar. Sommige van die jongeren zijn salafistisch georiënteerd. Die trekken predikers aan uit verschillende delen van het land. Die komen daar en denken: hé, eigenlijk kunnen we dat moskeebestuur ook wel van zijn plek krijgen. Toen dat gebeurde werd het bestuur pas wakker en kwam er een tegenactie.’

Roex: ‘Toen werden die jongeren van van alles beschuldigd, onterecht ook. Dat het IS-aanhangers zijn, bijvoorbeeld. Die jongeren helemaal giftig: die wilden daar ook niks mee te maken hebben.’

Tuzani: ‘Die jongeren zijn uiteindelijk uit de moskee gezet. Nu zijn daar weer andere jongeren met onderwijs bezig, maar heeft het bestuur er meer monitoring op.’

In hoeverre zien jullie het salafisme als een gevaarlijke stroming?

Tuzani: ‘Als onderzoekers hebben we daar op zichzelf geen mening over.’

Roex: ‘Het is een vorm van fundamentalisme, daar kun je iets van vinden. Maar de interne diversiteit is oneindig. Er zijn heel gevaarlijke tendensen, zoals de uitreizigers. Aan de andere kant bleek uit het onderzoek dat salafisme bij jongeren als een emancipatiekracht werkt. Jongeren nemen zelf de regie in handen, doen kennis op en willen een steentje bijdragen aan de Nederlandse samenleving. Dat is niet per se negatief.’

Een van jullie aanbevelingen is dat de overheid een imamopleiding moet faciliteren. Waarom?

Tuzani: ‘De overheid heeft het al een paar keer geprobeerd. Maar dan was de gedachte dat ze een academische opleiding moesten creëren met daarbij wat wij met zijn allen goed vinden. De gemeenschap zelf werd onvoldoende meegenomen in hoe zo’n curriculum eruitziet.’

Roex: ‘Helemaal niet zelfs.’

Tuzani: ‘Dus je zag dat mensen die opleiding afrondden, maar vervolgens geen baan als imam kregen. Omdat de gemeenschappen andere eisen stellen. Als je lokale organisaties meeneemt in de totstandkoming van zo’n opleiding, krijg je Nederlandse homegrown imams die in staat zijn de Nederlandse context op een goede manier uit te leggen. En ben je dus minder afhankelijk van allerlei invloeden uit bijvoorbeeld de Golfregio.’

Roex: ‘Nu zie je nog vaak dat imams onvoldoende in staat zijn om gehoor te geven aan de behoeften van de veranderende moskeegemeenschap.’

Tegelijkertijd concluderen jullie dat het wantrouwen tegen de overheid groot is. Kan zo’n imamopleiding dan wel slagen?

Tuzani: ‘Ja, omdat de wil er aan beide kanten wel is. We kunnen ook met elkaar tot de conclusie komen dat niets doen beter is. Maar dan verandert er ook niks.’

De Tweede Kamer onderzocht in februari de invloed van buitenlandse financiering op de koers van moskeeën. Na achttien verhoren van betrokkenen en deskundigen was duidelijk: ‘Er dreigt een parallelle samenleving.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden