Onderzoeker laat kinderen elkaar beoordelen: pesters zijn echt populairder

Gedragswetenschapper Loes Pouwels promoveert donderdag

Middelbare scholieren zijn negatief over pesten in het algemeen, maar keuren het pestgedrag van bepaalde klasgenoten niet af. Sterker nog: de pesters zijn vaak populair. Dit blijkt uit promotieonderzoek van gedragswetenschapper Loes Pouwels, die haar proefschrift donderdag verdedigt aan de Radboud Universiteit.

Beeld anp

Pouwels deed onderzoek naar meer dan tweeduizend middelbare scholieren en vijfhonderd basisscholieren. Aan de hand van anonieme vragenlijsten heeft ze de sociale status en populariteit van pesters achterhaald. Een greep uit de vragen die de leerlingen kregen voorgelegd: wie uit jouw klas verdedigt andere klasgenoten als zij worden gepest? Wie haalt de leerkracht erbij? En: wie probeert het slachtoffer te troosten? 'Door leerlingen naar de rol van hun klasgenoten te vragen in plaats van naar hun eigen gedrag krijg je eerlijkere antwoorden', verklaart Pouwels haar manier van aanpak.

Wordt op middelbare scholen meer gepest dan op de basisscholen?

'Niet per se meer. Bij meisjes neemt het pestgedrag op de middelbare school wel iets toe in vergelijking met de basisschool. Bij jongens blijft het ongeveer gelijk.'

Toch zijn pesters op de middelbare school populairder dan pesters op de basisschool. Hoe kan dat?

'Een mogelijke verklaring is dat jongeren steeds meer inzicht krijgen in sociale processen binnen een groep. Ze gebruiken daardoor andere tactieken om hun doel - populair worden - te bereiken. Het gevoel erbij te horen is op de middelbare school ook belangrijker dan op de basisschool.'

Socioloog René Veenstra, verbonden aan de Rijksuniversiteit Groningen, over het proefschrift van Loes Pouwels:

'De conclusie van Pouwels sluit aan bij eerder onderzoek waaruit blijkt dat pesten ingezet kan worden voor het verkrijgen van populariteit. Dit gebeurt vooral als er een negatieve sfeer in de klas hangt. In klassen waar een goede sfeer hangt, kan iemand populair worden door een leider te zijn voor de hele klas. Zodat leerlingen denken: door jou hebben we veel meer lol met elkaar en ondernemen we nog iets. Het interessante aan dit onderzoek is dat het laat zien dat pesten een groepsproces is. Het gaat niet alleen om wie de dader of het slachtoffer is, maar ook om wie staat toe te kijken, aan te moedigen of opkomt voor het slachtoffer.’

Het heeft iets geks: leerlingen die negatief gedrag vertonen zijn populair.

'Populair zijn is iets anders zijn dan aardig gevonden worden. Niet alle pesters worden aardig gevonden, maar ze hebben wel status en aanzien. Het zijn de leerlingen die het meeste te zeggen hebben in een groep.'

U onderzocht de verschillende rollen bij het pesten. Wat is de rangorde in mate van populariteit?

'Op de middelbare school zijn de pesters het populairst, gevolgd door de assistenten en aanmoedigers. Assistenten zijn de hulpjes van de pester. Ze nemen niet het initiatief om te pesten, maar pesten wel mee. Ze kunnen bijvoorbeeld helpen met het opwachten van het slachtoffer. De aanmoedigers geven positieve aandacht aan de pester. Ze vormen het publiek van de pester en lachen om de situatie. Op die manier krijgt de pester positieve feedback op zijn handelen. De verdedigers, die het opnemen voor het slachtoffer, zijn niet populair. Dit geldt ook voor de buitenstaanders, die geen partij kiezen en zich terugtrekken.'

Hoe herken je een pester?

'Er zijn grofweg twee profielen: aan de ene kant heb je pesters die heel doelbewust zijn, zodat ze hun populariteit binnen de groep kunnen behouden. Deze leerlingen zijn sociaal vaardig en weten goed hoe ze op sneaky wijze anderen kunnen raken. Aan de andere kant heb je pesters die sociaal minder handig zijn. Dit noemen we ook wel reactief-agressief. Deze leerlingen zijn minder strategisch in het gebruik van agressie. Ze zijn snel op hun tenen getrapt en barsten makkelijk in woede uit. Dit soort jongeren lopen zelf ook het risico gepest te worden. Ze pesten terug om zichzelf te verdedigen.'

Hoe herken je een slachtoffer?

'Slachtoffers vertonen ook agressie, maar dan op een minder strategisch-doelbewuste manier. Ze hebben er minder controle over. Slachtoffers zijn vaak teruggetrokken en minder sociaal vaardig. Bepaald gedrag, zoals delen met elkaar of het helpen van andere klasgenoten, beheersen ze niet. Ze kampen soms met sociale angsten en vertonen symptomen van depressie of eenzaamheid. Dit zijn zowel gevolgen als oorzaken van pesten. Kinderen die op jonge leeftijd langere tijd zijn gepest, lopen op latere leeftijd ook meer risico om slachtoffer te worden van pestgedrag.'

Wat voor pesterijen kwam u tijdens uw onderzoek tegen?

'Op basisscholen kwam ik vooral fysieke pesterijen tegen in de vorm van duwen, schoppen en slaan. Op de middelbare school komt buitensluiting, roddelen en negeren vaker voor. Cyberpesten heb ik niet specifiek onderzocht, maar leerlingen gaven wel aan dat dit voorkomt.'

Wordt er meer gepest dan vroeger?

'Dat kan ik vanuit mijn eigen onderzoek lastig zeggen. Je ziet wel dat er meer aandacht voor is.'

Wat zouden scholen moeten doen om het pesten tegen te gaan?

'Er moet met name op de middelbare school meer aandacht zijn voor de rol van populariteit van de pesters. In Amerika is recent een programma ontwikkeld waarin leerlingen in een klas verschillende rollen krijgen toebedeeld. De pester wordt gekoppeld aan een sociaal vaardig iemand. Hij krijgt bijvoorbeeld de taak van Door Greeter en mag leerlingen bij binnenkomst welkom heten. Hierdoor krijgt hij positieve aandacht en kan hij dus een ander middel inzetten om zijn doel te behalen. Dit programma zou wel aangepast moeten worden aan Nederlandse situaties.'

Promovenda Loes Pouwels Beeld LP

Zijn er niet al heel veel anti-pestprogramma's op scholen?

'Meer dan zestig, maar slechts een klein deel daarvan is effectief. Het Nederlands Jeugdinstituut heeft een eerste inventarisatie gemaakt van welke programma's mogelijk effectief zijn. Er zitten geen programma's tussen met een schoolbrede aanpak, dus voor de onder- en bovenbouw. In de bovenbouw is het voor docenten lastig in kaart te brengen wie er pesten. Er zijn veel wisselingen van docenten en leerlingen kunnen op die leeftijd heel strategisch pesten, achter de rug van docenten om. Uit mijn onderzoek blijkt dat pesten in de bovenbouw net zo goed voorkomt.'

Beeld Rhonald Blommestijn / de Volkskrant

Hadden we iets kunnen doen om Marije te helpen?

Een jaar na de zelfmoord van Marije (16) vraagt redacteur Evelien van Veen, wier zoon bij Marije in de klas zat, zich af: hadden we iets kunnen doen om haar dood te voorkomen? (+)

Leerkrachten blijken, zelfs als ze er trainingen in hebben gehad, slecht in het herkennen van pesten. Ze kunnen zelfs niet goed uitleggen wat het inhoudt. Zorgwekkend, vindt socioloog Beau Oldenburg.

Hoe ga je als school om met onlinepesten - van leerlingen, maar ook van leraren? Deze reconstructie van een affaire laat zien hoe ingewikkeld dat is. (+)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.