Nieuws

Onderzoek Tweede Kamerverkiezingen: in 2021 ging alles over corona, ook voor de kiezer

Nederlanders kozen de huidige Tweede Kamer amper op andere onderwerpen dan corona. Met name middenpartijen slaagden er tijdens de verkiezingen nauwelijks in om hun thema’s op de agenda te zetten, zo valt op te maken uit het Nationaal Kiezersonderzoek (NKO).

Dylan van Bekkum
In Oeffelt (Cuijk) werd deze week gestemd voor de nieuwe gemeenteraad. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
In Oeffelt (Cuijk) werd deze week gestemd voor de nieuwe gemeenteraad.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Het NKO is een grootschalig onderzoek van politicologen en andere wetenschappers van verschillende universiteiten, onder meer dan 4.500 Nederlandse kiezers. Na elke Tweede Kamerverkiezingen probeert het NKO te verklaren waarom Nederlanders stemmen zoals ze stemmen.

Dat leidt onvermijdelijk tot een aantal open deuren. Iedere (zelfbenoemd) politieke duider kan je vertellen dat PVV-kiezers weinig vertrouwen hebben in de overheid, maar met NKO is er een wetenschappelijke basis voor die open deur. Het NKO laat echter ook zien waarom de verkiezingsuitslag van maart er zo uitziet. Drie bevindingen die opvallen.

1. Er viel weinig te kiezen en daarom kiezen we nauwelijks anders

Het kabinet behield zijn krappe meerderheid, de linkerflank bleef bijna meelijwekkend klein: wie de verkiezingsuitslag van 2021 vluchtig bekeek, had kunnen denken dat het de uitslag van 2017 was. Dat een verkiezingsuitslag zo veel op de vorige leek, was sinds 1989 niet meer voorgekomen.

Normaliter is de campagnetijd een periode van het uitvergroten van verschillen tussen partijen. Kiezers vonden de verschillen te klein. Slechts 57 procent van de respondenten zag duidelijke inhoudelijke verschillen tussen de partijen. Bij eerdere verkiezingen was dit nog bijna 70 procent, en dat terwijl Nederlanders de verkiezingen dit jaar ongeveer evengoed volgden. Daarnaast kunnen kiezers de bestaande partijen steeds minder goed plaatsen op een links-rechts spectrum.

Dat de coronacrisis de verkiezingen overschaduwde, vormt een mogelijke verklaring. Op het campagneontbijt een dag na verkiezingen, moesten campagneleiders van oppositiepartijen concluderen dat ze gefaald hadden om hun thema’s op de agenda te zetten. Leiderschap en corona waren de allesbepalende thema’s. En op corona zaten nauwelijks verschillen tussen de middenpartijen, vonden de kiezers in het NKO. Bovendien stemmen Nederlanders graag op een partij die zich duidelijk profileert op een voor hen belangrijk thema, maar volgens het NKO zijn er maar drie duidelijke issue owners: VVD (economie, veiligheid), GroenLinks (klimaat) en de PVV (immigratie).

Dat kiezers weinig inhoudelijk onderscheid zagen had nóg een duidelijk gevolg: kiezers keken voorbij de gevestigde partijen en kozen vier nieuwe partijen (BBB, JA21, Volt en Bij1), waardoor de huidige Tweede Kamer de meeste partijen kent sinds de Tweede Wereldoorlog.

2. Omdat corona de verkiezingen domineerde, groeide de enige partij die zich radicaal tegen het coronabeleid verzette

Veel nauwelijks te onderscheiden grijstinten. Slechts één partij wist zich op corona echt te onderscheiden: Forum voor Democratie. Thierry Baudet en Wybren Van Haga trokken (als enige partij) door het land, uitten harde kritiek op het coronabeleid en formuleerden eigen ‘waarheden’. Ondanks de vele racistische en antisemitische incidenten in de afgelopen jaren, en het feit dat de partij enkele maanden daarvoor nog totaal uit elkaar was gevallen, groeide FvD van twee naar acht Kamerzetels. Van de FvD-stemmers was 93 procent ontevreden over het coronabeleid.

Bij eerdere verkiezingen trok FvD vooral kiezers die voor een strenger immigratiebeleid waren en concurreerde de partij met PVV. Dit jaar boorde FvD ook een andere groep aan: 30 procent van de FvD-kiezers overwoog geenszins een stem op PVV of JA21, en dacht hetzelfde over immigratie als de gemiddelde Nederlander.

3. We kiezen graag mensen die op ons lijken, maar dat kan niet altijd

Als het aan Nederland lag, zag de Tweede Kamer er veel meer uit als Nederland. Vrouwen stemmen op vrouwen, universitair geschoolden kiezen liever een andere universitair geschoolde, mensen met een migratie-achtergrond kiezen graag iemand anders met een migratie-achtergrond.

Op die manier wordt de Kamer vanzelf representatiever, zou je zeggen. De praktijk is weerbarstiger. Zo bleek eerder al dat laagopgeleiden, ouderen en mensen die buiten de Randstad wonen ondervertegenwoordigd zijn. Daar lijkt vooral een taak weggelegd voor de partijen zelf, namelijk om hun kieslijst diverser te maken.

Opvallend is dat driekwart van de Nederlanders met een niet-westerse migratieachtergrond zich niet vertegenwoordigd voelt, wat betreft belangen én Kamerleden. Sinds de laatste Tweede Kamerverkiezingen is die groep onder Kamerleden zelfs een beetje oververtegenwoordigd.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden