NieuwsBiomassa

Onderzoek PBL: in het debat over biomassa heeft iedereen gelijk

Biomassa heeft een essentiële rol gekregen in het klimaatbeleid. Of gebruik ervan verstandig is, staat al jaren ter discussie. Wat zegt de wetenschap hierover? Iedereen heeft een punt, concludeert het PBL.

Granuul Invest fabriek in Osula produceert pellets. Hier wordt hout geshredderd.Beeld Waldthausen Marlena

Het lijkt een prachtig bestuursmodel: vraag het de wetenschap. Zelfs de ergste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog, de uitbraak van covid-19, wordt nu al twee maanden lang op die manier gemanaged, met redelijk succes.

Maar om dat model te laten werken, is één voorwaarde cruciaal: de wetenschap moet wel antwoorden hebben. Dat blijkt totaal niet het geval bij de kwestie biomassa. Is het een goed idee om elektriciteitscentrales of stadsverwarming te stoken met hout? Om koolzaad te gebruiken voor autobrandstoffen of frituurvet voor kerosine? Om beton en staal te vervangen met hout?

Deze vragen leiden vaak tot emotionele wetenschappelijke debatten, vooral als de boom in het geding komt. Energiebedrijven gebruiken in steeds grotere hoeveelheden bomen voor brandstoffen, geholpen door miljardensubsidies. Maar steeds meer mensen, en een hele vloot ngo’s, ageert fel tegen het ‘opstoken van bomen’.

Het is bepaald geen detailkwestie. Cruciaal in het hele klimaatbeleid is dat het gebruik van fossiele grondstoffen omlaag moet, naar praktisch nul in 2050. Zo moet ook de energievoorziening helemaal over op hernieuwbare energie: zon, wind en biomassa. Van alle gebruikte energie in Nederland (industrie, transport, verwarming, elektriciteit) was in 2018 6,3 procent hernieuwbaar. Hiervan beslaan zon en wind slechts eenderde en biomassa tweederde. 

Vooral sinds het bijstoken van houtkorrels in kolencentrales en in ketels voor stadsverwarming opkwam, is er een verhitte discussie op gang gekomen over de vraag of dat wel wenselijk is. Zo wil energiebedrijf RWE zijn kolencentrales bij Breda helemaal laten overschakelen op biomassa en bouwt Vattenfall in Diemen een verwarmingsketel op houtkorrels voor de verwarming van Almere en een deel van Amsterdam.

Je zou verwachten dat de wetenschap kan vertellen of dat wijs is. Maar helaas: die weet het niet.

Het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft er zes maanden op gestudeerd, 419 wetenschappelijke studies doorgeploegd, gediscussieerd met 151 mensen van belangengroepen inclusief ngo’s, en 3 discussiebijeenkomsten gehouden. Maar liefst 87 argumenten werden in kaart gebracht. Het resultaat? ‘Er blijkt niet zozeer een debat te zijn over wat de feiten zouden zijn, maar vooral over de opvattingen en de duiding van deze feiten in het licht van iemands perspectief.’ 

Granuul Invest in Osula. De rook uit de schoorsteen is vooral waterdamp die ontstaat als het hout gedroogd wordt. Links liggen houtchips en zaagsel. Er werken bijna geen mensen in de fabriek. De meeste processen zijn geautomatiseerd.Beeld Waldthausen Marlena

Elk van die opvattingen blijkt bestand tegen de feitelijke toets, oftewel: ‘Elk van die verhalen is op zichzelf legitiem’, zoals onderzoeker Bart Strengers van het PBL het uitdrukt. Dus iedereen heeft gelijk, zijn eigen gelijk, in zijn eigen perspectief, zijn eigen verhaal. 

Het PBL heeft vijf van dergelijke ‘verhalen’ benoemd. In elk van die verhalen is er voor biomassa een andere rol ingeruimd. Aanhangers van het klimaatverhaal (de klimaatwetenschappers van IPCC, ook het Klimaatakkoord is erop gebaseerd) gaan ver in het willen gebruiken van biomassa. Zo kan biomassa zelfs worden gebruikt voor ‘negatieve emissies’, waarbij de CO2 die bij verbranding vrijkomt, onder de grond wordt gestopt in lege gasvelden.

Vooral klimaatwetenschappers en veel economen hangen dit ‘verhaal’ aan. Voor hen geldt: het klimaat is het belangrijkst. Zo krijgt biomassa als leverancier van grondstoffen, in plaats van brandstoffen, bij hen veel minder aandacht. In hun model is het dan ook niet erg als Nederland rijkelijk gebruikmaakt van biomassa voor energie. Nederland zou in hun wereldbeeld maar liefst dertien keer zoveel biomassa nodig hebben als in het wereldbeeld met het label ‘ecologie’.

Dat verhaal draait vooral om biodiversiteit: de hoeveelheid broeikasgassen moet omlaag door ecologische technieken toe te passen. En door minder te vliegen en minder vlees te eten. Bos is niet geschikt als energieleverancier, en landbouw goed beschouwd ook niet, al kun je natuurlijk wel altijd reststromen gebruiken. In deze visie, vooral aangehangen door ecologen en bosbouwers, mag biomassa niet van ver komen: de Europese Unie, verder niet. En er is slechts eenvijftigste beschikbaar van wat de ‘klimaat’-aanhangers beschikbaar achten.

Ngo’s zoals Natuur&Milieu, Urgenda en Greenpeace hangen vaak weer een ander model aan, dat gelabeld is als ‘strikt hernieuwbaar’. Daarbij speelt biomassa alleen een tijdelijke rol, maar moet de echte oplossing komen van technieken zoals warmtepomp, geothermie en waterstofproductie.

Het onderzoek van het PBL is nog maar het begin van een discussie die de komende maanden moet losbarsten onder regie van de Sociaal-Economische Raad (SER). Maar als de wetenschap er al niet in slaagt om in al die perspectieven het kaf van het koren te scheiden, is er dan wel een kans dat de verschillende gelovigen met hun niet door te prikken ‘verhalen’ het met elkaar eens worden? ‘Consensus zal niet helemaal mogelijk zijn’, zegt Strengers van PBL. ‘Het zal niet lukken iedereen tevreden te stellen. Maar ik denk dat het de SER kan lukken een positie te kiezen waar een grote groep zich in kan vinden.’ 

Alleen zal de wetenschap niet de weg wijzen, zoals bij covid-19.

Belangrijke bevindingen uit de studie

De discussie richt zich steeds meer op de rol van bosbouw, maar de landbouw biedt aanzienlijk meer kansen.

Alleen al in Europa is een toenemende hoeveelheid landbouwgrond buiten gebruik geraakt die voor biomassa kan worden ingezet.

Een ‘reëel risico’ van het gebruik van biomassa is dat de biodiversiteit kan teruglopen.

Luchtvervuiling (stikstofoxides) door het verstoken van biomassa (hout) valt erg mee, althans in moderne, grote installaties.

In de discussie wordt vaak geschermd met het begrip ‘fair share’: Nederland mag zich niet onevenredig veel biomassa toe-eigenen. Een praktisch onbruikbare benadering, zegt het rapport. Fair share wordt ook niet gehanteerd bij andere producten. Van de wereldproductie van cacao komt bijvoorbeeld 25 procent naar Nederland, en niemand die erover klaagt.

Subsidie is een grote splijtzwam, zegt Bart Strengers van PBL. Alleen omdat er subsidies op zit, worden grote hoeveelheden hout verstookt die anders in het bos zouden blijven staan, of een andere bestemming zouden krijgen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden