Onderzoek kanker wacht op doorbraak

Aan onderzoek naar kanker wordt wereldwijd miljarden besteed. Toch is kanker nu de belangrijkste doodsoorzaak. Hoe kan dat?

Deze week werd bekend dat in 2008 in Nederland voor het eerst meer mensen overleden aan kanker dan aan hart- en vaatziekten. Daarmee is kanker nu doodsoorzaak nummer één: in de eerste tien maanden van vorig jaar stierven 33.900 mensen aan kanker, terwijl 33.100 mensen overleden aan hart-en vaatziekten.

Aan het onderzoek naar kanker worden wereldwijd miljarden euro’s besteed. Momenteel gaat er zelfs meer geld naar kankeronderzoek dan naar hart- en vaatziekten, vermoedt Coebergh. En toch is kanker nu de belangrijkste doodsoorzaak. Hoe kan dat nu?

De belangrijkste reden ligt bij de ‘concurrent’: de sterfte aan hart- en vaatziekten daalt namelijk veel sneller dan die aan kanker. ‘Het aantal ziekenhuisopnamen bij hart- en vaatziekten stijgt nog altijd, maar er gaan steeds minder mensen aan dood’, zegt wetenschappelijk directeur Mat Daemen van het instituut CARIM van Universiteit Maastricht.

Dat komt door betere behandelingen, zoals dotteren en stents. Maar de overlevingskansen daarvan zijn nu wel gestabiliseerd, zegt hij. De winst zit hem nu vooral in de ‘vroegdiagnostiek’: het behandelen van mensen met grote kans op een hartinfarct. ‘Als mensen al een iets verhoogd cholesterol hebben, krijgen ze meteen cholesterolverlagers. En dat werkt.’

Bij kanker ziet het er wat minder rooskleurig uit. ‘De sterfte daalt wel, maar de laatste jaren zijn er geen revolutionaire ontwikkelingen geweest’, zegt Floor van Leeuwen, hoogleraar epidemiologie van het Nederlands Kanker Instituut (NKI). ‘We zien continu kleine verbeteringen in de behandeling. Voor heel specifieke tumoren, zoals leukemie, is grote vooruitgang geboekt. Maar voor de grote killers, zoals longkanker, hebben we geen enorme doorbraken meegemaakt.’

Zo is de kans om te overleven bij zaadbalkanker inmiddels gegroeid tot 98 procent, zegt hoogleraar Sjoerd Rodenhuis van het NKI. ‘Maar ja, dat is dus een heel zeldzame vorm van kanker.’

Een van de problemen is dat er zo veel verschillende soorten kanker zijn. ‘Het zijn een heleboel aparte ziekten’, zegt Rodenhuis. ‘Met allemaal een aparte ontwikkeling, een aparte biologie. Geen twee tumoren zijn hetzelfde. Het is vreselijk moeilijk om al die ziekten in één keer op te lossen. De hoop om ooit een grote gemeenschappelijke deler te vinden, is allang opgegeven.’

Kanker ontstaat na gemiddeld vijf tot tien dna-fouten per cel. ‘De kans is ongelooflijk klein’, zegt Rodenhuis. ‘Maar hij wordt wel hoger door roken, overgewicht, zonlicht, kosmische straling.’

Jan Willem Coebergh (Erasmus MC, Rotterdam) zegt: ‘In theorie is 80 procent van de kanker vermijdbaar. Maar in de praktijk blijkt dat slechts voor 50 procent te gelden. Eigenlijk is kanker een kwestie van toeval. Ik vergelijk het altijd met verkeersongelukken. Misschien heb je niet goed uitgekeken op straat, maar dat leidt niet altijd tot een ongeluk.’

Rodenhuis: ‘Het is wel duidelijk dat het iets met onze leefgewoonten te maken heeft, maar er is zo vreselijk veel wat we nog niet weten. De onderzoekers maken de ene fout na de andere. Dan ontdekken ze dat vetten iets te maken hebben met borstkanker, maar dan blijkt het toch weer niet zo te zijn. En dan zit iedereen weer in zak en as.

‘In voeding zitten honderdduizenden stoffen. Je zou ze eigenlijk allemaal moeten uittesten, maar je kunt moeilijk tegen iemand zeggen: we hebben hier een stofje dat misschien kankerverwekkend is, kunnen we dat even tien jaar aan u toedienen?’

Van Leeuwen: ‘Er zijn ook grote onderzoeken gedaan met stoffen die mogelijk kanker voorkomen, zoals bètacaroteen. Maar dan bleek na tien jaar onderzoek dat er toch geen effect was. Het is ondoenlijk alle potentiële anti-kankerstoffen zo te onderzoeken. Bovendien gaat het misschien ook om een combinatie van stoffen. Dat maakt het erg moeilijk.’

Voor kanker geldt ook dat ontwikkelingen pas later merkbaar zijn. ‘Als iedereen stopt met roken, zie je de sterfte bij hart- en vaatziekten binnen een jaar dalen’, aldus Coebergh. ‘Maar bij kanker merk je dat pas over tientallen jaren.’ Zo ziet hij nu al een kentering in de sterfte aan longkanker bij vrouwen van na 1960. ‘In die groep daalt de sterfte nu slechts met tien per jaar: nauwelijks merkbaar in het geheel, maar over twintig jaar gaat dat écht de goede kant op.’

Verder is kanker een ziekte van de verouderende mens. Rodenhuis: ‘Als de bevolking vergrijst, komt er meer kanker. Elke man die 120 wordt, heeft in principe prostaatkanker. Maar ze gaan er niet allemaal aan dood.’

Dat de sterfte aan kanker niet sterk daalt, komt ook doordat maar weinig is veranderd aan de bevolkingsonderzoeken, zegt Van Leeuwen van het NKI. ‘We hebben al jaren de screening op borstkanker en baarmoederhalskanker, maar daar is niet echt iets bij gekomen.’

Voor longkanker verwachten experts weinig van bevolkingsonderzoek. Rodenhuis: ‘Je kunt CT-scans doen, maar daarop zie je heel veel dingen die uiteindelijk niets blijken te zijn. En daar moet je dan wel op af. En waarschijnlijk sterven er dan meer mensen door narcosefouten tijdens het onderzoek dan aan kanker.’ Ook bij prostaatkanker heeft hij twijfels. ‘Het probleem is dat je ook allerlei ‘vriendelijke’ tumoren vindt waar mensen misschien helemaal niet aan sterven.

Op dikkedarmkanker moet daarentegen wél screening komen, vinden experts. ‘In Engeland en de VS daalde de sterfte door ontlastingtesten met 15 procent’, zegt maag-darm-leverarts Evelien Dekker (AMC), die onderzoekt of dergelijke screenings ook hier aanslaan. Bij een proefonderzoek bleek de bereidheid om mee te werken hoog: ruim 50 procent levert ontlasting in. Dekker: ‘Ik ben er wel voor om ook in Nederland te beginnen met deze screenings.’

Toch moeten ‘verdachte’ patiënten daarna met een slang in hun darmen worden bekeken – een belastend onderzoek. Ook is nog niet zeker of de VS en Engeland vergelijkbaar zijn met hier. Dekker: ‘In Amerika krijgen mensen geen uitnodiging voor bevolkingsonderzoeken. Zij weten zelf dat ze geregeld moeten gaan. En dan is daar ook nog het Katie Couric-effect. Ze is een bekende NBC-nieuwslezeres die haar man aan darmkanker verloor. Vervolgens liet ze live op tv zo’n darmonderzoek, een coloscopie, uitvoeren. Het aantal daarvan is daarna enorm gestegen.’

Borstonderzoek (vk)
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden