'Onderzoek alles'

De jonge violist Nicolaj Znaider (29) geldt als een virtuoos, die stukken kan herscheppen. 'Je bent verplicht het beste uit jezelf te halen en dat aan je muziek te geven.'..

'Wonderkind? Pfft.' Nicolaj Znaider laat meteen maar de lucht ontsnappen uit dat begrip dat zo aan inflatie onderhevig is. 'Er is geen term in de muziek die zo vaak zo ten onrechte is gebruikt.' Dus laten we maar gelijk vergeten dat de Deense vioolvirtuoos in het verleden wel eens in de internationale pers met die term is aangeduid.

Die vergelijking met Brahms dan? In een fraai staaltje parallellen trekken vergeleek een Amerikaanse journalist componisten en vertolkers. Als de duivelskunstenaar Yehudi Menuhin de musicerende tegenhanger is van het muzikale genie Mozart dan verhoudt de jonge (hij is 29) Deense violist van Pools-Israsche ouders Nicolaj Znaider zich op dezelfde manier tot de kritische zwoeger Brahms. Znaider: 'Hmm, misschien wel wat persoonlijkheid betreft.' En zeker als het op arbeidsethos neerkomt.

Want op zeventienjarige leeftijd, toen er al een internationale carri lonkte na het winnen van zijn eerste internationale concours, gaf de violist de voorkeur aan alleen nog meer studie. Hij vertrok naar het beroemde Juilliard in New York. Znaider verzilverde de lauwerkransen pas toen hij in 1997 het Koningin Elisabeth Concours in Brussel won. Menuhin roemde zijn spel en zag in hem de opvolger van de Belgische meesterviolist Eug Ysaye. Znaider, die met zijn door God gegeven talent zijn viool kan laten zingen en een echo is van sterke vioolpersoonlijkheden als Heifetz, Kreisler en Oistrach. Znaider, die weet dat talent zonder discipline uitmondt in een ondiepe zee van kabbelend entertainment. Znaider, die zegt dat hij zich al intens geslaagd kan voelen als hij twee uur lang op een frase heeft geoefend.

Hypothese: Znaider zou ook volmaakt gelukkig zijn als hij zijn concerten voortaan in lege zalen zou moeten geven. 'Natuurlijk. Natuurlijk.' Want er is alleen maar muziek en al het andere het geld, de roem is neveneffect.

Hij geeft zo'n honderd concerten per jaar, speelt overal en woont nergens. Ook vandaag is hij in transit, op het vliegveld van Kopenhagen. Ergens tussen Tel Aviv, zijn office woonplaats, een bar mitzvah in Denemarken en de platenmaatschappij in Londen. O ja, dan speelt Znaider ook nog aanstaande zaterdag in het kader van het Gergjev Festival het vioolconcert van Tsjaikovski met het Rotterdam Pilharmonisch. Schaamteloos scheren op de toppen van de romantiek met een crowdpleaser die bijna doodgespeeld is. Ligt die keuze niet te voor de hand?

Lichte verbazing. 'De populariteit is voor mij nooit een overweging geweest het niet te doen. Dat het al zo vaak wordt gespeeld doet niets af aan de kwaliteit van een meesterwerk.' Hij bewees al het stuk recht te kunnen doen als geen ander. Vorig jaar speelde hij het concert met het Radio Symfonie Orkest onder leiding van Jaap van Zweden. En de critici waren het met elkaar eens. Niets geen herhaling; we hadden hier te maken met niets minder dan een herschepping van Tsjaikovski's duet tussen orkest en solist.

En het had zo anders kunnen lopen. Had hij op achtjarige leeftijd Itzhak Perlman niet op tv gezien, was er van vioolspelen waarschijnlijk bar weinig terechtgekomen. Kleine Nicolaj speelde al een jaar met weinig enthousiasme en onderhandelde dagelijks met zijn moeder over de tijd die besteed moest worden aan de studie. 'Nadat ik Perlman op tv had gezien, konden ze het ding niet meer uit mijn handen krijgen.'

Znaider neemt met halve maatregelen of dito waarheden geen genoegen. 'Je bent te allen tijde verplicht het beste uit jezelf te halen en dat aan je muziek te geven. Als je iets mooi vindt, is het niet genoeg dat je dat alleen accepteert. Je bent verschuldigd uit te vinden waarom je het mooi vindt zodat je het de volgende keer weer zo kunt spelen.'

Dat vereist discipline en opperste concentratie. En ergens in Znaider komen Sparta en Zen samen. In 1994 besloot de jonge violist zich te wenden tot de Russische vioolpedagoog Boris Kuschnir omdat hij voelde dat hij nog geen volledige controle over zijn spel had. Kuschnirs benadering was op zijn zachtst gezegd nogal back to basics: afbreken om op te bouwen. Een maand van vier lessen per week op een viool met een open stemming om alleen de finesses van de techniek van het strijken onder de knie te krijgen. 'Vervolgens trokken we een jaar uit

om een vioolconcert in te studeren.' Vdie tijd was de voorgeschreven hoeveelheid concert per drie weken.

Hard en geduldig werken ja, maar blindstaren op de muziek, dat nooit. In het achterhoofd van Znaider brandt continu een lampje 'Hoedt u voor eenkennigheid!' En niet zonder reden. 'Als je werkelijk een uitstekende violist wilt zijn dan mje je verdiepen in andere zaken dan alleen maar de partituur.'

Dat betekent dus net zo goed de literatuur lezen van de tijdgenoten van de grote componisten hij heeft net Dostojevski's De Gebroeders Karamazov uitgelezen als de biografievan die componisten. Hij voetbalt, heeft aan yoga gedaan, en heeft iets met oosterse vechtsporten. De jonge zenmeester met strijkstok zegt: 'Onderzoek alles en kijk hoe je het kunt toepassen in je eigen leven.' Zoek het breed. Want 'door de immense hoeveelheid informatie die mensen nu tot zich kunnen nemen, voert als reactie daarop specialisatie de boventoon.' Het is een ziekte van deze tijd. En dat terwijl er overal en altijd parallellen zijn. 'Alles staat in verbinding met alles. Werkelijk.'

Dus ook voetbal en viool?

Hij buigt zich naar voren en verheldert. 'Die uiterste nauwgezetheid waarmee topsporters hun fysieke prestatie in kleine deeltjes opbreken en bestuderen om het vervolgens te verbeteren komt heel erg overeen met de manier waarop ik bij Kuschnir heb gestudeerd.'

En nee, nee, al die kennis die hij tot zich neemt, belemmert hem niet bij het spelen. 'Integendeel.' Hij veert lichtjes op, hij is waar hij wezen moet. 'Het cret juist de ruimte. Ik durf te zeggen dat. . . (weifelende pauze) dat alleen als je jezelf hebt verzadigd met een ontzagwekkende hoeveelheid kennis, niet alleen kennis over het te spelen stuk, maar ook de kennis van de tijd en de omstandigheden waarin het tot stand is gekomen, dan pas wordt het. . . nee, dan pas vin¿ik het betekenisvol worden. Dan kun je alles weer loslaten en ben je volledig vrij. Dan maak je muziek. Al het andere is amusement.' Handen ten hemel: 'Hoe kun je nou in Godsnaam Beethoven spelen als je niets over Goethe en Schiller weet.'

Znaider mag het zeggen. Na een periode waarin technisch begaafde maar kleurloze violisten de dienst uitmaakten behoort hij net zoals de Russische jonge meesters Maxim Vengerov en Vadim Repin tot een nieuwe generatie die virtuositeit koppelt aan emotionele intelligentie en die hun persoonlijkheid in hun spel laat doorklinken. Vertegenwoordigers van de lyrische Russische School die hun instrument weer laten zingen. Een vaardigheid die bijna verloren was gegaan. Hoe dat komt?

Znaider discreet: 'Ik denk dat wat Spinoza de angst voor kennis noemt ook musici parten speelt.' Maar wellicht is het ook een beetje actie-reactie. 'Na de gloriedagen van de lyrici was het een tijdje gebruikelijk repertoire te spelen zonder vibrato en met felle attaques. Dat is niet beter en dat is niet slechter. Het is een natuurlijke ontwikkeling'

Noem het actie-reactie, noem het yin-yang of mannetje-vrouwtje voor zijn part. Feit is dat alles in balans moet zijn voor een volledige harmonie. Voor hem samengebald in dat ene moment op het podium als die paradox zich voordoet dat een enorme spanning en serene rust zich manifesteren in de psyche van de violist en hij (met dank aan yoga) een transcendent bewustzijn over zich krijgt.

Teminste als het klopt. Soms klopt het ook niet. Toen dirigent Daniel Barenboim Znaider vroeg of hij Schrg wilde spelen sloeg de violist aan het twijfelen. 'Schrg kwam me nog te raadselachtig voor, te ondoorgrondelijk.' Na anderhalf jaar watertrappelen in het diepe atonale, bood Schrg noch technisch noch muzikaal houvast. 'Ik heb het een paar weken moeten laten liggen. voordat ik er met een andere blik tegenaan kon kijken en het ook. . . mooi kon vinden. Het was een openbaring. Ik was bevrijd.'

Katharsis hoort erbij. 'Je moet door de tunnel om het licht te bereiken. Barenboim zei tegen me: Vergeet nooit: Schrg is niet alleen berg maar ook sch

Hij heeft ook al de complexiteit van Wagner ontdekt. Andere componisten die zijn voorkeur genieten? 'Elk stuk dat ik op dat moment speel is mijn favoriete stuk.' Wat orkesten en dirigenten betreft heeft hij al zo'n beetje met alle grote namen gewerkt; Rostropowitsj, Zubin Mehta, Gerjgev, Mariss Jansons, Kurt Masur. Er blijft weinig te wensen over. Of toch, hij verheugt zich al op 2006 als hij met het Wiener Philharmoniker het vioolconcert van Brahms gaat spelen. Alleen de doden lonken nog. 'Soms denk ik dat ik net iets te laat geboren ben.' Kleiber is net overleden maar zou het niet prachtig zijn geweest als hij met hem zou kunnen spelen. Of anders met Furtwler, of Celibidache of Bernstein. 'Jaaha, Bernstein. Ken je iemand anders die zo vrij en emotioneel en tegelijk zo integer en diepzinnig musiceerde?' Goed beschouwd geldt maar ding. Mag hij even Isaac Stern citeren? 'Je moet de viool gebruiken om muziek te spelen, niet de muziek om viool te spelen.' De rest is neveneffect.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden