Onderzoek AIVD: ‘je reinste Kafka’

Twee mannen van de AIVD komen binnen en willen alles weten over de omgang met de vier D’s: politiejargon voor dames, drank, drugs en duiten....

Van onze verslaggever Weert Schenk

Is er binnen de relatie plaats voor een derde persoon? Hebben u en uw partner seks op een wijze die andere mensen als ongewoon beschouwen? Hoe bevredigt u uw seksuele behoeften als uw partner lange tijd in het buitenland is?

De vragen moeten duidelijkheid scheppen over de ‘persoonlijke gedragingen en omstandigheden’ van de persoon die kandidaat is voor een hoge baan als ambassadeur of politiechef.

In het landsbelang doet de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst voorafgaand aan de benoeming een zogeheten veiligheidsonderzoek. Staatsgeheimen kunnen niet aan iedereen worden toevertrouwd. Hoewel, ministers worden niet onderzocht.

De AIVD zoekt in het leven van de aspirant-vertrouwensfunctionaris indringend naar potentiële veiligheidsrisico’s. Wie een bepaalde positie wil, kent de gevolgen voor zijn privacy, aldus de dienst.

Is iemand verslaafd, heeft hij schulden, bezoekt hij prostituees? De AIVD voert hierover ook gesprekken met mensen rondom de betrokkene. Verder wordt gekeken of hij bekend is bij politie en justitie en of hij staatsgevaarlijk is wegens betrokkenheid bij terrorisme of spionage. Ook vlooit de dienst uit of er sprake is van anti-democratische sympathieën.

In gesprekken met de Volkskrant zeggen korpschefs de smoor in te hebben over de veiligheidsonderzoeken. Aanleiding is een – verlaat – onderzoek naar de betrouwbaarheid van korpschef Fup Goudswaard van de politie Zeeland.

Volgens Goudswaard – een van de 26 belangrijkste politiebazen – acht de AIVD hem chantabel wegens buitenechtelijke relaties. Op basis van het AIVD-onderzoek werd hij uit zijn functie gezet. Het was de eerste keer dat zoiets op dat niveau gebeurde.

De antecedenten van Goudswaard werden bij vergissing niet onderzocht toen hij in 2003 aantrad als korpschef. Dit jaar gebeurde het alsnog. Het gevolg was dat de korpschef een zogeheten ‘verklaring van geen bezwaar’ werd onthouden. Zonder die verklaring is het vervullen van een vertrouwensfunctie onmogelijk.

Iemand die een ‘verklaring van geen bezwaar’ wordt geweigerd, krijgt de reden te horen, maar geen uitleg. Zo blijft volstrekt onduidelijk op welke informatie de AIVD het negatieve oordeel baseert.

Het dossier draagt het stempel staatsgeheim. De bestuursrechter mag het lezen, maar het is hem niet toegestaan de informatie bij de betrokkenen te verifiëren. Persoonlijke zaken – zoals vermeende echtelijke ontrouw – blijken ineens een kwestie van nationale veiligheid.

Goudswaard vermoedt dat de AIVD hem vooral verwijt dat hij niet de naam wilde noemen van de vrouw met wie hij in het begin van de jaren negentig buiten zijn huwelijk een verhouding had. Maar het is niet meer dan een vermoeden. Het systeem van de veiligheidsonderzoeken is potdicht. Net zo goed kunnen roddel en achterklap hem de kop hebben gekost. ‘Ik vecht met mijn handen op de rug tegen spoken in de mist.’

De voormalige korpschef legt zich niet neer bij de conclusie dat hij chantabel is. Hij is een juridische procedure begonnen, die zo nodig gaat tot aan het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.

Binnen de politie kan men niet geloven dat een overspelige korpschef geen vertrouwensfunctie kan vervullen. Dan moeten, zo wordt smalend gezegd, functionarissen in de top van diverse korpsen, van het ministerie van Binnenlandse zaken en zelfs van de AIVD zich zorgen gaan maken.

De hoofdcommissaris wordt gesteund door zijn korpsbeheerder, burgemeester Koos Schouwenaar van Middelburg. ‘Hier wordt iemand op basis van oncontroleerbare informatie zonder vorm van proces uit zijn baan gezet. De Raad van State vindt dit een goede procedure, maar volgens mij klopt het niet. Een crimineel heeft meer rechten.’

Schouwenaar en de korpschefs (die anoniem willen blijven) noemen de zaak ‘je reinste Kafka’: ‘De AIVD legt geen enkele verantwoording af.’ De korpschefs vragen zich af of Goudswaard ‘een kunstje is geflikt’. Is hij getoetst op staatsveiligheid of op moraal? Behoort het stellen van fatsoensnormen tot de taken van de AIVD?

In het Tijdschrift voor de Politie van november constateert Bert Wijbenga – korpschef van Flevoland – dat niet duidelijk is welke normen de AIVD hanteert voor gedragingen die de staatsveiligheid in gevaar brengen. Volgens hem hebben AIVD noch politiek ‘de zeer ruim benoemde criteria van risicovol gedrag praktisch en vooraf geduid’. Wijbenga toont begrip voor de AIVD die in vertrouwelijkheid moet kunnen werken. Niettemin merkt hij op dat in strafbare of disciplinaire zaken wel alle feiten op tafel komen en kenbaar worden gemaakt aan de betrokkene.

De korpschefs missen waarborgen in het systeem. ‘Wij hebben altijd vijanden. De geruchtenmachine kan het werk doen. Een aantoonbaar onjuiste verklaring kan als waarheid worden aangenomen. De AIVD is ook niet feilloos.’

AIVD wijst de kritiek af. Volgens de dienst is met de politie afgesproken om ook naar integriteit te kijken. Een korpschef is boegbeeld en moet onkreukbaar zijn. De dienst is ervan overtuigd dat het systeem dusdanig in elkaar steekt dat elke fout eruit wordt gehaald.

De AIVD gaat beter uitleggen wat het begrip ‘persoonlijke gedragingen’ inhoudt, maar zegt geen zedenmeester te zijn. Het gaat erom hoe de persoon zelf met de normen omgaat. Iemand is minder kwetsbaar als hij bijvoorbeeld open is over zijn seksleven, maar dan nog kan hij een risico vormen. Als hij er daarentegen over liegt, is hij mogelijk chantabel.

Hoe zoiets gaat? Iemand kan zeggen dat hij niet drinkt. Maar als de onderzoekers zien dat de kast vol drank staat, en de buurman hem dagelijks met lege wijnflessen naar de glasbak ziet gaan, dan is dat voor de AIVD wel reden voor verder onderzoek.

De dienst verzekert dat met grote zorgvuldigheid wordt gewerkt. Het bewijs is evenwel niet altijd even onomstotelijk als dna, maar dat wordt in deze procedure ook niet verlangd.

Volgens de AIVD komt het gemiddeld vier keer per jaar voor dat iemand wegens diens persoonlijke gedragingen geen verklaring van geen bezwaar krijgt. Er wordt onderstreept dat dit niets zegt over zijn functioneren. Een geschikt persoon kan ook worden afgewezen omdat hij in een land heeft gewerkt waar geen informatie over hem kan worden opgevraagd. Het veiligheidsrisico kan dan niet worden afgedekt.

De AIVD wijst erop dat er voor de afgewezen persoon uitgebreide mogelijkheden zijn om het oordeel aan te vechten: de commissie van toezicht, de bestuursrechter en de Raad van State.

Advocaat Pieter van Hecke, die Goudswaard bijstaat, vindt dat de rechter het dossier met de klager moet kunnen bespreken. ‘Met de beste wil van de wereld kan ik niet bedenken hoe de rechter anders kan weten of de inhoud van het dossier afkomstig is uit betrouwbare bron.’ Van Hecke noemt het onverkwikkelijk dat niemand weet of de AIVD zich aan de regels heeft gehouden.

De advocaat vindt dat de politiek moet ingrijpen. Meer rechtsbescherming voor de vertrouwensfunctionaris moet mogelijk zijn met bescherming van de bronnen en garanties voor de staatsveiligheid. Volgens hem bewijst het strafrecht dat dit kan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden