Onderwijsvernieuwing blijkt een grote leugen

Het veelbezongen studiehuis is al ter ziele nog voordat het goed en wel is ingevoerd. De havo/vwo-leerlingen krijgen ondertussen wel les volgens het programma van de tweede fase....

OVER een maand is het eerste serieuze meetmoment voor het studiehuis: op het centraal examen laten alle leerlingen van havo en vwo zien wat ze geleerd hebben. Vorig jaar deed een select groepje havo-scholieren de aftrap. Hun resultaten weken niet af van andere jaren, aldus kleine berichtjes in de kranten. Maar in de praktijk gaat het helemaal niet goed met de onderwijsvernieuwing. Het programma is overladen en versnipperd, waardoor van leren weinig komt.

Het begon zo mooi, de vertimmering van de bovenbouw havo/vwo. Na een quick scan van het voortgezet onderwijs bleek het grote probleem niet vergrijzing, salarisachterstand, werkdruk of kwaliteit van personeel te zijn, maar de doorstroming naar het hoger onderwijs. De hoofdschuldige was de Mammoetwet.

Het smalle vakkenpakket richtte zich inhoudelijk te veel op vergankelijke kennis en niet op blijvende vaardigheden. Het onderwijs in de jaren negentig was een anachronisme in de dynamische informatiesamenleving.

Het ministerie van Onderwijs verplichtte de scholen in het kader van de 'tweede fase' profielen in te voeren en gaf scholen de ruimte een 'studiehuis' in te richten. Dit alles onder de voorwaarde dat het budgettair neutraal werd uitgevoerd. Leraren negeerden de kleine letters en reageerden enthousiast. Met name de studiehuisgedachte werd omarmd.

Veel docenten zijn al wat ouder. Hun eigen kinderen zijn de deur uit en zelf zijn ze het gevecht moe. Het rooskleurig beeld dat van het studiehuis werd geschetst, kwam tegemoet aan hun wensen. In het studiehuis werken leerlingen zelfstandig naar het examen; onderwijsvernieuwing als middel om de werkdruk te verlagen.

Al vrij snel blijkt dat het onderwijsrendement in geen enkele verhouding staat tot de kosten van een begeleidende leraar in schaal 12. De motivatie van de jeugd valt tegen. Als er geconcentreerd wordt gewerkt, is dat vanwege het proefwerk van het volgende uur, de begeleiding kan net zo goed door de conciërge worden gedaan en de leerling heeft het gevoel dat hij thuis efficiënter leert.

Deze praktijkervaringen zorgen ervoor dat het studiehuis al voordat de tweede fase is ingevoerd op veel scholen een zachte dood sterft. Onderwijskundig correct houden directies de schijn op en reserveren ruimtes waar tussen uren lerend kunnen worden doorgebracht, maar van de beloofde individualisering van het leerproces komt niks terecht. Jonge mensen krijgen in de bovenbouw van havo/vwo grotendeels op dezelfde wijze les als honderd jaar geleden: klassikaal.

Het studiehuis bestaat niet en zonder extra scholing, aanpassingen in gebouwen en vermindering van het aantal instructeuren per docent komt het er ook niet. De tweede fase is er wel en dat maakt het verhaal alleen maar triester. In de analyse van het ministerie halen eerstejaars-studenten in het hoger onderwijs hun propedeuse niet vanwege het smalle vakkenpakket. Netelenbos, toen nog staatssecretaris van Onderwijs, legde vlak voor de definitieve invoering in het televisieprogramma Buitenhof in treffende bewoordingen uit waar het volgens haar misgaat. Studenten zijn niet in staat een wetenschappelijk werk in het Duits te lezen. Dat klopt, maar ook toen Duits één van de zeven vakken in het pakket was, was dit een probleem.

Erg is dat niet. Belangrijke wetenschappelijke werken zijn in het Engels vertaald en zeker in het eerste jaar van de universiteit wordt de benodigde kennis via syllabi voorgekauwd. Bovendien maakt de tweede fase het alleen maar erger. Door het verplicht stellen van het vak Duits 1 gedurende slechts een les per week wordt zelfs het lezen van fotobijschriften in Duitse boulevardbladen onmogelijk.

De vernieuwing is één grote leugen. Het barst van de vakken en het aantal leerlingen per docent stijgt soms tot boven de vierhonderd. In het meest gunstige geval leert de leerling van alles een beetje, maar door versnippering is de kans groter dat het niks wordt. Waarbij de opmerking op zijn plaats is dat hierdoor juist op vaardigheden ter verwerving van kennis wordt ingeleverd. Leren is een race tegen de klok geworden; leraren willen punten, leerlingen slalommen in een razend tempo tussen toetsen en praktische opdrachten door, met maar één doel: de paaltjes niet te raken. Het accent ligt op snel scoren, reproduceren en niet op leren.

Als vaardigheden en aansluiting op het vervolgonderwijs zo belangrijk zijn dan dient het aantal vakken drastisch te worden teruggebracht. Nederlands, Engels, wiskunde en geschiedenis, dat is de kern, de rest versiering. Iets wat zeker geldt voor nieuwigheden als Algemene Natuurwetenschappen en Culturele en Kunstzinnige Vorming.

Kleien, dansen en debatteren over morele aspecten van het klonen van schapen is een vorm van ontplooiing die in de middenklasse hoge waardering geniet. Deze sociale code zegt echter weinig over intelligentie. Waarmee de grootste schande van de tweede fase benoemd is. Het fundament van de vernieuwing negeert ongelijkheid van kansen en wordt gedomineerd door begrippen die aan de onderkant van samenleving weinig zeggingskracht hebben.

Een slimme jongen uit een achterstandswijk is vast heel zelfstandig, maar zijn interpretatie van dat begrip wijkt serieus af van die van leraren. Bovendien typt zijn moeder zijn profielwerkstuk niet uit.

Met de tweede fase selecteren we weer feodaal: op afkomst. Gedragscodes uit de middenklasse zijn meer bepalend voor schoolsucces dan gezond verstand. De tweede fase is een miskleun die niet onderdoet voor de basisvorming. Het ergste is dat niet de politiek, maar vooral leraren schuldig zijn.

Politici met weinig verstand van zaken waren ervan overtuigd dat het veld blij was met de vernieuwing. Leraren hebben met niet doordachte steun aan de tweede fase hun ambt in de uitverkoop gedaan. Ze dachten rust te krijgen, terwijl ze hadden kunnen weten dat in een tijdperk van lerarentekorten en publieke armoede die rust verder weg is dan ooit. Nu werken ze zich kapot en klagen, het is ze gegund. Dat neemt niet weg dat leerlingen en samenleving beter verdienen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.