Onderwijsraad: beroep leraar is toe aan kwaliteitsinjectie

DEN HAAG - Het beroep van leraar in het voortgezet onderwijs heeft dringend een kwaliteitsinjectie nodig. Iedereen die les geeft in het vwo, op de havo en in de algemene vakken in het vmbo moet een masterdiploma halen. Al aan het begin van de lerarenopleidingen dienen studenten strenger te worden geselecteerd op talent, intelligentie en motivatie. Leraren die onbevoegd voor de klas staan moeten worden uitgebannen.

Dit schrijft de Onderwijsraad aan minister Bussemaker van Onderwijs. De raad is haar belangrijkste adviesorgaan. Het rapport Kiezen voor kwalitatief sterke leraren waarschuwt dat de kwaliteit van het voortgezet onderwijs onder druk staat.

In de strijd tegen het lerarentekort is er de afgelopen jaren alles aan gedaan om snel zoveel mogelijk leraren klaar te stomen. Er kwamen herintredende leraren, zij-instromers uit andere vakken en (deels) onbevoegde leraren. Hun kwaliteit schiet te vaak tekort, schrijft de raad. Te veel leraren 'missen vaardigheden op pedagogisch en vakdidactisch gebied' of hebben kwaliteiten 'die onvoldoende aansluiten op de wensen van het veld'.

Ook geven te veel leraren les in vakken waarvoor zij niet (voldoende) zijn opgeleid. 'In het voortgezet onderwijs geeft een op de vijf ten minste één vak zonder volledige bevoegdheid. In het middelbaar beroepsonderwijs is dat één op de zes.' Gemiddeld staan deze leraren zo'n tien uur per week niet volledig bevoegd voor de klas.

De raad stelt dat dit het aanzien van het vak ondermijnt en daarmee het lerarentekort zal vergroten. Nu al zijn er steeds minder eerstegraadsleraren op de middelbare scholen. Als lichtend voorbeeld noemt de raad de pabo's, waar de onderwijzers voor de basisscholen worden opgeleid. Daar wordt sinds enkele jaren strenger geselecteerd. Ook zijn er naast de hbo-opleidingen academische pabo's bijgekomen. De raad denkt dat deze kwaliteitstrend meer studenten naar het onderwijs zal lokken.

Minister Bussemaker reageerde welwillend. 'Goede leraren zijn cruciaal.' Zij komt nog met een uitgebreide reactie. De raad wijst haar erop dat hoger opgeleide leraren geld kosten. Zij hebben recht op een hoger salaris en de her- en bijscholing van alle zittende leraren vergt ook investeringen.

De raad berekent de totale kosten op 380 miljoen euro en en tekent daarbij aan dat de relatief lage salarissen nu 'een rem' zetten op de toestroom naar het onderwijs. In vergelijking met vrijwel alle omringende landen blijven Nederlandse leraren het verst achter in salaris bij hun even hoog opgeleide leeftijdgenoten. 'Goed belonende landen hanteren beloning als sturingsmiddel', aldus de raad.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden