Onderwijsman in hart en nieren wilde kinderen optimaal laten presteren

Het eeuwige leven: Fons van Wieringen (1946-2017)

Onderwijs was zijn passie en onderwijs is werken, vond Fons van Wieringen. Leuk moet het vooral niet zijn. 'Je kunt niet zonder die kennisbasis.'

Fons van Wieringen. Foto Hollandse Hoogte

Onderwijs kon niet vroeg genoeg beginnen in de ogen van Fons van Wieringen. Hij zette als voorzitter van de Onderwijsraad de voorschoolse educatie op de agenda. Al vanaf de leeftijd van 2,5 jaar zouden peuters les moeten krijgen. Hij merkte dat zijn eigen 3-jarig kleinkind in Spanje al spelletjes deed waar schoolse wijsheden in waren verpakt.

Hij zal deze droom geen werkelijkheid zien worden. Van Wieringen overleed 16 september in zijn woonplaats Den Haag. Hij werd 71 jaar. Vorig jaar werd een kwaadaardige tumor geconstateerd, waarvan hij niet meer herstelde.

'Hij was een onderwijsman in hart en nieren', zegt Geert ten Dam over haar voorganger als voorzitter van de Onderwijsraad. In 2011 nam Van Wieringen na tien jaar afscheid als voorzitter van de Onderwijsraad. 'Onderwijs is werken. Het is niet voor de lol', zei hij toen in een interview met de Volkskrant. 'Het is een misvatting dat onderwijs leuk moet zijn. Je kunt niet zonder die kennisbasis.'

Toenmalig minister van Onderwijs Marja van Bijsterveldt stelde bij zijn afscheid dat Van Wieringen mede richting had gegeven aan het onderwijsbeleid. Maar zelf was hij enigszins teleurgesteld met wat de regering had gedaan met zijn 220 adviezen, verkenningen en studies.

Kete Kervezee, voormalig hoofd van de onderwijsinspectie, zegt dat Van Wieringen vooral mensen met elkaar kon verbinden. 'Hij kwam altijd met alternatieven of nieuwe gezichtspunten. Continu was hij zoekende naar een doorwaadbare plaats.'

Fons van Wieringen werd geboren in Oude Wetering in een gezin van acht kinderen. Zijn vader was bouwkundige en zijn moeder stond veertig jaar voor de klas. Na de hbs wilde hij eigenlijk bouwkunde gaan studeren. Maar zijn ouders vonden het beter dat hij naar Nijmegen ging, waar hij als 17-jarige onder de hoede kon worden genomen van zijn broer die daar al studeerde. Hij switchte al snel van geneeskunde naar sociologie. Na Nijmegen deed hij in Chicago een studie naar de economische invloed van onderwijsstelsels in de wereld.

Onderwijs werd zijn passie. Hij werd wetenschappelijk medewerker op de faculteit van de UvA en later directeur voortgezet onderwijs op het ministerie. In 1985 werd hij hoogleraar onderwijskunde in Amsterdam. Dat combineerde hij met talloze andere functies in het onderwijs, zoals directeur van de Nederlandse School voor Onderwijsmanagement, waarvan hij ook mede-oprichter was. 'Zijn missie was kinderen optimaal de mogelijkheid te geven om naar hun vermogen te kunnen presteren. Goed onderwijs is niet alleen een verantwoordelijkheid van leraren, ook van ouders, leerlingen en het management. Kortom van de hele maatschappij', zegt Ten Dam. Hij was ook actief in de praktijk. Zes jaar was hij bestuurslid van het Aloysius College in Den Haag en negen jaar voorzitter van de raad van toezicht van Regionaal Opleidingencentrum Mondriaan.

Hij zat in vele commissies van de Unesco. Maar hij was ook jurylid bij de alfabetiseringsprijs, de verkiezing van de leraar van het jaar en die van de excellente scholen. Tot vorig jaar was hij nog voorzitter van het Nationaal Onderwijsmuseum en voorzitter van de Raad van Toezicht van de stichting Nederlands Onderwijs in het Buitenland.

Van Wieringen hield van schilderen, muziek (van Hazes tot Mahler) en van genealogie. Hij deed onderzoek en publiceerde veel over zijn eigen voorvaderen die zich in de 17de eeuw in het Rijnland vestigden.

Hij wordt overleefd door zijn vrouw en twee kinderen.