Onderwijskundige Louise Elffers: 'Het is niet gek dat ouders alles overhebben voor een havo- of vwo-diploma'

Waarom Nederlandse kinderen steeds vaker bijles krijgen

Guus Dubbelman / de Volkskrant

Louise Elffers is naar eigen zeggen ‘dol op het vmbo’, maar toen minister van Onderwijs Arie Slob onlangs zei dat ouders hun kinderen niet zo moeten pushen om naar de havo of het vwo te gaan, dat een vmbo-advies toch ook prachtig is en dat we juist behoefte hebben aan jongeren met gouden handjes, toen ergerde ze zich kapot.

‘Dat soort uitspraken vind ik zó makkelijk. Kijk ook eens waar die angst voor het vmbo vandaan komt’, zegt de 39-jarige onderwijskundige. ‘Er zijn kinderen die moeten huilen als ze in groep 8 vmbo-advies krijgen. Dat zegt niet zozeer iets over de kwaliteit van het onderwijs, maar vooral over de positie die het vmbo inneemt. Als je alleen zegt: tuttut, ouders en leerlingen moeten niet zo opgefokt doen, een vmbo-advies is toch hartstikke mooi, dan doen we daar dus niets aan.’

Elffers kan het weten. Als lector aan de Hogeschool van Amsterdam en universitair docent aan de Universiteit van Amsterdam houdt ze zich al jaren bezig met onderwijskansen. Ze onderzoekt bijvoorbeeld waarom mbo’ers zo vaak uitvallen op het hbo, maar ook hoe het komt dat ouders steeds massaler bijles inkopen voor hun kinderen.

Over dat laatste onderwerp verschijnt  vandaag haar boek De bijlesgeneratie. Hoe groot het schaduwonderwijs precies is, is niet bekend. Uit cijfers van het CBS blijkt dat waar ouders in 1995 omgerekend nog 26 miljoen euro uitgaven aan bijlessen, dit bedrag in 2015 was opgelopen tot 186 miljoen euro.

Die enorme groei, die volgens Elffers voorlopig niet zal afnemen, heeft volgens haar alles te maken met de druk op leerlingen om een zo hoog mogelijke opleiding te volgen. En met de angst dat dit, eenmaal veroordeeld tot het vmbo, niet meer lukt. Bijlessen worden ingezet om een zo gunstig mogelijke Cito-score of eindexamenresultaat te halen, of om afzakken naar een lager niveau te voorkomen. 

Hoe ver ouders kunnen gaan, bleek onlangs uit een enquête van vakbond CNV Onderwijs en EenVandaag. Sommige ouders bedreigen leraren of proberen ze om te kopen om hun kind een zo hoog mogelijk advies te geven.

U begrijpt die fanatieke ouders.

‘Begrip is niet het juiste woord, het suggereert dat ik het gedrag van ouders altijd oké vind. Maar ik begrijp zeker waar het vandaan komt. Veel ouders schamen zich dat ze het vmbo niet zien zitten. Ze willen hun kinderen helemaal niet pushen. Ze vinden het ongemakkelijk dat ze er zo bovenop zitten. Toen zij zelf jong waren, lag er veel minder druk op de Cito-toets of het schooladvies.

‘Mijn boek biedt deze ouders hopelijk troost. Omdat ik duid waarom het niet gek is dat ze het maximale eruit willen halen. De dynamiek van nu is echt anders dan twintig, dertig jaar geleden. Het is voor leerlingen een stuk moeilijker geworden om te stapelen; om van het vmbo op de universiteit te komen. Het schooladvies is daardoor veel bepalender geworden.

‘Ouders met een zoon of dochter met een vmbo-havo-advies, hebben alle reden om te proberen hun kind naar de havo te krijgen. Niet omdat dat beter onderwijs is, of omdat algemeen vormend onderwijs beter is dan beroepsonderwijs, maar als je perspectief wil houden op een hoog onderwijsdiploma - en dat is belangrijk om later aan een goede baan te komen - heb je groot gelijk dat je je kind naar de havo probeert te krijgen.’

Toen haar uitgever Elffers een poos geleden benaderde voor een boek over de bijlesindustrie, stelde ze één voorwaarde: dat het boek over meer zou gaan dan over schaduwonderwijs alleen. Want de groei van schaduwonderwijs valt volgens haar niet los te zien van bredere ontwikkelingen in het onderwijs.

Guus Dubbelman / de Volkskrant

Er is de laatste jaren een onderwijscompetitie uitgebroken, stelt u.

‘Leerlingen en hun ouders strijden om zo hoog mogelijk te komen in het onderwijs. Vroeger was het heel bijzonder als je gestudeerd had aan de universiteit, nu is zo langzamerhand de helft van de beroepsbevolking hoogopgeleid. Dat betekent dat het afbreukrisico groter is als je het hoger onderwijs niet haalt.

‘Ik vind niet dat iedereen hoog opgeleid moet zijn, integendeel, maar ik constateer wel dat voor een individuele leerling een hbo- of een universitaire opleiding een verstandige investering is. Het betekent dat je later over het algemeen makkelijker aan het werk komt en meer zult verdienen.

‘Ik doe veel onderzoek naar mbo’ers die doorstuderen aan het hbo. Als je ze vraagt waarom ze verder leren, zeggen studenten dat ze op het mbo geen stageplaats konden vinden omdat werkgevers alleen hbo’ers willen. Het is niet gek dat leerlingen zo hoog mogelijk opgeleid willen worden.’

De opkomst van bijlessen is volgens u een symptoom van die strijd om een goed diploma.

‘Ouders doen alles wat in hun macht ligt om dat havo- of vwo-diploma veilig te stellen voor hun kind. Bijlessen zijn een middel in die competitie. Het punt is dat bij het bepalen van het schooladvies gekeken wordt naar het relatieve prestatieniveau van een kind. Leerlingen die gemiddeld scoren bij de Cito-toets krijgen altijd een vmbo-t-advies, de beste 20 procent van alle leerlingen krijgt een vwo-advies. Zo hebben we dat georganiseerd. Maar uit onderzoek blijkt dat er veel overlap is tussen de niveaus. De best presterende vmbo’ers doen niet onder voor de mindere vwo’ers. Eigenlijk is het heel gek om ze zo scherp van elkaar te scheiden.

‘Mijn kritiek is dat wanneer je naar dat relatieve prestatieniveau kijkt, je leerlingen met elkaar laat wedijveren voor een plek op de havo of het vwo. We zeggen in het onderwijs: de juiste leerling op de juiste plek, maar in de praktijk is het vooral: voor elke plek de juiste leerlingen. Scholen proberen de sterkste leerlingen binnen te halen en houden twijfelgevallen het liefst buiten de deur. Het is dan niet vreemd dat ouders steeds vaker bijles inkopen voor hun kind, omdat het ertoe doet hoe een leerling presteert ten opzichte van andere leerlingen. En als alle andere kinderen op bijles zitten, moet jouw kind ook om bij te blijven.’

Guus Dubbelman / de Volkskrant

Is het een probleem dat kinderen steeds vaker bijles krijgen? Je zou ook kunnen zeggen: geweldig dat ouders zoveel overhebben voor het onderwijs van hun kind.

‘Het is de vraag hoe positief dat is. Het kan zijn dat leerlingen op deze manier te veel druk ervaren en niet kunnen puberen. Daar zijn verschillende opvattingen over; als wetenschapper vind ik het moeilijk daar iets over te zeggen. Ik ben niet tegen particuliere bijles, maar wat ik wel zie is dat het reguliere onderwijs aan waarde dreigt te verliezen door de opmars van het schaduwonderwijs. Leerlingen hoeven in de klas niet op te letten, want ze doen het straks wel op bijles.

‘Een ander probleem is dat scholen bewust of onbewust op schaduwonderwijs gaan leunen. Als je weet dat 80 procent van jouw leerlingen bijles krijgt, waarom zou je dan nog extra herhalingsoefeningen gaan doen of nog iets een keer extra uitleggen?

‘Er zijn nu al scholen die zeggen: stuur uw kind maar naar bijles, want er komt niet uit wat erin zit. Het is opvallend dat een school blijkbaar zelf niet alles uit een leerling weet te halen. Maar het belangrijkste bezwaar tegen de groei van schaduwonderwijs is natuurlijk dat het afhankelijk is van de portemonnee van je ouders of je van die diensten gebruik kunt maken.’

Betekent de grote interesse in bijles dat scholen tekortschieten? Leerlingen krijgen blijkbaar niet het onderwijs waar behoefte aan is.

‘Dat wordt vaak gedacht, maar dat vind ik  te makkelijk. Het onderwijs is de afgelopen jaren niet spontaan verslechterd, de vraag van ouders is veranderd. Omdat er steeds meer afhangt van de schoolloopbaan van een kind verwachten ouders dat scholen alles eruit halen. Als ze het idee krijgen dat dat onvoldoende gebeurt, sturen ze hun kind naar bijles.

‘Wat ook een rol speelt, is dat Nederlandse gezinnen meer te besteden hebben. In steeds meer gezinnen werken beide ouders. Ze zijn minder thuis en als ze wel thuis zijn willen ze geen politieagentje spelen en discussiëren over huiswerk. Ook daardoor groeien huiswerkinstituten.’

Valt er nog iets te doen aan het oprukkende schaduwonderwijs?

‘Het zou ontzettend helpen als het advies in groep acht minder bepalend wordt. Zorg dat leerlingen op hun eigen niveau onderwijs kunnen volgen, maar sluit ze niet in één route op. Dat hoeft niet per se door de minister geregeld te worden. Er zijn nu al allerlei scholen die daarmee experimenteren. In Amsterdam heb je bijvoorbeeld vox-klassen, waar leerlingen van vmbo tot vwo samen les krijgen. Het gaat er om dat de selectie minder stringent wordt.’

CV Louise Elffers (1978)

2015 Lector beroepsonderwijs Hogeschool van Amsterdam

2015 Universitair docent Universiteit van Amsterdam

2013 Onderzoeker Universiteit Maastricht

2011 Onderzoeker Amsterdam Centre for Inequality Studies

2007 Promotieonderzoek schooluitval bij overstap van vmbo naar mbo, Universiteit van Amsterdam

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.