Onderwijsinspectie: scholieren presteren steeds slechter

Nederlandse leerlingen in basis- en voortgezet onderwijs scoren steeds slechter. De gemiddelde resultaten voor vakken als lezen, rekenen, natuurwetenschappen en bewegingsonderwijs zijn de afgelopen twintig jaar geleidelijk teruggelopen.

Basisschoolleerling buigt zich over de Cito eindtoets. Beeld ANP

Dat concludeert de Onderwijsinspectie in haar jaarlijkse rapport De Staat van het Onderwijs, dat vandaag verschijnt. ‘Gemiddeld genomen doet Nederland het goed’, zegt inspecteur-generaal Monique Vogelzang. ‘Maar als je op de lange termijn kijkt, zie je dat we langzaam afglijden. Daar maak ik me zorgen om.’

Helemaal nieuw is die conclusie niet. De inspectie baseert zich onder andere op grootschalige internationale onderwijsstudies die de afgelopen jaren verschenen, zoals het driejaarlijkse Pisa-onderzoek onder OESO-landen. Eigen onderzoek van de inspectie bevestigt die trend nu.

Daling toptalenten

Zo daalde het percentage leerlingen dat aan het eind van de basisschool op streefniveau kon lezen in 2017 flink ten opzichte van het jaar daarvoor, blijkt uit onderzoek van de inspectie. In totaal 65 procent van de scholieren las toen zoals zou moeten - een jaar eerder was dat nog 76 procent. Het aandeel leerlingen dat het basisonderwijs laaggeletterd verlaat, steeg in twee jaar tijd van 1,4 naar 2,2 procent in 2017.

Op de lange termijn dalen de resultaten op gebied van wiskunde en natuurwetenschappen het hardst. Zo daalde het percentage excellente leerlingen op gebied van wiskunde van 25 procent in 2003 naar 15 procent in 2015, blijkt uit Pisa-onderzoek.

Een van de belangrijkste ontwikkelingen die de inspectie signaleert is ook dat het aantal Nederlandse toptalenten daalt: er zijn steeds minder leerlingen die uitblinken in een bepaald vak.  

'Eenzijdige conclusie'

De VO-raad, de organisatie van besturen in het voortgezet onderwijs, noemt de conclusie van de inspectie 'eenzijdig en daarmee onterecht'.  De raad wijst er op dat uit het rapport ook blijkt dat meer leerlingen een diploma halen op een hoger niveau en dat er weer meer gestapeld wordt. Leerlingen halen bijvoorbeeld na een vmbo-diploma nog hun havo-examen.

Volgens voorzitter Paul Rosenmöller doet het 'beeld' dat de inspectie oproept 'geen recht aan de mensen in de scholen die deze resultaten onder moeilijke omstandigheden, en met een bescheiden bekostiging, weten te boeken.'

De PO-raad van basisschoolbesturen noemt het rapport op zijn beurt 'zorgelijk, maar niet heel verrassend.' Voorzitter Rinda den Besten: 'We staan voor flinke uitdagingen: een tekort aan bekostiging en een groeiend lerarentekort door te lage salarissen.' Scholen worstelen volgens de voorzitter bovendien met een overladen lesprogramma. 'Ondanks dat, moeten we ook naar onszelf kijken wat we beter moeten doen.'

Kwaliteitsverschillen

Hoe het kan dat de leerprestaties van scholieren al jaren blijven dalen, is niet duidelijk. Dat moet volgens de inspectie nog verder worden onderzocht. ‘Wat we in elk geval zien is dat veel scholen genoegen nemen met het basisniveau’, zegt inspecteur-generaal Vogelzang. ‘De ambitie om het beter te doen, verslapt.’ 

Daarbij bestaan er grote kwaliteitsverschillen tussen scholen. ‘We zien scholen die zeggen: we zijn wel klaar met rekenen en taal, het is tijd voor iets anders. Terwijl die vakken blijvende aandacht nodig hebben.’

De schoolprestaties dalen niet elk jaar en bij elk vak: het gaat om gemiddelden op de lange termijn. Omdat in andere Europese landen leerlingen de laatste jaren juist beter zijn gaan presteren, is Nederland volgens de inspectie zijn internationale toppositie in het onderwijs langzaam kwijtgeraakt.

Prioriteiten stellen

Het onderwijsveld en de overheid moeten volgens de inspectie daarom betere afspraken maken over doelen. ‘Hoe gaan we er voor zorgen dat we hoger uitkomen dan basisniveau dat vrij laag ligt? Daarover moeten heldere afspraken gemaakt worden’, zegt Vogelzang.

Dit rapport ‘dwingt ons tot het stellen van duidelijke prioriteiten’, laten Onderwijsministers Ingrid van Engelshoven en Arie Slob in een reactie weten. ‘Waar de afgelopen jaren de eisen aan scholen steeds verder zijn uitgedijd, moeten we terug naar duidelijke leerdoelen. Ook moeten we de Haagsche reflex weerstaan om het onderwijs nu direct te overladen met nieuwe actieplannen.’

Segregatie

De inspectie signaleert in haar rapport verder dat het Nederlandse onderwijs steeds verder gesegregeerd raakt ten opzichte van andere landen. Leerlingen met een vergelijkbare sociaal-economische achtergrond clusteren samen op aparte scholen. Er ontstaan in het Nederlands onderwijs 'bubbels van gelijkgestemden', schrijft de inspectie, 'waar leerlingen nauwelijks uitkomen.' 

Vooral kinderen met hoogopgeleide ouders scheiden zich af. Zij kiezen vaker voor scholen met bijzondere onderwijsconcepten, zoals tweetalig onderwijs of een technasium. Ook als het om etnische achtergrond gaat is het Nederlandse onderwijs nog behoorlijk gesegregeerd, maar opvallend genoeg neemt dat onderscheid juist af.

Vogelzang vindt het een zorgelijke ontwikkeling: ‘We hebben eerder geconstateerd dat de kansenongelijkheid toeneemt in het onderwijs en dat er grote kwaliteitsverschillen zijn tussen scholen. Als de segregatie verder toeneemt kan dat die andere effecten versterken. We zien nu al dat scholen met een uitdagendere leerlingpopulatie minder makkelijk personeel kunnen krijgen vanwege het lerarentekort.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.