Onderwijsbeleid is niet gericht op de toekomst

HET is een lovenswaardige gedachte: leerlingen met (kleine) problemen horen niet in aparte scholen, maar horen samen met hun leeftijdgenoten in het gewone onderwijs opgevangen te worden....

JAN DEINUM

Dit beleid blijkt geen succes. Leerlingen blijven toestromen naar het speciaal onderwijs. Om toch tot een daling van het aantal leerlingen in het speciaal onderwijs te komen, wordt nu gekozen voor het verschuiven van de helft van het geld voor het speciaal onderwijs naar het reguliere onderwijs.

Leerlingen uit het speciaal onderwijs plaatsen in het reguliere onderwijs, betekent echter dat leerkrachten fors moeten worden bijgeschoold, dat extra ruimte moet worden gecreëerd voor het bieden van individuele hulp, dat specialisten in de scholen moeten komen en de klassen veel kleiner (hooguit vijftien leerlingen) moeten. Dat kost veel meer dan de 140 miljoen gulden die nu wordt overgeheveld.

Waarschijnlijk draagt juist de bundeling van kennis in het speciaal onderwijs bij aan een effectief en goedkoop onderwijssysteem. Het geld spreiden over het reguliere onderwijs is inefficiënt. Te verwachten is dat leerlingen met een verwijzing naar het speciaal onderwijs onvoldoende geholpen kunnen worden in het reguliere onderwijs en dat extra inspanningen van leerkrachten voor hen ten koste gaan van de gemiddelde leerling.

De afgelopen jaren zijn er vaker grote beleidsmaatregelen in het onderwijs geweest die beoogden de kwaliteit van het basisonderwijs te verbeteren, maar die niet het gewenste effect hebben gehad. Voorbeelden zijn de invoering van de basisschool, het onderwijsvoorrangsbeleid en de schaalvergroting.

De ononderbroken leerweg die de basisschool beoogde, is slechts op de helft van de scholen tot stand gebracht. Het onderwijsvoorrangsbeleid, met als doel achterstandsgroepen meer kansen te bieden, heeft geen enkel effect. De schaalvergroting lijkt weliswaar te lukken, maar het is zeer de vraag wat de effecten zijn op de kwaliteit van het onderwijs. Op scholen waar ouders dicht bij het onderwijs staan, katholieke en protestants christelijke, presteren kinderen beter. Verwacht kan worden dat schaalvergroting dat positieve effect teniet doet.

Een belangrijke doelstelling van de overheid is het financieel gezond krijgen en houden van de onderwijsbegroting. Die doelstelling wordt gehaald. Het onderwijsbeleid beperkt zich echter voornamelijk tot financiële maatregelen. Weer Samen Naar School is in de eerste plaats een financiële maatregel waar later onderwijskundige etiketjes op zijn geplakt zoals 'kwaliteitszorg' en 'onderwijs op maat'. Van een constructief onderwijsbeleid is hier geen sprake.

Het conservatieve onderwijsbeleid van een terugtredende overheid biedt geen soelaas voor de toekomst. Een toekomst waarin vier vraagstukken een rol spelen.

In de eerste plaats is er de veranderende rol in opvoedingstaken. Doordat steeds meer ouders beiden een volledige baan hebben, is er minder tijd om kinderen op te voeden. Daarnaast zijn veel ouders onzeker over hun rol als opvoeder. Hierdoor wordt de kans dat kinderen ontsporen groter.

Het onderwijs staat voor de taak, of men wil of niet, deze problemen op te vangen. De huidige generaties leerkrachten zijn daar echter niet toe opgeleid en de groepsgrootte is niet aangepast.

Het tweede vraagstuk betreft de grote achterstanden in het onderwijs en de deelname aan het maatschappelijk leven van bepaalde groepen, met name allochtonen. Hoe kunnen we die achterstanden kleiner maken en deze groepen behoeden voor een permanente plaats aan de zijlijn van de maatschappij?

De derde vraag betreft de opmars van informatietechnologieën. Hoewel niet te voorspellen valt waartoe dergelijke nieuwe technologieën zullen leiden, staat wel vast dat het omgaan ermee steeds belangrijker wordt. Wie dat niet kan, valt buiten de boot.

Een vierde probleem is de noodzaak tot hogere onderwijseffectiviteit. Nu is het nog geen probleem dat we er niet in slagen grote groepen jongeren aan een diploma te helpen. Er is toch niet genoeg werk voor iedereen. Door de vergrijzing zullen er echter minder mensen beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt. Dat betekent dat we ons een veel geringer uitvalpercentage kunnen permitteren van de kinderen die nu naar de basisschool gaan.

Bovenstaande houdt in dat er grote druk komt te staan op het onderwijs. Er ontstaan problemen die niet door de scholen zelf kunnen worden opgelost. Een terugtredende overheid is dan ook zeker geen oplossing voor nationale onderwijsproblemen. Wat nodig is zijn goede ideeën en experimenten om de problemen op te lossen. Dat vergt een constructief onderwijsbeleid en diepte-investeringen.

Het is bijna zomervakantie. Voor leerkrachten, schoolbesturen, didactici en onderwijskundigen een goed moment om zich eens te bezinnen op de toekomst van het onderwijs. Als de politiek geen oplossing zoekt voor de genoemde vraagstukken, zal het onderwijs zelf antwoorden moeten vinden.

Jan Deinum

De auteur is onderwijsonderzoeker.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden