Onderwijs wordt een bundel interessante compromissen

Twee ministers van Onderwijs maar liefst in het nieuwe kabinet. Of nee, eentje vóór en een ván, en die laatste, D66'er Ingrid van Engelshoven, wordt de baas op het ministerie. Zij krijgt het pakket van Jet Bussemaker - mbo, hoger onderwijs, emancipatie en cultuur - en Arie Slob van de ChristenUnie de portefeuilles van de staatssecretaris: basis- en voortgezet onderwijs en media. Twee ministers, dat verdeelde waarschijnlijk wat lekkerder.

Media en cultuur bungelen er een beetje bij. Logischer lijkt mij om media en cultuur aan één minister te geven en het hele onderwijs aan de andere. Cultuur en media zijn geen pretpakketten, maar pijlers van de samenleving. Onderwijs is moeilijk in stukken te hakken. Beleidsbeslissingen voor kleuters of achterstandsgroepen werken door tot op de universiteiten.

De nieuwe ministers zijn mensen in wie we best vertrouwen mogen hebben. Beiden hebben blijk gegeven van hart voor onderwijs en kennis van zaken. Geen enorme ego's, maar dienstbaar aan de zaak. Slob was ooit leraar geschiedenis en hield zich in de Tweede Kamer bezig met onderwijs. Van Engelshoven was wethouder onderwijs in Den Haag. Beiden hebben het beste voor met de leraar. Pluspunt: ze komen niet uit de bestuurlijke baantjescarroussel in het onderwijs.

Maar toch: de standpunten over onderwijs en emancipatie van D66 en ChristenUnie lopen ver uiteen. Zal er vaak met deuren worden gesmeten? Het lijken me geen ruzieschoppers, deze twee. Eerder zal de samenwerking tot waterige compromissen leiden. Het regeerakkoord wijst daarop.

Ingrid van Engelshoven Foto anp

De toetsen voor kleuters en de rekentoets verdwijnen, gelukkig. De Cito-toets wordt weer vervroegd, waardoor kinderen minder afhankelijk worden van het (voor)oordeel van de leraar en eerlijker kansen krijgen. Van Engelshoven nam als wethouder de waarschuwing van de Onderwijsinspectie serieus dat de kansenongelijkheid in Nederland groeit. ChristenUnie wil dat het lerarenadvies doorslaggevend blijft en kreeg daarin haar zin.

Als wethouder was Van Engelshoven voorstander van latere selectie en twee- of driejarige brugklassen. Die komen er niet, wel een experiment met klassen voor 10 tot 14-jarigen en de verplichting voor een breder aanbod in typen brugklassen.

Arie Slob (CU) Foto anp

Het bijzonder onderwijs, de grote vrijheid van christelijke scholen, krijgt alle bescherming. D66 wilde graag dat er een einde kwam aan de oververtegenwoordiging van christelijke scholen en ruimte voor andere 'richtingen' dan religieuze. Maar de bestaande richtingen blijven intact en kleine christelijke schooltjes mogen blijven. Aan de almacht van de schoolbesturen zal helaas niet worden getornd, maar D66 viert een triomfje: voortaan krijgen medezeggenschapsraden instemmingsrecht over de financiën van de scholen.

Winst is dat scholen meer aandacht moeten besteden aan 'seksuele diversiteit'. Maar ze mogen dat op geheel eigen wijze doen. Dus: eigen versies van het scheppingsverhaal en Gods bedoelingen met vrouwen en mannen blijven verkondigd worden, door leraren die de school erop heeft uitgekozen. Dat zullen op reformatorische scholen geen homoseksuele leerkrachten zijn.

Ook mogen bijzondere scholen leerlingen blijven weigeren als ze niet 'passen' bij hun grondslag, dus als geloof, levenshouding of seksuele voorkeur van de ouders het schoolbestuur niet bevalt. Het is idioot dat de overheid deze discriminatie legitimeert in onderwijs dat geheel door de belastingbetaler wordt betaald.

Ik vind het jammer dat Van Engelshoven niet het basis- en voortgezet onderwijs onder haar hoede krijgt; ze heeft oog voor ongelijkheid in kansen en stelt de belangen van kinderen boven die van scholen. Over haar ideeën voor het hoger onderwijs is weinig bekend. Ik ben benieuwd hoe dit bundeltje compromissen in de praktijk uitpakt.

Reageren? opinie@volkskrant.nl

Meer over