Onderwijs telt te veel niet-productieven

Voor het onderwijs lastig te vallen met een debat over productiviteit, moeten we eerst de vele niet-productieven in deze sector tegen het licht houden.

In het onderwijs woedt een discussie over de productiviteit van de docent. Deze zou omhoog moeten, zodat het onderwijs met minder mensen toe kan. Dan verminder je het docententekort en kunnen de kosten van het onderwijs omlaag.


Maar wat is arbeidsproductiviteit? Hierover vliegen betrokkenen elkaar makkelijk in de haren, zo bleek afgelopen donderdag op een bijeenkomst van de Stichting Beleid en Onderwijs (SBO). Een docent is flink productief wanneer hij een klas met 100 leerlingen voor zijn neus heeft. Zo veel leerlingen zijn echter niet te managen, dus daalt de kwaliteit van het onderwijs. Ziehier het dilemma.


Naast het lesgeven krijgen docenten steeds meer taken. Ze coördineren, schrijven zorgplannen, organiseren schoolreisjes en ga zo maar door. Is al dit werk wel productief? Telt het mee in de definitie van de arbeidsproductiviteit van de docent? Een duidelijk antwoord op deze vraag kan onmiddellijk een wilde onderwijsstaking veroorzaken.


Ondanks deze problemen durft het Sociaal Cultureel Planbureau toch te stellen dat de arbeidsproductiviteit in het onderwijs de afgelopen tien jaar is gedaald. De klassenverkleining in het basisonderwijs is de belangrijkste oorzaak. Wanneer de klassen kleiner worden, daalt de productiviteit van de leraar. Het ligt dan ook voor de hand hoe je de productiviteit kunt laten stijgen: vergroot de klassen en het onderwijs staat er weer puik voor.


Dit is echter een valkuil.


In de discussie over de productiviteit van de docent wordt altijd vergeten dat er steeds meer mensen op school rondlopen die helemaal niet productief zijn. Ze werken wel hard, maar staan nooit voor de klas. In de nasleep van de diplomafraude bij InHolland, is de hogeschool nu gedwongen veel mensen te ontslaan. Doekle Terpstra, de InHolland-bestuursvoorzitter, schrapt vooral in personeel dat geen les geeft. Terwijl hij eenvijfde van het personeel op straat zet, wil InHolland toch een 'kwaliteitsslag' maken. Als dat lukt, is dat het bewijs dat er te veel mensen rondlopen op scholen die weinig toevoegen aan de leerprestaties.


Zo bont als bij InHolland is de situatie niet in het basis- en het voortgezet onderwijs. Toch loopt op elke middelbare school meer personeel rond dan vroeger. Elke docent kan in het smoelenboek turven hoeveel personen op de loonlijst staan die geen contact hebben met leerlingen. Ik schat dat deze verhouding één op drie is. Op elke drie personen werkzaam in een school komt er één niet of nauwelijks in een klaslokaal.


Buiten school is de situatie niet veel anders. Rond het onderwijs bevindt zich een schil aan adviesraden, stichtingen, onderzoeksbureaus en instellingen. Al deze instanties laten graag hun mening horen over de productiviteit van de gemiddelde docent. De vraag hoe productief deze 'schil' zelf is, wordt niet gesteld. Het is verbazend dat er altijd 'over het onderwijs' wordt beslist in plaats van 'door het onderwijs'. Zoals altijd waren ook op de SBO-bijeenkomst docenten ver in de minderheid. Docenten staan voor de klas. Ze draaien hun productie.


Voordat we docenten voor grotere klassen zetten, is het misschien een idee om het InHolland-voorbeeld te volgen en te zoeken naar 'niet-productief' personeel in het onderwijs. De efficiëntie in het onderwijs kan omhoog, zonder dat leerlingen er iets van hoeven te merken. De tragiek voor de groep die hierdoor getroffen wordt, is dat zij wel hard werkt. Dat werk staat alleen niet in dienst van de kern van het onderwijs: het overdragen van kennis.


Wanneer we hier beginnen, dan kan daarna de productiviteit van docenten omhoog. Dat hoeft niet ingewikkeld te zijn. De klassen hoeven niet groter. De docenten moeten simpelweg meer les geven. Geen grotere productiviteit per uur, maar per week. Het is een misvatting dat elke docent in het onderwijs ook altijd lesgeeft. Naast het lesgeven hebben zij taken die worden betaald met de onderwijsvaluta: tijd. Van elke taak staat vast hoeveel lesuren die kost. De meeste ervaren krachten hebben meerdere taken en staan daardoor minder uren voor de klas.


Je zou je moeten afvragen of deze taken (schoolreis, cultuurdagen, zorgplannen), ook echt door docenten vervuld moeten worden. Misschien is het wel beter en goedkoper om ze te laten organiseren door mensen zonder onderwijsbevoegdheid. Zo zouden we het docententekort flink kunnen verkleinen.


Een volle onderwijsweek bevat 25 lesuren. Maar hoeveel uur staat de docent echt voor de klas? Ik vermoed minder dan 20 uur. Als een docentenwerkweek weer 25 uur omvat, vliegt de productiviteit omhoog.


Ook moeten de directies meer naar zichzelf kijken. Hoeveel directieleden en teamleiders heeft een school nodig? Kan de productiviteit van bestuurders ook omhoog? De vraag stellen is hem beantwoorden.


Een extra downer voor de productiviteit in het onderwijs is de vakantie. Het aantal vakantieweken is fors. Een week eraf verhoogt de productiviteit per docent meteen. Vanaf volgend jaar gaat er een week van de zomervakantie af. Dit verhoogt de productiviteit echter niet, omdat de leerlingen geen langer schooljaar krijgen. De productiviteit zal zelfs dalen omdat docenten in ruil voor deze week, vijf vrije dagen krijgen, verspreid over het jaar, die de scholen waarschijnlijk vastplakken aan lange weekeinden, zoals Pasen.


Zorgelijk is dat de arbeidsproductiviteit van docenten niet echt de belangstelling heeft van de onderwijsvakbonden. 'Werkdruk' en 'prestatieloon' krijgen meer aandacht. Donderdag verklaarde een CNV-bestuurder hoe trots hij was dat de gemiddelde onderwijsweek omlaag is gebracht van 29 naar 25 lesuren. Ik weet niet of die trots terecht is. De ervaren werkdruk onder docenten is niet afgenomen, de productiviteit wel. Hierdoor is het onderwijs relatief duurder geworden.


De zoektocht naar een hogere arbeidsproductiviteit kan zuiverend werken in het onderwijs. Wanneer scholen goed nadenken over de randactiviteiten rond het lesgeven, zou dat kunnen betekenen dat de werkdruk voor docenten daalt. De schooldirecties zouden zich dienstbaar kunnen opstellen aan de productiviteit van de docent. Elke maatregel die hun productiviteit verlaagt, zou extra kritisch moeten worden bekeken. Docenten klagen zelden over het aantal lessen dat ze moeten geven, maar wel over de werkdruk die bijzaken meebrengen.


Voor het onderwijs met deze discussie lastig te vallen, moet de 'schil' rond het onderwijs eerst zijn bestaansrecht aantonen. Niets is irritanter voor docenten dan dat derden gaan vertellen dat zij productiever moeten worden. Wie deze boodschap brengt zal sterk in zijn schoenen moeten staan. Voordat minister of staatssecretaris beginnen over 'arbeidsproductiviteit' of, nog gevoeliger, 'prestatiebeloning', is het verstandig eerst de 'niet-productieven' binnen het onderwijs tegen het licht te houden. Heeft het onderwijs al die ondersteuning wel nodig?


Ferry Haan is docent economie op een middelbare school.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden