Onderwijs is geen kostenpost

Docenten hebben een belabberd imago. Het gevolg, zegt Nederlands bekendste wetenschapper Robbert Dijkgraaf, is 'dat we niet altijd de beste mensen inspireren om leraar te worden'. Dat kan en moet anders: we moeten meer geld uittrekken voor beter onderwijs. 'Het is onzinnig om te zeggen dat het onderwijs met rust moetworden gelaten.'

Bekend van televisieoptredens in De Wereld Draait Door en onder collega's gezien als een van de beste natuurkundigen in Nederland: Robbert Dijkgraaf (51). Hij is een zeldzame combinatie van een slimme wetenschapper én een begaafd spreker. Dat maakt hem tot de favoriete spreekbuis van wetenschappelijk Nederland, een functie die hij sinds 2008 officieel vervult als president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW).

Dijkgraaf is bovendien de officieuze pleitbezorger van het bètaonderwijs, dat volgens hem ten onrechte een slecht imago heeft in Nederland. Om scholieren te interesseren voor de natuurkunde introduceerde hij de website proefjes.nl. Ook was hij een van de samenstellers van de bètacanon; een verzameling hoogtepunten uit de natuurwetenschappen 'die iedereen zou moeten kennen'.

De belangrijkste taak van het onderwijs is volgens Dijkgraaf om bij leerlingen 'het vlammetje aan te wakkeren'. 'Kinderen hebben een bijzonder vermogen om nieuwe kennis tot zich te nemen. Het is aan ons om te zorgen dat ze het willen weten, dan gaat de rest vanzelf', zegt Dijkgraaf. Hij merkt het bij zijn eigen kinderen, die drang tot kennis. Ze vragen hem soms de oren van het hoofd. Als ouder van drie - de oudste twee gaan net naar de middelbare school, de jongste zit in groep 6 - ziet hij het Nederlandse onderwijssysteem dagelijks van dichtbij.

Het onderwijs is goed - 'zeker dat van mijn kinderen' - maar toch moeten we het in de toekomst 'radicaal anders organiseren', vindt Dijkgraaf. 'De leeromgeving moet net zo rijk zijn als de mensen zelf zijn. Een onderwijssysteem waar slechts een paar kinderen een klik mee hebben is de grootste fout die we kunnen maken.'

Voordat hij in Utrecht en later op het prestigieuze Princeton studeerde, zat Dijkgraaf op het gymnasium, net als zijn oudste twee kinderen nu. Het verschil met zijn eigen schooltijd is groot. 'Ik weet nog dat ik op de eerste schooldag als een pakezel op school kwam, met al mijn boeken, inclusief een atlas en woordenboeken. Dat was
natuurlijk niet nodig. Het kostte me jaren om voor dat soort dingen gevoel te krijgen. Bij mijn kinderen gaat dat veel sneller. Ze wisselen uittreksels uit via internet en maken samen huiswerk.'

'Ik heb dat mijn hele schooltijd alleen gedaan. Ze zijn volwassener en zelfstandiger dan ik toen was. Dat wordt op school ook actief gestimuleerd. Dat vind ik een groot voordeel van het huidige onderwijs.'

Critici zeggen dat de kwaliteit van het onderwijs ondertussen wel is gedaald.
'Tja, welk criterium neem je om dat te meten? Ik denk niet dat het onderwijs hier slechter is geworden, maar wel dat andere landen het veel beter zijn gaan doen. Aziatische landen zijn op onderwijsterrein in de versnelling gegaan, en wij niet. Dat zie je terug in het internationale Pisa-onderzoek (dat de onderwijsprestaties van 15-jarigen in 65 landen vergelijkt, red.). Maar tegelijk is het aantal studenten op de Nederlandse universiteiten fors toegenomen. Die studenten hebben allemaal toch maar het vwo doorlopen.'

U maakt zich geen zorgen over de kwaliteit van het onderwijs?

'Ons onderwijs heeft altijd in de top-5 van de wereld gestaan, maar nu vallen we terug. We zijn het aan onze stand verplicht om beter te presteren. Ik denk dat we wel wat vaker om ons heen mogen kijken. Finland doet het bijvoorbeeld heel goed. Het is bekend dat ze daar goede lerarenopleidingen hebben. Dat versterkt ook de maatschappelijke status van het lerarenberoep. In Nederland is het imago van docenten niet goed. Het gevolg is dat we niet altijd de beste mensen inspireren om leraar te worden.'

Het kabinet wil met de invoering van de prestatiebeloning het vak van docent wel aantrekkelijker maken.
'Ik geloof meer in het stimuleren van onderop. Geef docenten meer ruimte en faciliteiten om hun vak te doen en motivatie komt dan vanzelf. De prestatiebeloning straks gaat ten koste van een ander deel van het onderwijs, omdat het extra geld wel ergens vandaan moet komen. Daar heb ik moeite mee.'

Maar er wordt nauwelijks bezuinigd op het onderwijs.
'Ja, maar investeren in ons onderwijs over de volle linie zou absoluut de hoogste prioriteit moeten hebben. Dat zou voor elke politieke partij moeten gelden. Toch is die urgentie er totaal niet. In plaats daarvan zien we het onderwijs als kostenpost. Ook dat klopt niet. Het rendement op onderwijsinvesteringen wordt geschat op 5 tot 8 procent.

Waarom zetten Aziatische landen vol in op onderwijs
?
'Omdat het de belangrijkste grondstof is die je als land hebt. Onze gasbel loopt langzaam leeg, dus we kunnen maar beter in onze andere natuurlijke grondstof - kennis - investeren.'

Het kabinet gaat een aantal maatregelen nemen om het onderwijs te verbeteren. Zo wordt de Cito-toets vanaf het schooljaar 2012/13 verplicht voor alle kinderen in groep 8. Staat u achter die beslissing?
'De Cito-toets is natuurlijk geen slechte voorspeller, maar er wordt nu te veel belang aan gehecht. Ik ken genoeg briljante wetenschappers die pas heel laat in hun schoolperiode zijn gaan vlammen. Die zet je bij vroeg testen meteen al op achterstand. Bovendien roept elk instrument ook weer gedrag op. Je ziet nu dat sommige kinderen van rijke ouders ter voorbereiding op toetsles worden gezet. Dan schieten we door en daar maak ik me wel zorgen over. Kinderen moeten zich niet aan het systeem aanpassen, maar andersom.'

Wat zou volgens u dan het beste zijn?
'Onderwijs op maat is het beste onderwijs. Op de basisschool zijn er zat kinderen die meer uitgedaagd kunnen worden. In Nederland laten we nu vaak de kinderen die meer willen en kunnen - het topsegment - een beetje zitten. Het probleem is dat al het onderwijs op de basisschool op de schouders van één docent rust. Ik denk dat we op dit niveau meer in teamverband moeten gaan opereren. Op de Pabo moeten docenten zich kunnen oriënteren op specifieke terreinen, zoals wetenschap, techniek of cultuur. Die kunnen kinderen dan echt specifieke lessen gaan geven. Maar om zoiets te laten werken, moeten basisscholen onderling wel meer gaan samenwerken.'

Maar zal daardoor de kwaliteit van het onderwijs stijgen?
'Het gaat erom dat je nieuwe informatie zo verpakt dat het aansluit bij de leefwereld van scholieren. Je moet ze nieuwsgierig maken, dan blijft het beter plakken. Soms jeuken mijn vingers als ik zie hoe lessen nu in elkaar zitten. Neem een standaard biologieles, waar je de nerven op het blad van een plant zo goed mogelijk moet natekenen en benoemen. Je kunt leerlingen ook de vraag stellen hoe water zonder hulp helemaal boven in de plant terecht kan komen. Dat lijkt me veel boeiender. Je moet daar ook in durven experimenteren.'

Ziet uw ideale klas er heel anders uit dan de klassen van nu?
'Ideeën over ons onderwijs en wat wel en niet werkt zijn vaak gebaseerd op een gevoel, zonder dat we dat nou echt gemeten hebben. In plaats daarvan zouden we veel meer moeten onderzoeken en testen welk onderwijs het beste werkt. We moeten wezenlijke vragen durven te stellen. Wat willen we dat onze kinderen leren en kunnen we de aanwezige talenten beter benutten?'

Maar juist nu klinkt de roep om het onderwijs een tijdje met rust te laten.
'Natuurlijk moeten we niet zomaar omschakelen naar een heel ander systeem. Daar hebben we terecht onze bekomst van. Maar het is onzinnig om te zeggen dat het onderwijs met rust moet worden gelaten. Het onderwijs moet steeds veranderen, omdat de wereld nu eenmaal continu verandert. Bovendien bereiden de scholen kinderen voor op een wereld die twintig jaar verder ligt. Dan kun je niet alles maar bij het oude laten of zelfs terug in de tijd willen gaan. Kijk maar eens naar lesboeken van twintig of dertig jaar geleden, die zijn nu zwaar verouderd. Bedrijven vraag je toch ook niet om hun afdeling innovatie en onderzoek een tijd stop te zetten?'

Hoe gaan we dat dan organiseren?
'We kunnen in Nederland wel wat meer denktanks gebruiken. Niels Bohr (atoomgeleerde en Nobelprijswinnaar, red.) zei ooit: 'Is je idee wel gek genoeg om waar te kunnen zijn?' We moeten veel meer bestaand en toekomstig onderzoek gaan gebruiken om het onderwijs te verbeteren. En we moeten creatiever zijn. We zouden de beste onderzoekers, docenten en beleidsmakers samen moeten brengen om nieuwe ideeën voor het onderwijs te bedenken. Dat gebeurt nu te weinig. Voor de televisie worden constant nieuwe programma's uitgevonden om mensen weer te boeien. Die innovatiekracht hebben we in het onderwijs ook nodig.'

Waar moet die denktanks zich dan vestigen?
'Dat weet ik niet. Het gaat erom dat innovatie geen vies woord mag zijn in het onderwijs. De zorg innoveert continu. Wat we zeker weten is dat ons schoolsysteem er over vijftig jaar heel anders uit zal zien. We bereiden onze kinderen voor op een wereld die nog moet komen, voor banen die er nog niet zijn en voor bedrijven die nog niet bestaan. Dat is beangstigend natuurlijk. Maar daar mogen we niet bang voor zijn.' (Tekst Jeroen Visser, foto Kick Smeets)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden