Onderwijs in Frankrijk nadert crisis

Het onderwijs in Frankrijk minder goed geregeld als hier soms wordt gedacht. Eindeloos is geprobeerd de voor ieder verplichte middenschool te hervormen, maar zonder resultaat....

De Nederlandse Onderwijsraad adviseerde onlangs de veelbesproken basisvorming overboord te zetten; 12- tot 15-jarigen worden niet langer verondersteld allemaal hetzelfde onderwijs aan te kunnen. De politieke gelijkheidsillusies zijn gekeerd door de taaie praktijk. In Nederland wordt veel geklaagd over het onderwijs. Over politieke regelzucht en ideologische pretenties. Over de beleidsbrij die over de scholen wordt uitgestort. Over het typisch Nederlandse fenomeen dat alles elke tien jaar anders moet.

Hoe is dat in Frankrijk? Dat land wordt in Nederland nog wel eens als voorbeeld gezien. Door ouders die het Nederlandse onderwijs reddeloos overgepedagogiseerd vinden, of die zich afvragen waarom hun bolleboos het vak verzorging moet leren, of techniek, louter en alleen om politici ideologisch te bevredigen. Zulke ouders zien hoop gloren in de intellectuele discipline van Frankrijk. Daar wordt talent nog op waarde geschat, daar daalt niet de leraar maar stijgt de leerling, zoals Bordewijk ons al had voorgehouden.

Het is een mooi verhaal. Helaas is de realiteit minder rooskleurig. Het toeval wil dat Frankrijk in het zogenoemde Collège unique een tegenhanger van de basisvorming heeft. Een completere tegenhanger zelfs, aangezien in beginsel álle Franse kinderen na de lagere school doorstromen naar het Collège. Vbo, mavo of havo/vwo kent men niet, en het Collège is derhalve de reëel existerende middenschool.

Vier jaar Collège mondt uit in een brevet. Daarna kiest de leerling op z'n 16de voor een driejarig Lycée générale (vwo) of een Lycée professionelle (vbo/mbo). Maar wie dacht dat deze constructie heeft geleid tot een onderwijsparadijs, komt bedrogen uit.

Philippe Meirieu is directeur van een onderwijsonderzoeksinstituut in Lyon. Belangrijker is dat hij drie jaar lang het brein was van onderwijsminister Claude Allègre. Anderhalf jaar terug sneuvelde Allègre op de hervormingsdrift die hem vooral door Meirieu was ingeblazen. Belangrijkste steen des aanstoots was het secundair onderwijs, en dan met name het Collège.

Volgens Meirieu is het Collège een weeskind in het Franse onderwijs. 'De nationale identiteit van Frankrijk is gemaakt door zijn openbare lagere school. Jules Ferry was een eeuw geleden niet voor niets én premier, én minister van Onderwijs. De geschiedenis van het Lycée, als school waar de elite werd gemaakt, is verbonden met Napoleon. Maar het Collège hangt daartussenin en heeft geen eigen karakter.'

Volgens Meirieu is nooit uitgevochten of het Collège naar omhoog moest reiken of naar omlaag moest buigen; of het een verlengstuk van de lagere school was dan wel een voorbereiding van de elite. 'In 1959 is de leerplicht tot 16 jaar verlengd, maar op grond daarvan zijn nooit duidelijke conclusies getrokken.'

Vaak worden de moeilijkheden van het Collège als praktische problemen gezien. Die praktische problemen mogen er wezen: vanwege de automatische instroming, zonder toelatingsexamen of Cito-toets, krijgt het Collège 10 tot 15 procent leerlingen binnen die niet kunnen lezen of schrijven. Eén probleemkind kan een hele klas in moeilijkheden brengen, weet iedereen. Tweede moeilijkheid: de keuze ná het Collège. Het Lycée professionelle (vbo/mbo) wordt door veel ouders als een echec ervaren. Kinderen worden in de richting van het Lycée générale geprest, met vaak wederom funeste gevolgen.

Wordt daar niets aan gedaan? Ogenschijnlijk ontbreekt het ook het Franse 'Zoetermeer' niet aan hervormingsdrift. Aan het begin van elk schooljaar geeft de minister - nu Jack Lang - een persconferentie vol prachtige plannen. Dit jaar bijvoorbeeld zijn dertigduizend nieuwe onderwijsbanen beloofd, is sprake van 'une école de respect et de réussite', en moeten alle scholen binnen afzienbare tijd over een snelle internetverbinding beschikken. Wat betreft het 'nieuwe Collège' luidt de kreet: 'réussir l'entrée en sixième' - een geslaagde entree maken.

Veel jaarlijks geronk en weinig wol, weten alle ouders. En weet Philippe Meirieu. 'Men heeft hervorming op hervorming gestapeld. Maar het is altijd gerommel in de marge gebleven. De theorie is een Collège dat gelijke kansen biedt. In de praktijk weet iedereen dat in één school vaak twee wegen tegelijk bewandeld worden. Dus het Collège als verlengstuk van de lagere school, én als voorselectie van de elite. En niemand heeft de moed daartussen te kiezen. Aan officiële teksten geen gebrek. In 1989 werd nog eens bij wet bevestigd: alle klassen moeten bestaan uit kinderen van verschillend niveau.

'Maar de ouders zijn ertegen, en de leraren ook. Ik sprak laatst een directeur van een school in St. Denis, een betrekkelijk moeilijke voorstad van Parijs. Hij heeft 120 kinderen voor de eerste klas. Daarvan kunnen er misschien 25 door naar het Lycée générale. Hij zegt: ik kan kiezen: of ik zet de goede bij elkaar zodat ik ze voor de school kan behouden, of ik maak de voorgeschreven heterogene klassen. Als ik dat doe, raak ik de goede leerlingen kwijt aan scholen in Parijs, die vanwege de ontvolking van het centrum staan te springen om leerlingen.'

Iedereen kent de 'hypocrisie scolaire', zoals Meirieu de situatie betitelt. Ikzelf ook. In de laatste klas van de lagere school waarop onze twee jongens zitten, de 'Ecole Emile Zola', zijn nog maar zes leerlingen over. Waarom? Frankrijk kent in beginsel geen vrije schoolkeuze. Bij elke lagere school hoort geografisch een Collège en daarna een Lycée. En het Collège waaraan onze dorpsschool zijn kinderen aflevert, heeft een slechte naam. Veel Algerijnse leerlingen dus.

De ouders wringen zich derhalve in de gekste bochten om hun kinderen op andere scholen te krijgen. Katholiek privé-onderwijs is een dure, gewilde en dus overvolle uitweg. Om een plek op de internationale school wordt gevochten. Rijke ouders kopen een appartementje op een plek die doorstroming biedt naar een goede middelbare school. Minder gefortuneerden doen het met een postadres, zodat ze in elk geval 'virtueel' goed wonen.

Philippe Meirieu: 'Er wordt vals gespeeld bij het leven. In theorie is iedereen gelijk. Dat is de façade. Niet in democratische zin gelijk, maar in de krampachtige napoleontische zin. Alle kinderen tussen Bayonne en Lille slaan op hetzelfde moment dezelfde bladzij om. Dat is de mythe van de homogeniteit, iedereen heeft dezelfde huidskleur, dezelfde religie, dezelfde identiteit. Leraren leren hier niet met verschillen om te gaan. En zolang ze dat niet kunnen, zullen ze blijven volhouden dat iedereen hetzelfde niveau moet hebben. Dat is de theorie.

'De praktijk is dat handige ouders zorgen dat hun kind in een goede klas, op een goede school terechtkomen. Ouders uit de onderklasse hebben het eerst niet in de gaten. Als het te laat is, merken ze dat hun kind zich bevindt in de 'classe poubelle' - de afvalemmerklas.'

En zo krijg je dus de etnische getto's, met zwarte scholen die volstrekt onbeheersbaar zijn geworden. Meirieu schat dat 30 tot 40 procent van de Franse Collèges onbestuurbaar is. 'Leraren functioneren er als huursoldaten. Niemand wil of kan daar meer lesgeven. Ik ken Collèges waar de kinderen langer op zitten dan de leraren. Na twee jaar loopt iedereen gillend weg. Natuurlijk zijn er hier en daar helden, schooldirecteuren die twintig uur per dag werken om de boel bij elkaar te houden. Maar dat is niet de regel.'

Waarom het onderwijs juist in Frankrijk met zijn mooie gelijkheidsbeginselen zo uit de hand is gelopen, wijt Meirieu aan drie factoren. Groot-Brittannië lijdt min of meer aan hetzelfde euvel. Fransen en Britten hebben allebei met een forse immigratie te maken gekregen, omdat ze beide voormalige koloniale mogendheden zijn met ex-koloniën waar de landstaal werd gesproken. Immigratie geeft grote onderwijsproblemen.

'Ten tweede de onverantwoordelijke stedelijke politiek die volgde uit het verstandshuwelijk tussen De Gaulle en de communisten. De Gaulle liet in de jaren zestig de grote buitenwijken bouwen om de roden op te bergen, en dat kwam de PCF om electorale redenen wel uit. En ten derde de onmacht te kiezen welk onderwijs men nu eigenlijk wil. In Nederland hebben jullie in ieder geval niet het probleem dat de pedagogie volkomen wordt genegeerd, zoals hier. In Duitsland worden kinderen vroeg geselecteerd, op hun 12de jaar. Daar ben ik niet voor, maar het is in ieder geval een heldere keuze. Ik zeg wel eens: de Duitsers hebben de markt, wij in Frankrijk hebben de zwarte markt.'

Ook Frankrijk moet een heldere keuze maken, vindt Meirieu. Maar dat gebeurt niet. Hij ondervond aan den lijve hoe gevoelig onderwijs ligt. Politici durven zich er niet aan te branden, en dus verandert er niets. 'Het gaat altijd als volgt. De oppositie gebruikt grote woorden en wil een debat in het parlement. Maar zodra ze aan de macht zijn, lopen ze op kousenvoeten. Enorm gebrek aan politieke moed. Ja, zelfs bij mijn eigen minister, Claude Allègre. Die had in ieder geval de grote verdienste dat hij de moeilijkheden bij hun naam noemde. Helaas, niet in het parlement.'

Het is heel simpel, zegt Meirieu. Elke politicus weet hoeveel ministers over het onderwijs hun nek braken. Savary, Devaquet, Allègre. En dat is alleen maar van de laatste jaren. Er heerst angst voor de straat. Onderwijs ligt de bevolking na aan het hart. 'Het is het enige onderwerp waar je tegenwoordig honderdduizend mensen voor de straat op krijgt. Vergelijk dat met het parlement. Dit jaar is een uur en een kwartier over de onderwijsbegroting gesproken. Het gevoeligste onderwerp dat bestaat. Daarentegen heeft de politiek wel 55 uur over het jagen op trekvogels gesproken.'

Eigenlijk, zegt Meirieu, zou onderwijs een hoofdrol moeten spelen in de campagne voor de presidentsverkiezingen. Het ontbreekt echter jammerlijk aan projecten. De gaullisten hebben niets, de socialisten evenmin. 'Ja, een verhaal over éducation permanente waar niemand zich een buil aan valt. Maar over de segregatie hoor je niemand, niet over de veiligheid op school, niet over de vraag hoe het verder moet met het Collège unique.'

Meirieu ziet de toekomst somber in. De zaak zal langzaam verder wegzakken. 'Er is politieke moed nodig om moeilijke kwesties op tafel te leggen. Dat zullen ze niet doen. Ze gaan liever door met hun leuterpraatjes. Misschien komt er een moment dat ze wakker worden. Als niemand meer voor de klas wil staan, of de boel explodeert. Voordat er wat dan ook gebeurt in Frankrijk, is altijd een grote crisis nodig. Dat is nu eenmaal zo, en dat zal zo blijven.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden