Onderwijs huiverig voor vernieuwing

De politiek is sinds de bevindingen van de commissie-Dijsselbloem, nu een jaar geleden, bang geworden voor veranderingen, zeggen deskundigen.

Zouden de exameneisen voor het voortgezet onderwijs ook zijn aangescherpt als de commissie-Dijsselbloem er niet was geweest? En zou dan toch de Canon van Nederland verplichte kost worden op scholen? Zou er zonder ‘Dijsselbloem’ een fusietoets voor scholen zijn gekomen?

Vandaag een jaar geleden presenteerde de commissie-Dijsselbloem haar rapport over het parlementaire onderzoek naar onderwijsvernieuwingen. De politiek leverde stevige zelfkritiek, bekende schuld en beloofde beterschap. Sindsdien wordt bij elk onderwijsplannetje gevraagd: ‘Is het wel Dijsselbloemproof?’ Maar is er ook wezenlijk iets veranderd?

Doekle Terpstra van de HBO-raad denkt van wel, en hij is er niet blij mee. Volgens hem werkt het rapport verlammend. Zelfs kleine veranderingen worden gemeden, met een beroep op Dijsselbloem. Terpstra wil dolgraag dat ook havoleerlingen met het profiel cultuur en maatschappij wiskunde krijgen, maar de politiek wil niet meer aan ‘stelselwijzigingen’.

Onderwijskundige Leo Prick spreekt van een ‘enorme angst voor welke structurele verandering dan ook’. Ook hoogleraar didactiek Robert-Jan Simons ziet die bij de politiek, maar vindt dat goed. ‘Dat was wat Dijsselbloem wilde: dat scholen en docenten eigenaar worden van de veranderingen. Ze komen nu van onderop.’

Kamerlid Jan Jacob van Dijk (CDA) vindt de nieuwe voorzichtigheid van de overheid terecht. ‘Als je een onderwijsvernieuwing invoert, moet je draagvlak, tijd en geld hebben om het goed te doen. En kom niet met een grote vernieuwing van bovenaf.’ Dat is sindsdien de praktijk, zegt hij.

Maar hoe zit dat met de overgang van het middelbaar beroepsonderwijs op competentiegericht onderwijs? Toch een grote innovatie, die volgens tegenstanders op geen stukken na Dijsselbloem-proof is: van boven opgelegd, te weinig geld en tijd en onvoldoende draagvlak. Onzin, stelt Van Dijk. Juist deze verandering is door leraren en scholen aangedragen.

Dat vindt ook Jan van Zijl, voorzitter van de MBO-raad. Het draagvlak bij docenten, leerlingen en bedrijfsleven is enorm, zegt hij. Weliswaar stamt het competentiegericht onderwijs van vóór Dijsselbloem, maar de invloed van het rapport is onmiskenbaar.

Van Zijl: ‘Er is meer focus gekomen. Zonder Dijsselbloem was nooit zo duidelijk geworden hoe hard we moeten blijven werken aan draagvlak.’

Sjoerd Slagter, voorzitter van de VO-raad, was aanvankelijk opgetogen. ‘De politiek leek te beseffen dat niet meer alles in Den Haag bedisseld moest worden.’ Maar sindsdien regelt Den Haag lustig voort, zegt hij. De ‘gratis’ schoolboeken, de exameneisen en de onderwijstijd, alles werd weer vanuit Den Haag opgelegd. ‘Alleen nu met een beroep op Dijsselbloem.’

Neem de aangescherpte exameneisen. Daar mag de overheid best om vragen, zegt Slagter. ‘Maar geef ons dan de ruimte die opdracht in te vullen. Nu bepaalt de politiek hoe dat moet, dwars tegen het hele veld in. De Kamer is nog even hyperig als altijd.’

Ook directievoorzitter Paul van Meenen van de Spinoza Onderwijsgroep in Voorburg is de hoop op minder Haagse bemoeizucht alweer kwijt. ‘Neem dat debat over de onderwijstijd en vergelijk het eens met de zorg. Het is toch ondenkbaar dat een overheid bepaalt hoe lang een hartoperatie mag duren?’

Volgens Frits van Oostrom, de man die Nederland een historische canon schonk, heeft Dijsselbloem niet het verschil gemaakt. ‘Het rapport past in een slingerbeweging die toch al gaande was en die nu weer meer gaat in de richting van kennisoverdracht en degelijkheid. De canon bijvoorbeeld heeft niets met Dijsselbloem te maken. Die was al lang in de maak.’

PvdA-Kamerlid Staf Depla vindt wel dat zijn partijgenoot een duidelijke lijn heeft uitgezet. De overheid moet zich met minder dingen bemoeien, maar wel ingrijpen als het gaat om zaken als het niveau van taal en rekenen, exameneisen en slechte scholen.

Dat zou prachtig zijn, zegt Nan Dodde, emeritus hoogleraar onderwijsgeschiedenis. ‘Maar ik moet het nog zien. Ik denk dat de scholen en de koepels dit niet laten gebeuren.’

Dat mist hij in Dijsselbloem. ‘Er is niet ingegrepen in de machtsverhouding. Dus zal niets wezenlijks veranderen.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden