Onderweg naar deugdzaamheid?

Parijs is niet zo groot. Twee uur doorstappen zowel van noord naar zuid als van west naar oost, en je bent van périphérique naar périphérique gelopen....

Een bezoek aan het hotel van Katia la Rouquine in het tiende arrondissement kan helaas niet doorgaan. Rossige Katja was bordeelhoudster alsmede bestuurslid van Operalia, het gezelschap van operaliefhebbers onder leiding van ex-minister Roland Dumas. Maar het tiende is te ver. Ook het gokcafé waar penosebaas Francis le Belge september vorig jaar met 200.000 franc in zijn borstzak van zijn barkruk werd geschoten, zullen we links moeten laten liggen. Thematisch teveel uit de route.

Sinds vorige week bevinden we ons op het pleintje bij de kerk St. Médard (XIe eeuw). We maken tóch een kleine détour, via de smalle rue de Broca naar de boulevard Arago. Die rechtsaf volgen tot na een paar honderd meter links de muren van de Santé-gevangenis opdoemen. Hoofdingang 42 rue de la Santé. In verband met de 'grands hommes' zijn wij vooral geïnteresseerd in de VIP-vleugel, helaas vanaf de straat niet te zien.

Oorlogsmisdadiger Maurice Papon wacht er zijn beroep bij het Straatsburgse mensenrechtenhof af. Iets verderop zucht terrorist Carlos. Jean-Christophe Mitterrand bracht er de kerstdagen door, en sinds vorige week hoort Elf-onderdirecteur Alfred Sirven tot de klandizie. Wat is het voorrecht van de VIP's? Een beter matras, maar geen beter eten, klaagde ex-cliënt Bernard Tapie. 'Ze maken het klaar, laten het twee uur lang staan, het is koud, het kan ze geen bal schelen.'

Volgen we de boulevard Arago, dan komen we bij de achterkant van het Observatoire (sterrenwacht). Loop eromheen naar de voorkant, avenue de l'Observatoire. De weghelften worden gescheiden door een perk, omzoomd door een heg, een historische heg. François Mitterrand sprong er in 1959 overheen om zichzelf in veiligheid te brengen. Na een nachtelijke achtervolging werd zijn auto hier bij de 'affaire de l'Observatoire' doorzeefd. Later bleek Mitterrand de hele aanslag zelf op touw te hebben gezet, om aan populariteit te winnen. Hij werd gestraft met jaren onverkiesbaarheid.

We volgen nu de boulevard St. Michel tot hoek rue Gay Lussac. Dit was op 10 mei 1968 de brandhaard van de meirevolutie in de 'nacht van de barricades'. Wij speuren in het Quartier Latin liever naar de neonreclames voor de studentenverzekering MNEF (bijvoorbeeld nr. 22, boulevard St. Michel, alwaar ook tandartshulp).

Minister Strauss-Kahn (Financiën) moest in november 1999 aftreden, nadat hij in een voorministerieel leven voor 'advies' door de verzekeraar meer dan vorstelijk was beloond. De MNEF stond bekend als socialistisch bolwerk. Strauss-Kahn was niet de enige linkse politicus wiens inkomen er verzekerd werd.

Op de hoek van de Jardin du Luxembourg en de boulevard St. Michel nemen we bus 84 richting Porte de Champerret (kaartje van tevoren in de metro kopen). In de bus hebben we tijd voor een mijmering. Is Frankrijk een door en door corrupt land? Deze ironische wandeling wekt allicht die indruk. Het antwoord is nee. De Franse ambtenarij is in beginsel niet omkoopbaar. Wel spelen in de politiek en in die merkwaardige Franse vermenging van politiek en bedrijfsleven persoonlijke relaties - 'réseaux' - een grote rol. Zie het rijkgevulde adresboek van de vorige week gearresteerde Sirven.

De instelling Transparancy International heeft een hitlijst gemaakt van 'corruptie-perceptie'. De lijst loopt van brandschoon naar totaal verziekt. Frankrijk staat op de eenentwintigste plaats, na Spanje en voor Israël, Nederland op de negende. Niet geweldig, ook niet rampzalig. Nieuw is dat de smoezeligheid niet langer verborgen blijft, dank zij moedige rechters en ijverige journalisten.

Tijd om uit de bus te stappen, op de hoek van de boulevard Raspail en de boulevard St. Germain. We steken door richting Seine en slaan rechtsaf de rue de Lille in. We volgen deze pijpenla tot nummer 19 aan de rechterkant, haut-lieu van deze pelgrimstocht. Missen kan het niet, een hek van een meter of vijf hoog wordt aan weerskanten bekroond door twee gebeeldhouwde vazen. Op één hoog rechts bevindt zich het appartement van het liefje van de minister.

Toen Christine Deviers-Joncour er in 1991 ging wonen, vroegen vrienden zich af: heeft ze de loterij gewonnen? Deviers-Joncour organiseerde hier soirées 'voor ambassadeurs of mensen van de Quai' - topambtenaren van Buitenlandse Zaken. Alles in opdracht van Elf-Aquitaine. Acht kamers, 320 vierkante meter voor zeventien miljoen franc, geen slechte opstap voor een meisje uit de provincie. Haar moeder stond in de keuken om de kosten te drukken, zei minnaar Roland Dumas sussend. Tot er begin 1997 bij justitie een anonieme brief binnenkwam over dit 'broeinest van de dievenmaffia'.

Tweemaal links en we lopen langs de Seine-oever over de quai Voltaire, met zijn vele antiquairs waar Roland Dumas vaste klant was. Wederom links en dan weer rechts, vervolgen we de rue de Lille in westelijke richting. Eerst passeren we aan onze rechterhand de dienstingang van het Musée d'Orsay. Hier klokt nog dagelijks Anne Pingeon, conservator van het museum, voorheen minnares van François Mitterrand en moeder van Frankrijks beroemdste onechte dochter, Mazarine.

Eén straat verder kruisen we de rue de Solferino. Op nummer 10 houdt de Socialistische Partij domicilie. Let op Renaults Safrane die op de stoep staan. Als er achter de voorruit een geëmailleerde cocarde in bleu-blanc-rouge ligt, en een bon achter de ruitewisser ontbreekt, staat daar de auto van een belangrijk man.

Terug naar de rue de Lille en verder naar het einde van die straat. Tot voor kort zetelde Jacques Chiracs RPR op nummer 123, maar een paar maanden geleden hebben de gaullisten hun hielen gelicht. Dat is spijtig, want in het pand ernaast, op nummer 121, ligt het Institut Néerlandais. Het personeel zal u gaarne vertellen hoe de ruiten bij de buren met grote regelmaat rinkelden van de gaullistische ruzies. Vooral onder het partijvoorzitterschap van Philippe Séguin - berucht om zijn woede-aanvallen. Séguin is nu bezig Parijs voor de gaullisten te verliezen bij de raadsverkiezingen in maart.

Op nummer 123 werkten tientallen 'fictieve employés' - betaald door het stadhuis, in werkelijkheid bij de RPR in dienst. Eén van hen was Madeleine Fayard. Toen partijleider Jacques Chirac burgemeester was, schreef hij een brief aan zichzelf waarin hij de promotie van mevrouw Fayard aanbeval. Die brief kan Chirac na z'n presidentschap alsnog fataal worden.

Voor ons doemt de imposante Assemblée Nationale op. Rechtsom langs de zuilengalerij komen we bij de publieksingang van het Kamergebouw. In beginsel openbaar, wel een paspoort meenemen. Reken niet op verhitte debatten over steekpenningen, daarvoor is de boter te gelijkelijk over de politieke hoofden verdeeld.

Hebben we na de Assemblée nog goede benen? Zo nee, neem bus 83 richting Friedland-Haussmann en stap uit bij het Rond-point Champs-Elysées. Daar pikken we u straks op. Wij gaan verder en volgen resoluut linksaf de Seine. Een kwartier doorstappen, tot de quai Branly. Daar bevinden zich op nummer 11 de appartementen van het Elysée, oorspronkelijk de stallen van Napoléon III. Let op de adelaar in het fronton. De president kan er zijn gasten onderbrengen, François Mitterrand had er zijn minnares en dochter Mazarine aan discrete woonruimte geholpen.

Mitterrand liet zijn chantabele dubbelleven geheimhouden met behulp van een speciaal daartoe opgerichte commando-eenheid. De telefoons van tientallen journalisten, toneelspelers en andere 'ongeleide projectielen' werden afgeluisterd om het risico te peilen dat het bestaan van Mazarine in de openbaarheid zou worden gebracht. Tot Paris Match in 1994 - mét presidentiële instemming - een fotoreportage publiceerde.

We steken de Seine over bij de Pont de l'Alma. Links de vlam voor prinses Diana, die hieronder in het tunneltje fataal tegen een pijler reed. Er liggen steeds verse bloemen. Dan schuin naar rechts, de avenue Montaigne in. Degenen die de bus hebben genomen, lopen vanaf de andere kant dezelfde straat in. We zijn nu in het achtste arrondissement, de wijk van de 'sjieke boetieken'. Hier wordt het snelverdiende geld uitgegeven door de jonge rijken die tegenwoordig bobo's heten - bourgeois-bohèmes.

Op nummer 30 bevindt zich de haute-couture winkel van Dior. Christine Deviers-Joncour kreeg er haar Elf-aandeel in baar geld op afspraak voor de deur overhandigd. Codenamen bij afgifte: 'Aston', naar de hond van haar andere minnaar Gilbert Miara. Ook wel 'Oror'. Was dat Roro omgekeerd? wilde de rechter twee weken geleden weten. Inderdaad. Het was een woordgrapje van Alfred Sirven, antwoordde Deviers-Joncour. Ik neem aan dat Roro niet Robert betekende, zei de magistrate spits. 'Ik denk dat hij op Roland Dumas doelde', gaf Deviers-Joncour toe.

We volgen de straat tot nummer 56. Naast Calvin Klein en tassenwinkel Louis Vuitton is daar volgens de papieren het bedrijf Brenco Trading International gevestigd. De gevel is maagdelijk, zoals opvallend vaak tijdens deze tocht. Een druk op de bel en de vorstelijke deur springt open. In de hal hangt een papier: M. en Mme Pierre Falcone, vierde verdieping, boven de ambassade van Soedan.

Pierre Falcone zit sinds 1 december in de Santé-gevangenis. Hij wordt verdacht van illegale wapenhandel met Angola, waarbij ook zoon Jean-Christophe Mitterrand betrokken zou zijn geweest. Falcone deed de exclusieve wapenverhoop voor het ministerie van Binnenlandse Zaken 'en besproeide iedereen jarenlang rijkelijk', zoals een prefect het plastisch uitdrukte.

We steken over en slaan de rue François Premier in. In deze straat viel op 10 oktober een zekere Thierry Imbot van vier hoog uit het raam. Imbot was agent geweest voor de buitenlandse inlichtingendienst DGSE. Een ongeluk, zei de politie. De deur van het appartement was van binnen afgesloten en de sigarenpeuk van Imbot lag op het karpet. Onze achterdocht is echter gewekt doordat de naam Imbot voorkwam op de harde schijf die de politie een straat verder in beslag had genomen, in het appartement van de Falcones waar wij zojuist nog in de hal stonden.

Ondanks de sjieke boetieken begint de atmosfeer een beetje te benauwen. Maar wij stappen moedig verder, de eerste straat rechts, de rue Marboeuf in. Op nummer 20 vinden we de winkel van Berluti waar Roland Dumas zijn schoenen à 11.000 franc betrok. Op rekening van Elf-Aquitaine. Uit de etalage blijkt dat ze sindsdien de prijs van de handgemaakte bottines hebben verhoogd tot 15.000 franc. Waarom hij ze daar kocht?

Omdat het eerste appartement van z'n Christine twintig meter verder om de hoek lag, in het doodlopende straatje rue R. Estienne, nummer 4. Zij woonde op de vijfde verdieping, Alfred Sirven op de tweede. 'Hij kwam vaak 's avonds boven', legde ze de rechtbank uit. 'Een mooi cadeau voor je minister', had Sirven gezegd toen Christine in opdracht van Dumas een serie Hellenistische beeldjes had gekocht bij het veilinghuis Drouot. Waarna Elf-Aquitaine 200.000 franc overmaakte op een Zwitserse rekening.

Het straatje weer uit, terug naar de rue François Premier en rechtsaf de rue P. Charon in. Op nr 68 bevindt zich het ogenschijnlijk onbijzondere restaurant Le Pichet, met smoezelig uitgeslagen rode luifel. De Guide Michelin zegt er dit over: 'Politici en vedetten houden zich op in de achterzaal van deze pseudo-brasserie.' Een dubieus compliment voor dit favoriete restaurant van de Mitterrand-clan. Van de creditkaart van Deviers-Joncour die werd vergoed door Elf werd door dit eethuis 270.000 franc afgeboekt.

We lopen naar de hoek met de Champs Elysées, door de Fransen hardnekkig 'de mooiste avenue ter wereld' genoemd. Een treurig misverstand. De Gaulle had de pest aan dit achtste arrondissement: 'Hier wordt geen geschiedenis gemaakt.' Evenzeer haatte hij het Elysée-paleis, waarheen onze schreden zich nu richten. Was het omdat de ondeugdzame Madame de Pompadour er woonde, of omdat president Félix Faure er 'la mort douce' stierf bovenop een demi-mondaine?

Het grootste schandaal van het Elysée speelde zich in april 1994 af. François Grossouvre, een oude vriend van Mitterrand die niet langer het oor van de president had, schoot zich in een vleugel van het paleis een kogel door het hoofd. Le Monde berekende of - gezien de afstand en het aantal muren en deuren ertussen - de president het schot gehoord kon hebben. Er gingen veel geruchten, maar de zelfmoord is nooit opgelost.

De tijd dringt. We nemen de metro op het kruispunt Champs-Elysées-Clémenceau. Lijn 1, uitstappen Châtelet. Oversteken en naar het Ile de la Cité, voor de laatste attractie: het Palais de Justice, waar de Bermuda-driehoek zijn natuurlijk einde vindt. Maar eerst lopen we door tot de andere kant van het stadseiland. Rechts ligt de quai des Orfèvres, met misschien wel de beroemdste ingang van Parijs, namelijk die van de Police Judiciaire.

Commissaris Maigret stapte hier dagelijks naar binnen, om daarna met de handen op zijn rug uit het raam te kijken hoe de zon in de Seine spiegelde. Zijn opvolger in rechte lijn, commissaris Olivier Foll, gaf in 1996 zijn manschappen het bevel om niet mee te gaan met de onderzoeksrechter Halphen. Die wilde huiszoeking doen bij burgemeester Tiberi op het place du Panthéon, maar kreeg niet de politiehulp waar hij recht op had. Foll had instructies van hogerhand gekregen.

We lopen terug naar de ingang van het Palais de Justice (4, boulevard du Palais). Het grote publiek dromt de middeleeuwse Sainte Chapelle binnen. Wij laten die attractie links liggen en lopen door naar de Cour du Mai, en dan de monumentale trappen op naar boven. Dwaal door de gangen, snuif de plechtig-intimiderende atmosfeer op, kijk naar de zwier waarmee de advocaten hun toga's dragen. Nog precies als op de tekeningen van Daumier. Al het marmer en het gepolitoerde eikenhout ademt: hier wordt met het recht geen loopje genomen. Toch moest de procureur-generaal, Alexander Benmakhlouf, onlangs aftreden nadat het weekblad Le Canard Enchaîné had verhaald over zijn mooie relaties met Jacques Chirac.

Pal tegenover de ingang is een deur waarop het bordje 'presse judiciaire' is geschroefd. Die deur leidt tot de echte macht in dit gebouw. De twee televisieredacteuren van TF1 en France 2 verdelen de toegangskaarten voor de openbare zittingen onder journalistieke vrienden - een fraai voorbeeld van de fameuze 'réseaux'. Het proces-Dumas speelt zich af in de Elfde Kamer, een zeer bescheiden zaaltje waar normaliter persdelicten worden berecht. Toeval? Toeval bestaat niet, in Frankrijk bestaan alleen kwade bedoelingen.

Wij nemen de gang linksaf, tot we tegen de Sainte Chapelle aanlopen. Weer links en dan rechts tot het einde van een lange corridor. Rechtsaf tot het grote daklicht. Daar ziet u op een bordje 11e Chambre staan. De zaal is open en u kunt een kijkje nemen, tot er een gendarme in zicht verschijnt. Let op de gipsen buste van Marianne boven de zetel van de rechter.

We verlaten het Paleis van Justitie en steken over naar brasserie 'Les deux Palais'. Tijd voor een goed glas en een slotoverweging.

Mocht u deze wandeling willen lopen, wacht niet te lang. In zekere zin is het een nostalgische tocht langs een snel verdwijnend verleden. Mitterrand is al vijf jaar dood. Met hem verdwijnt een amorele hofcultuur waarvan we nu de laatste restanten voor de rechter zien staan.

Binnen een maand gaat Frankrijk naar de stembus voor de raadsverkiezingen. Dan valt ook het doek voor de kleine krabbelaar Tiberi. De RPR is al verhuisd uit de rue de Lille. 'Le pouvoir' is niet langer onaantastbaar. Onlangs greep Le Monde terug op 'een periode, nog niet zolang geleden, toen politici zich veilig waanden en dachten dat die veiligheid zich ook uitstrekte tot hun vrienden, hun familie en hun vertrouwelingen. Gelukkig is Frankrijk veranderd.' Dat is waar. Maar het betekent dat we volgend jaar de slaapverwekkende route van de deugdzamen moeten lopen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden